'Nederland telt hooguit 150 boerkadragers'

De aanleiding

„Hooguit 150 vrouwen in ons land dragen een boerka”, zei oud-minister Ella Vogelaar (PvdA) in het Radio 1 Journaal op 3 maart 2007. Vogelaar deed haar uitspraak in een reactie op een meerderheid in de Tweede Kamer die het dragen van een boerka in de openbare ruimte wilde verbieden. Sindsdien duikt het getal ‘150’ in de discussie over het boerkaverbod, dat er nog altijd niet is, geregeld op in het publieke debat. Tegenstanders van een verbod proberen met het getal doorgaans de overbodigheid van zo’n verbod te onderstrepen.

Interpretaties

Een boerka is in het debat een algemene term geworden voor alle sluiers die het hele gezicht bedekken. Maar neem je de term letterlijk, dan is de boerka de Afghaanse variant op de chador – een Perzisch gewaad. De Afghaanse boerka is vaak een pastelkleurig, meestal lichtblauw gewaad uit één stuk dat het hele lichaam bedekt. Voor de ogen zit een raster of een gaasje.

Het wetsvoorstel dat in Nederland is ingediend, gaat niet alleen over boerka’s maar over een verbod op alle ‘gelaatsbedekkende kleding’: kleding die de drager onherkenbaar maken – dus ook een integraalhelm, een bivakmuts.

Daartoe wordt ook de niqaab gerekend. Een niqaab is een gezichtssluier die voorkomt in verschillende lengtes en kleuren (meestal zwart). Het verschil met een boerka is dat de ogen (meestal) vrij zijn en de sluier doorgaans niet uit één stuk bestaat, maar uit een doek die over het hoofd wordt gedragen, en een losse laag stof die over het onderste deel van het gezicht wordt getrokken. Soms bestaat de sluier uit laagjes stof die de draagster – wanneer dat nodig is – over de ogen kan schuiven.

En, klopt het?

In 2006 gaf VVD-minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie een externe commissie opdracht de mogelijkheden van een boerkaverbod te onderzoeken. In dat onderzoek wordt voor het eerst een aantal boerkadragers genoemd: ‘De hoeveelheid vrouwen die in Nederland in het openbaar een gezichtsbedekkende sluier draagt, is naar onze inschatting niet groter dan enkele honderden.’ Daarbij merkte de commissie gelijk op dat ‘gezien dit tijdstraject de deskundigen evenwel niet in staat zijn grondig empirisch onderzoek te verrichten waardoor het hun onder meer aan (empirische) gegevens ontbreekt.’

Hoe minister Vogelaar enkele maanden later op het getal ‘150’ kwam is onbekend. Een officiële registratie van het aantal boerkadragers ontbreekt.

Echter, volgens onderzoekers is het aantal letterlijke boerkadragers, zij die zich in de Afghaanse variant op de chador kleden, in Nederland vrijwel nihil, misschien wel nul. Dat is althans het vermoeden van Annelies Moors, hoogleraar islamstudies aan de Universiteit van Amsterdam, en antropoloog Ineke Roex, promovendus aan dezelfde universiteit. Beiden deden onderzoek naar het aantal vrouwen met een gezichtssluier en concluderen dat in Nederland bijna uitsluitend de niqaab wordt gedragen. Daarbij baseert Roex zich op uitvoerige gesprekken die zij gedurende tien maanden had met salafisten. Het woord ‘boerka’ werd door deze orthodoxe moslims nooit gebruikt. De term is ook onder hen beladen, en wordt soms met extremisme geassocieerd.

Maar als er geen boerka’s zijn, hoeveel niqaabs worden er dan in Nederland gedragen? Daarvan bestaan alleen schattingen. De meest recente, en meest onderbouwde schatting is van Annelies Moors in het rapport Gezichtssluiers, draagsters en debatten. In 2009 waren er volgens haar rond de 100 vrouwen in Nederland die regelmatig een gezichtssluier droegen. Dit zijn de ‘fulltimers’. Er waren niet meer dan 400 vrouwen die af en toe een gezichtssluier droegen, ‘de parttimers’.

Moors komt tot die schatting door de gesprekken die ze voor haar onderzoek voerde met twintig vrouwen, die een gezichtssluier droegen (dertien), gedragen hadden (vier) of van plan waren die gaan dragen (drie). Daarnaast baseert ze zich op de schattingen van de geïnterviewden zelf, haar eigen bevindingen en online research. Dat zo’n schatting een ruime marge heeft, komt doordat niet alle draagsters fulltime een gezichtssluier dragen. Sommige vrouwen dragen de sluier alleen bij lezingen, gedurende een bepaalde periode in hun leven of alleen op weg naar de moskee. Of ze maken juist uitzonderingen voor bijvoorbeeld een familiebezoek. Bovendien experimenteren veel (jonge) vrouwen met het dragen van een gezichtssluier. Lang niet allemaal hebben ze een besluit genomen de sluier definitief te gaan dragen. Roex onderschrijft die schatting. Zij sprak in 2009 voor het onderzoek Salafisme in Nederland een tiental vrouwen die (regelmatig of af en toe) een gezichtssluier dragen, het overwegen, of er afstand van hadden genomen.

Exact vaststellen hoeveel vrouwen een niqaab dragen is volgens Roux dan ook onmogelijk. Ook omdat juist nu mogelijk meer vrouwen uit protest een sluier gaan dragen. Dat bleek al bij een demonstratie tegen het boerkaverbod in oktober vorig jaar. Van de dertig vrouwen met gezichtssluier waren er 28 die de sluier alleen voor die gelegenheid droegen.

Conclusie

Sinds oud-minister Ella Vogelaar in 2007 zei dat hooguit 150 vrouwen in ons land een boerka dragen, is dat aantal blijven rondzingen. Betrouwbare gegevens over het werkelijke aantal ontbreken, maar vanwege de ‘extremistische’ betekenis die een boerka ook onder (salafistische) moslims heeft, is het meest waarschijnlijke aantal volgens onderzoekers nihil, mogelijk nul. Een niqaab, die anders dan de boerka de ogen niet bedekt, wordt in Nederland wel gedragen. Volgens de beste schatting – onder meer op basis van gesprekken met orthodoxe moslims – ligt dat aantal tussen de 100 (fulltime-dragers) en 400 (parttime-dragers). Hoewel de term ‘boerka’ strikt genomen niet van toepassing is en er naast de groep orthodoxe ‘fulltime’ niqaabdragers ook een groep pragmatischere niqaabdragers is, komt de strekking van de claim – dat er hooguit 150 gesluierde vrouwen in Nederland zijn – dicht in de buurt van de meest betrouwbare schattingen hierover. Alles afwegende beoordeelt next.checkt de bewering als grotendeels waar.