Chanel in de kringloopwinkel

In een scharrige tweedehandswinkel in Parijs staat een Hermèstas van reptielenhuid voor 11.000 euro.

Wat

Ruim zevenhonderd vierkante meter tweedehands designerkleding en -accessoires, verspreid over vijf boetieks, naast en tegenover elkaar gelegen op de Rue de la Pompe in Parijs. De inmiddels beroemde winkels werden in 1979 opgericht door Nicole Morel, destijds pr-dame in de modewereld. Reciproque is een inbrengwinkel waar deftige dames uit de buurt (het dure zestiende arrondissement) hun spullen afleveren. Authentieke Parijse chic dus.

Wat hebben ze

Het grootste, twee verdiepingen tellende pand hangt tjokvol dameskleding in bijzonder goede staat, voor slechts een fractie van de originele prijs: variërend van 90 euro voor een rok van Sonia Rykiel, tot 11.000 euro voor een Hermès-tas van reptielenhuid. De kleding is afkomstig uit diverse tijdperken: een bijna antiek Chanel-pakje (1.380 euro) hangt naast een overhemdjurk van Givenchy (368 euro) uit 2007.

Op de begane grond hangen voornamelijk Franse ontwerpers. De kelder is ingeruimd voor Italianen (D&G, Missoni, Gucci), Amerikanen (Donna Karan, Calvin Klein) en Japanners (Comme des Garçons, Issey Miyake). Daarnaast is er een flinke schoenenafdeling .

De vier aanzienlijk kleinere winkels staan in het teken van respectievelijk sieraden uit het hoogste segment (Bulgari, Van Cleef & Arpels), herenkleding (veel klassieke pakken en overhemden), feestkleding (cocktailjurken van Chanel en glitterschoenen van Manolo Blahnik) en damesaccessoires.

Hoe ziet het eruit

Als een kringloopwinkel. De eenvoudige kledingrekken staan onpraktisch dicht op elkaar en hangen net iets te vol om ze fatsoenlijk te kunnen uitpluizen. De fragielste kledingstukken hangen in plastic zakken. De muren hebben een oubollige gele tint, op de vloer ligt goedkoop laminaat en in de gammele pashokjes hangen de gordijnen – die nét niet helemaal dicht kunnen – met spelden aan elkaar.

Hoe word je geholpen

En Français, want de vriendelijke, oudere dames in het grootste filiaal spreken vrijwel geen Engels. Als ze ontdekken dat ik bar weinig Frans spreek, laten ze me met rust en zetten het met z’n tweeën op een kletsen. De verkoopsters op de klantloze schoenenafdeling tref ik gierend van het lachen aan terwijl ze lieslaarzen passen. Dit maakt de drempel om te passen bijzonder laag. Nooit eerder probeerde ik zo onbekommerd het ene na het andere designerstuk.

Een wijde pantalon van Givenchy, twee Chloé-broeken, een mohair vest van Dries van Noten en een geruite rok van Yves Saint Laurent blijken stuk voor stuk te groot, te klein, te kort of te lang. Als ik na een uur met lege handen naar huis ga, word ik evengoed vriendelijke uitgezwaaid.

Voor wie

Koopjesjagers met een voorkeur voor Franse chic. Maar ook verzamelaars, want bijzonderheden hangen er genoeg.