Achter de minister hoort geen partij Politiek is meer dan staatsrecht

Ministers en staatssecretarissen vormen samen het kabinet. Hoewel ze uit politieke partijen afkomstig zijn, zijn zij daarmee primair bestuurders en geen politici meer. Zij zijn aan het werk voor alle burgers. Het is buitengewoon bevreemdend als een politieke partij een lid van het kabinet de laan uitstuurt, zoals gebeurde met minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie). Haar partij had ‘het vertrouwen in haar verloren’, maar ze was ook mijn minister. Wat had ik in te brengen, als niet-PvdA’er? Niets!

In het licht van bovenstaande verbaast het mij steeds weer dat de krant de politieke kleur van bewindslieden tussen haakjes achter hun naam zet. Zij zijn bestuurders. Hun partij doet er, zolang er wordt geregeerd, minder tot niet toe.

Douwe de Joode,

Laren (NH)

Herman Staal, chef van de Haagse redactie, zegt: „Staatsrechtelijk heeft de briefschrijver helemaal gelijk. Kabinetsleden zitten er namens en voor ons allemaal. Inderdaad leggen bewindspersonen verantwoording af aan de hele volksvertegenwoordiging.

„Maar dan komt de politieke kleur wel om de hoek kijken. Zodra een minister de steun kwijtraakt van zijn eigen partij en daarmee van de eigen fractie, houdt het op. Tenzij die minister van genoeg andere fracties steun geniet, maar dat is zelden het geval.

„De politieke kleur is ook in een ander opzicht relevant. Partijen zien bewindspersonen als uithangbord. Zo vertelde minister Hillen (Defensie, CDA) vorig jaar dat dit voor het CDA een belangrijke overweging was om in het kabinet te stappen, omdat de partij tenminste zichtbaar zou blijven. Veel plannen en gedragingen van bewindslieden hebben dus een partijpolitieke lading. Ook daarom is het relevant om te weten van welke partij de bewindsman of -vrouw afkomstig is.”