Potente Bruckner bij Jansons

Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons. 8/3 Concertgebouw. Herh.: 9 en 11/3 (14.15 op Radio 4)

Violisten heb je in alle types. Neem Janine Jansen, vurig voorvechtster van het Vioolconcert van Britten: spontaan, passioneel. Deze week wordt dat concert bij het Concertgebouworkest gespeeld door de eigenzinnige Dmitri Sitkovetsky: diametraal tegenovergesteld type. Sitkovetsky stelt betoog steeds voor welluidendheid. Soms overstrekt hij daarbij de grenzen van de zuiverheid. Het openingsdeel van Brittens veeleisende concert klonk soms zo onzuiver dat het je de oren deed krullen. Gelukkig revancheerde Sitkovetsky zich in een intense toegift (Bach, Sarabande).

Voor het orkest lijkt het na drie weken met de matte Myung-whun Chung een verademing herenigd te zijn met chef Jansons. Voor Jansons zijn alle concerten een zaak van leven of dood: die overgave is onderdeel van zijn kracht en zorgde gisteren voor een enerverende, potente en energieke uitvoering van Bruckners Zesde symfonie. Pianissimi in de partituur interpreteerde Jansons met ruime hand (mezzoforte). Wat prevaleerde was de opbouw van een monumentale symfonische kathedraal waar in subtiele terzijdes hemels licht binnenstroomde. Het Adagio klonk als een brandend liefdeslied, in het Scherzo excelleerde de pizzicatopassage met jagersachtige hoorns. Bruckner wordt voor Jansons langzaam kernrepertoire, aanknopend bij de Brucknertraditie van het orkest.