Omar Ahaddaf knuffelt terug

Het integratiedebat, zegt cabaretier Omar Ahaddaf, moet ontzenuwd worden. En wat werkt dan beter dan humor?

Hij had even een persstilte ingelast. Drie weken geleden won cabaretier Omar Ahaddaf (32) het prestigieuze Leids Cabaret Festival. Grote namen gingen hem voor, zoals Erik van Muiswinkel, Vincent Bijlo, Sanne Wallis de Vries, Najib Amhali, Javier Guzman en Kees Torn. Maar nog voordat hij goed en wel van zijn prijs kon genieten, kwamen de beschuldigingen van plagiaat.

Ahaddaf, opgegroeid in Marokko, kwam elf jaar geleden naar Nederland om cabaretier te worden. De show waarmee hij in Leiden zowel de jury- als publieksprijs won gaat over zijn kennismaking met Nederland, maar is evengoed een kennismaking voor het publiek met de Marokkaanse cultuur.

Een dag nadat je het Leids Cabaret Festival had gewonnen was je ineens het middelpunt van een relletje: je zou grappen hebben gestolen of gekocht van andere cabaretiers. Schrok je toen je dat hoorde?

„Ik probeerde me er niet al te druk over te maken. Bram van der Velde, van wie ik grappen zou hebben gestolen, zei direct dat het onzin was. En ik dacht: een Marokkaan heeft gestolen, dat is niet meer dan een krantenkop die goed verkoopt.”

Op internet is een filmpje te zien van Bram van der Velde die een grap maakt over weermannen, gevolgd door een geluidsfragment van het Leids Cabaret Festival waarin jij dezelfde grap maakt. Hoe zit dat?

„Bram en ik zaten samen in het Comedy Café, een Amsterdams cabaretcollectief. We hebben die grap samen bedacht en ook samen opgevoerd. Nu gebruiken we hem beiden in onze shows, prima toch?

„Het is allemaal erg overtrokken. Net als een andere grap die ik gestolen zou hebben: ‘Frans is geen taal, Frans is een houding’. Ik zie dat niet als een grap, eerder een gezegde. Ik denk dat er miljoenen francofielen zijn die dat zeggen.”

En heb je grappen gekocht?

„Onzin, ik ben altijd blut.”

Je bent begonnen in het Marokkaanse theater. Hebben de Marokkanen een rijke theatercultuur?

„Nee, zeker niet in Tétouan, de kleine stad in het noorden van Marokko waar ik tot mijn dertigste heb gewoond. Als je daar vertelt dat je theater wil gaan maken, dan zeggen mensen: je bent gek, man. Toch heb ik in Tétouan veel geleerd. Ik volgde workshops aan een Franse cultureel centrum en leerde stand-up cabaret. Ik was de enige in die stad die zoiets deed.”

Kon je in Marokko hetzelfde soort grappen maken als hier?

„Zeker, humor is universeel. Behalve als het over politiek ging, dan moest ik oppassen. Ik zeg niet voor niets in mijn voorstelling: ‘Vrijheid van meningsuiting in Marokko? We mogen niet klagen.’”

Waar trad je op?

„In de universiteitszaal en in een klein theaterzaaltje, het enige in de stad. Maar het meeste nog in de bus.”

In de bus?

„Jazeker. Ik studeerde Engels aan de universiteit, die lag tien kilometer buiten de stad. Dus begon ik in de bus, die veel studenten elke dag nemen, grapjes te vertellen. Mensen dachten: die is gek. Maar dat kon mij niks schelen. De bus was een open podium voor mij. Je moet weten: ik hou van groepen. Zet een stel mensen bij elkaar en ik denk: nu heb ik een publiek.”

Waar komt dat vandaan denk je?

„Misschien komt het wel door het gezin waarin ik ben opgegroeid. We waren arm, maar creatief. Bij ons thuis kwamen altijd mensen over de vloer. En dan deed ik een korte sketch of improviseerde wat en daarna werd er muziek gemaakt. Die sfeer wil ik delen met andere mensen. Daarom vraag ik mijn broertje, die nu ook in Nederland woont, elke voorstelling op het podium om op zijn luit te komen spelen.”

Je zegt in de voorstelling dat je je vaders droom leeft, omdat hij allochtoon wilde worden.

„Klopt. Mijn vader wilde vroeger, zoals alle arme Marokkanen, in Europa een nieuw leven beginnen. Het is hem bijna gelukt, want hij heeft ons naar Tétouan, vlakbij de Spaanse grens, gebracht. Maar daar is hij gestopt. En wij hadden altijd zoiets van: moeten wij het nog afmaken?

„Op een dag zei hij tegen mij: ga maar weg. Mijn vrienden vertelden me ook aldoor dat ik niks in Marokko te zoeken had, omdat ik met theater bezig was. Als iedereen tegen je zegt dat dit niet jouw plek is dan ga je dat geloven.”

Hoe waren je eerste jaren in Nederland?

„Het is niet makkelijk om vanuit niets iets op te bouwen. Ik ben naar Nederland gekomen in een moeilijke tijd. In 2001 kwam ik aan. Net op het moment dat Nederlanders genoeg begonnen te krijgen van die allochtonen. Nou welkom, hallo. Daar stond ik dan met m’n brave plan: ik wil theater komen maken.”

Je maakt veel grappen over je afkomst. Ben je niet bang het stempel knuffelallochtoon te krijgen?

„Een cabaretier put uit de dingen die hij meemaakt. En voor mij zijn dat toevallig mijn ervaringen als Marokkaan in Nederland. Bovendien kan het integratiedebat wel een dosis humor gebruiken. Het is al veel te zwaar zoals het is, het moet ontzenuwd worden.

„Maar een knuffelallochtoon worden is zeker niet iets wat ik ambieer. En trouwens, ik knuffel terug. Heel hard. Wrauw!”

Omar Ahaddaf is vanaf deze week te zien in de finalistentour van het Leids Cabaret Festival. Speeldata: bunkertheaterzaken.nl