Column

Den Haag grootste bedreiging van gemeentelijke democratie

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het ‘Doe eens even normaal’ was donderdagavond niet van de lucht in de raadszaal van Almere. De grootste fractie, die van de PVV, werd uitgedaagd in een twistdebat dat heel wat gestileerder verliep dan men in Den Haag gewend is. Het was een symbool van de vernieuwing van de gemeentepolitiek in de zevende stad van Nederland. Heftiger, directer en opener.

Deze week tien jaar geleden begonnen Nederlandse gemeenteraden een nieuw bestaan, onafhankelijker van hun college van burgemeester en wethouders. Deze ‘dualisering’ was nodig volgens een staatscommissie-Elzinga, die constateerde dat raadsleden amper kans zagen herkenbaar op te komen voor burgers. B&W waren toch de baas in de gemeente én de raad.

In de nieuwe verhoudingen zijn wethouders te gast in de gemeenteraad, om hun beleid te verdedigen. Zij zitten op een bescheidener plek in de zaal. De raad bepaalt in veel gemeenten meer dan vroeger haar agenda. In Almere komt eenderde van de onderwerpen op de agenda van de leden zelf. De rest komt van de wethouders, die nu ook van buiten de gemeente mogen komen.

Iedere donderdagavond wordt in Almere (193.000 inwoners) een Politieke Markt gehouden waar burgers zonder enige gewichtigheidsdrempel raadsleden kunnen aanspreken, en de voorbereiding van de raadsvergaderingen meemaken. Donderdag debatteerde men in de Witte Kamer met rode koppen over betaald parkeren in Almere Buiten – zeker 80 burgers luisterden mee.

In de Blauwe Kamer beschuldigde de facto PVV-leider Toon van Dijk de overige fracties van ,,uitzonderlijke onbetrouwbaarheid’’. Zij kwamen terug op een principeafspraak van twee jaar geleden dat de PVV halverwege de raadsperiode de vicevoorzitter mocht leveren, de eerste vervanger van burgemeester Jorritsma. De overige fracties voelen er niet meer voor sinds de PVV geheimhouding in gevoelige zaken en andere omgangsregels negeert.

Ook hier worstelde men – net als in de Tweede Kamer – met de regel dat men via de voorzitter discussieert en niet over personen praat, hoogstens over functionarissen. De geoefende voorzitter van Leefbaar Almere, Frits Huis, verweet de PVV iedere kwestie te juridiseren, ,,alsof regeltjes het geweten kunnen vervangen’’. De PVV had inmiddels de eigen mensen teruggetrokken voor commissievoorzitterschappen. De PVV legt ‘een cordon sanitaire’ om de rest van de raad, stelde Leefbaar laconiek vast.

De komst van de PVV heeft ook in Almere de toon veranderd. Verschillende raadsleden van andere partijen vertellen dat zij in het begin hebben getracht de onervaren PVV’ers bij het werk te betrekken. Zij stellen vast dat PVV’ers, die snel buiten de collegeonderhandelingen vielen, een tijd hebben geprobeerd constructief mee te doen. Maar compromissen werden na fractieraadpleging vaak afgeblazen. Raymond de Roon, tevens Kamerlid, handhaaft de partijlijn straf.

PVV-raadslid Chris Jansen denkt dat de coalitiegesprekken in 2010 te snel zijn afgekapt en dat de PVV nu best in een coalitiecollege zou kunnen functioneren. Hij is in het raadswerk geen wanklanken tegengekomen, al ziet hij wethouders nog steeds – weinig dualistisch – bij coalitiefracties binnenlopen. Jammer dat één PVV-fractiegenoot onlangs is opgestapt en alleen verder gaat. Jansen betreurt het dat de andere fracties hem zijn toegezegde vicevoorzitterschap van de raad niet meer toevertrouwen.

Of de dualisering, los van de komst van de PVV, veel verschillen heeft gebracht, daarover lopen de meningen uiteen. De raad is zeker zelfbewuster. Raadsgriffier Jan Dirk Pruim helpt nieuwe raadsleden als een ervaren buurtregisseur snel hun effectiviteit te verhogen. Via online raadspanels worden burgergevoelens continu gepeild.

Heeft de democratie door de dualisering gewonnen? VVD-wethouder en oud-Kamerlid Arno Visser ziet een tendens naar het leuk maken van debatten. Dat versterkt de controle door de raad niet per se. De PVV maakt er meer een rechtszaal dan een raadszaal van.

Dankzij de dualisering kreeg Almere een actieve raadsgriffie die zorgde dat er een wekelijkse Politieke Markt kwam, waardoor snel agenderen van kwesties mogelijk werd. Visser: ,,De beroemde kloof is nog nooit zo klein geweest’’. Maar Mariska van Modem, die zich op haar blog en op het stadhuis verzet tegen de gehalveerde vuilnisophaal, wacht al maanden op actie.

Meer controle door de raad en levendiger lokaal politiek debat dreigen toch een illusie te worden. Den Haag is bezig steeds meer grote overheidstaken te decentraliseren. Het jeugdbeleid, de Wet werk en bijstand, de Wet werken naar vermogen, allerlei regelingen voor langdurige zorg (WMO, AWBZ, wat er over blijft van de pgb’s), het wordt allemaal op de stoep van de gemeente gelegd. Met minder geld. Want de gemeente kent de burger.

Ja, zeggen burgemeester en wethouders van Almere, wij zijn heel goed in maatwerk, maar dan moet Den Haag ons niet in detail voorschrijven hoe wij het moeten doen. En ons zelf de inkomsten en de uitgaven laten organiseren. Maar zo gebeurt het niet. Den Haag heft belasting en de gemeenten worden uitvoeringsfilialen.

Dualiseringsuitvinder Elzinga waarschuwt in Binnenlands Bestuur dat nu al 80 procent van het gemeentegeld wordt uitgegeven aan het uitvoeren van rijkstaken. ,,Het raadswerk is dus voor 80 procent beheer [...] zonder reële lokale zeggenschap.” Het politieke debat in de gemeente gaat over parkeren, maar niet over de grote, nieuwe welzijnstaken. Zogenaamd decentraliserend Den Haag is de grootste bedreiging van de gemeentelijke democratie.

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl