Ook de reeks 90-60-90 is aan mode onderhevig

In de wereld van het model gaat het primair om drie getallen: 90-60-90, ofwel de omvang van boezem, taille en heupen. De vrouw die niet helemaal is gebouwd naar deze gulden snede, kan een carrière op de catwalk maar beter vergeten. De modellenbureaus, die de meeste opdrachten verstrekken, doen weinig moeite voor vrouwen die er een tikje anders uitzien, zeker als ze ook nog kleiner zijn dan 1,72 meter.

Alle praatjes bij de ‘intake’ over intelligentie, uitstraling en karakter zijn van secundaire betekenis. Dat merkte ook Ananda Marchildon. Ze won in 2008 de televisiecompetitie Holland’s Next Top Model. De hoofdprijs van deze wedstrijd was een contract van 75.000 euro met de modellenbureaus Elite en MTA.

Deze bureaus kwamen de overeenkomst vervolgens echter niet na, omdat Marchildon niet voldeed aan het gangbare schoonheidsideaal. Haar maten waren 90-60-92/94. De winnares daagde de bureaus voor de rechter. En ze won woensdag. Precies één dag voor de Internationale Vrouwendag.

Hoe symbolisch. Ananda Marchildon heeft met haar zaak namelijk meer aan de orde gesteld dan louter contractbreuk van twee modellenbureaus. Ze heeft indirect een schoonheidsideaal aan de kaak gesteld.

De reeks 90-60-90 is geen wetmatigheid. Schoonheidsnormen zijn onderworpen aan mode. Zongebruind is pas een halve eeuw een ideale teint: het suggereert dat je welvarend genoeg bent voor een strandvakantie. Voordien was eerder de ‘blank-armige Helena’ een norm: wie wit is, hoeft niet in de open lucht te werken en staat hoger op de ladder.

Zeker in Nederland, waar het idee dat vrouwen moeten zorgen en maar beter niet kunnen werken, een hardnekkig leven heeft geleid. Tot 1957 was de gehuwde vrouw niet ‘handelingsbekwaam’. Pas in 1968 werd de wettelijke bepaling geschrapt dat de man het ‘hoofd der echtvereniging is’. En daarna duurde het nog decennia voordat de formele gelijkwaardigheid ook op de werkvloer zichtbaar zou worden.

Snel ging dat bovendien niet. De helft van de bevolking verricht nog altijd maar 30 procent van de betaalde arbeid in Nederland en verdient ook nog eens 18,5 procent minder dan de mannelijke helft. Eigenlijk is er alleen in de collegezalen en het parlement sprake van meer of minder evenwicht. Het ‘glazen plafond’ is dus niet ondoordringbaar.

Die cijfers illustreren wel dat de verhoudingen continu in beweging zijn, net als de schoonheidsidealen.

Commentaren geven het standpunt van de krant, op basis van discussies tussen commentatoren.