Woede tijdens Kamerdebat over Vestia

Het oude regime van Vestia werd gekraakt tijdens het eerste Kamerdebat over de woningcorporatie. Ook de politici namen elkaar de maat: ‘partijgraaier’.

Het was gisteren prijsschieten voor de Tweede Kamer tijdens het eerste openbare debat over de beruchte woningcorporatie Vestia. Schieten op de eigenwijze oud-directeur Erik Staal, die ten val is gekomen. Op de toezichthouders, die een miljardentekort lieten ontstaan door speculatie met financiële producten. Op de commissarissen, die Staal met 3,5 miljoen euro naar Bonaire lieten vertrekken.

In de zaak rond Vestia, het grootste woonbedrijf van Nederland, komen alle schandalen in de corporatiesector van de laatste jaren samen: een losgezongen bestuurder met buitensporige inkomsten, het gokken met exotische producten (derivaten ofwel rentecontracten), verspilling van gemeenschapsgeld, huurders die voor de schade moeten opdraaien en de onmacht van de politiek die ziet hoe het systeem faalt dat zij zelf ooit heeft bedacht.

Het debat kenmerkte zich door ongebruikelijk harde woorden. Kamerlid Sadet Karabulut (SP) vroeg zich af waar Vestia het „gore lef” vandaan haalt de financiële tekorten op huurders te verhalen. PVV’er Eric Lucassen voelde zich „op een gluiperige manier in de tang genomen”, omdat de Kamer nog altijd een gedeeltelijke zwijgplicht heeft. PvdA-Kamerlid Jacques Monasch noemde de affaire „schandalig” en „immoreel”.

Ook minister Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) kon haar irritatie niet verbergen. Ze wilde zich beperken tot de feiten – voor zover bekend – zei ze aan het begin van het debat. Maar ze voegde er aan toe niet uit te sluiten dat „af en toe emoties” door haar verhaal heen zouden klinken. „De kwestie heeft ook bij mij het nodige losgemaakt”, zei ze.

De 3,5 miljoen euro die Staal (60) meekreeg om onder meer zijn pensioengat te dekken noemde Spies „ongepast”, de huurverhoging „ongelukkig”, en de rol van de commissarissen „absoluut kwalijk”.

Ze zei verder een „gruwelijke hekel te hebben aan personen en organisaties” die nu al in de media schuld ontkennen. Een duidelijke verwijzing naar de twee directeuren van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), de externe toezichthouders die ieder in het Financieele Dagblad naar elkaar hebben gewezen. Spies: „Straatjes schoonvegen zou in mijn beleving de allerlaatste prioriteit moeten hebben.”

SP’er Karabulut nam een voorschot op de parlementaire enquête waar een Kamermeerderheid voor is: Staal nam onaanvaardbare risico’s, de toezichthouders faalden en de overheid is medeverantwoordelijk.

Ze eiste van Spies dat de fouten van Vestia nooit meer zullen voorkomen. De minister reageerde geërgerd: „En ik wil ook dat er nooit in mijn huis wordt ingebroken. Niemand kan die garanties geven.” Volgens Kees van der Staaij (SGP) moet de corporatiesector geprofessionaliseerd worden. „Het zijn toch nog vaak uit de kluiten gewassen woningbouwverenigingen die niet zijn opgewassen tegen de eisen van deze tijd.”

Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken zelf bleek niet voorbereid op een ramp à la Vestia. Nadat de alarmbellen gingen rinkelen in september vorig jaar, duurde het bijna drie maanden voordat de volledige omvang van de zaak duidelijk werd. Vestia werkte keer op keer tegen en bij Binnenlandse Zaken ontbrak het aan specifieke financiële kennis. Niet vreemd, zei Spies tegen de Kamer: „U heeft net aangegeven dat het enige tijd duurde voordat u zelf grip kreeg op zaken als derivaten.”

De minister erkende dat ze soms met „meel in de mond” moest praten. Openheid over bedrijfsgevoelige zaken kan een financiële ramp voor Vestia betekenen. Bij ‘majeure ingrepen’, bijvoorbeeld als de overheid of toezichthouders ingrijpen, kunnen banken onmiddellijk hun geld opeisen, zo staat in de derivatencontracten. Dan valt Vestia, moeten andere corporaties noodsteun geven en is de hele sector in de problemen.

De gevoelige clausules in de contracten verklaren ook waarom drie van de vijf oude commissarissen nog altijd rondlopen bij de corporatie, zo liet Spies achteraf doorschemeren. Plotselinge vervanging van de hele raad zou richting de banken het verkeerde signaal geven. Meer dan een „rooster van aftreden” kon Spies de Kamerleden niet beloven. Alle geheimzinnigheid maakte het debat „onbevredigend”, vond Lucassen.

De PVV’er greep het debat nog wel aan om zijn grootste politieke vijand, de PvdA, aan te pakken. Tegen Jacques Monasch zei hij dat Staal uit de PvdA gezet moest worden. Hij noemde Staal een „partijgraaier”, net als oud-commissaris Peter Noordanus en diens vrouw Susan Baart (beiden PvdA’ers) die nu commissaris bij Vestia is. Voor Monasch kwam het verwijt niet als een verrassing, zei hij. Staal is nooit partijlid geweest, kaatste hij terug. En de PvdA hééft tenminste leden die uit de partij gezet kunnen worden. „Bij uw partij kan alles alleen via het strafrecht worden geregeld, bijvoorbeeld bij brievenbusplassers”. Een verwijzing naar de ophef rond Lucassen in 2010, toen bleek dat hij buurtgenoten had bedreigd en geïntimideerd.

Vestia werkt aan een herstelplan. Om uit de nood te komen, moet de corporatie veel vastgoed verkopen, onder meer de Rotterdamse Mediamall (combinatie van een zorghotel, artsenpraktijken en gezondheidswinkels). In de toekomst zal Vestia minder commerciële activiteiten ondernemen en zich weer richten op haar kerntaak: sociale huisvesting.