Breivik-overlevenden kritiseren media

Anders Breivik is deze weekin Oslo aangeklaagd wegens moord en terrorisme. Een ooggetuige vertelt hoe hij leeft met die dramatische zomerdag in 2011.

Is Anders Behring Breivik ontoerekeningsvatbaar? Johannes Dalen Giske denkt lang na als hem telefonisch die vraag wordt gesteld. „Als je 69 onschuldige jongeren vermoordt omdat je denkt dat moslims Europa willen overnemen, ben je zonder twijfel gek. Maar is hij zó gek dat hij niet verantwoordelijk is voor zijn daden? Dat zullen de rechters moeten uitmaken.”

Woensdag werd Breivik aangeklaagd wegens moord en het plegen van gewelddaden ‘om het functioneren van de overheid te ontwrichten en de bevolking angst aan te jagen’. Op 22 juli vorig jaar bracht de Noorse rechts-extremist 77 landgenoten om het leven: acht met een bom bij een regeringsgebouw in Oslo, 69 met vuurwapens op het nabijgelegen eiland Utøya, waar jonge socialisten, onder wie Giske, deelnamen aan een politiek zomerkamp.

De 21-jarige Giske, die international studies in Oslo studeert, assisteerde de schipper van veerboot MS Thorbjørn, die jongeren van en naar het eiland vervoerde. „Ik hielp met aanmeren en zag er op toe dat jongeren zich aan de veiligheidsvoorschriften hielden. Ook hield ik bij hoeveel partijleden het eiland op- en af gingen – bijvoorbeeld als ze iets aan het vaste land wilden kopen.”

Een uur na de bomaanslag in Oslo werd Giske gebeld: een politieagent wil naar het eiland overvaren. „Ik zag de man van verre staan. Hij had een geweer, een pistool en een doos bij zich. Hij droeg geen uniform, maar een wetsuit. Het verbaasde mij dat hij zo zwaar bewapend was, omdat je dat in Noorwegen zelden ziet. Maar al snel wijdde ik mij aan de taak die ik van de partijleiding had meegekregen: mensen tellen. Wie zat er op het eiland? Wie op het vaste land? Door de bomaanslag in Oslo mochten we niemand over het hoofd zien.”

Giske stelde vast dat er 535 partijleden op Utøya zaten. Dat meldde hij nog tijdens de overtocht aan de kampleider. Omdat de agent aan de kapitein had gemeld dat hij versterking zou krijgen van twee collega’s, besloot Giske op de boot achter te blijven. „Ik weet nog dat wij het geweer in plastic hebben gerold, om de jongeren geen angst aan te jagen. Daarom bevreemdde het mij dat de agent na aankomst zijn pistool testte – want daar leek het van een afstand op. Wat ongevoelig, dacht ik. Vind je het gek dat al die kinderen bij je weg rennen?”

Lang bleef onduidelijk wat de rol van Breivik was. Ook de negen partijleden die dekking zochten in de boot wisten volgens Giske niet wat zich precies afspeelde op het eiland. Gezamenlijk besloten zij van Utøya weg te varen, omdat zij „ongewapend niets konden uitrichten”, zegt Giske. „Ten noorden van het eiland zijn wij aangemeerd. Vanaf een nabijgelegen camping hebben wij kinderen opgevangen die van het eiland waren weg gezwommen.”

Giske heeft die dag 25 vrienden verloren. „Het dodental op Utøya is zo groot, dat ik het niet kan bevatten. De afgelopen maanden heb ik het af en toe heel moeilijk gehad. Maar je leert ermee leven, je móet wel.”

Giske stoort zich aan de Noorse media. Volgens hem overschrijden zij in hun berichtgeving over ‘Utøya’ de grenzen van het toelaatbare. „Zo las ik op de Noorse nieuwssite abc nyheter dat Breivik tegenover de politie heeft verklaard dat hij overwoog mij te doden. Hij zag mij staan, maar was er niet zeker van of ik bij de boot of de groep hoorde. Van dat bericht ben ik maanden van slag geweest. Ik dacht dat Breivik mij niet had opgemerkt. Nu bleek dat ik leefde omdat hij een inschattingsfout had gemaakt.”

Giske besloot de nieuwssite voor de Noorse Raad voor de Journalistiek te slepen – en won. Abc nyheter had volgens de Raad „onnodig veel details gebruikt” die „pijnlijk voor betrokkenen zijn”. Giske verwacht dat er meer van dit soort zaken volgen, omdat overlevenden en nabestaanden steeds mondiger worden. „In januari drukte Aftenposten delen van de getuigenverklaringen af van mensen die met de boot waren weggevaren van het eiland, onder wie ikzelf. Dat was niet alleen pijnlijk voor alle betrokkenen – ik had de mijne nooit teruggelezen – maar ook beangstigend voor alle kinderen die de moordpartij op het eiland overleefden: wie kan hun garanderen dat hun getuigenverklaring nooit op de voorpagina komt te staan?” Giske hoopt dat ook Aftenposten een berisping krijgt. „En geloof me, dat dreunt lang na bij een kwaliteitskrant.”