Lords en Baronesses moeten gewoon op verkiezingscampagne om in de toekomst Hogerhuislid te worden

De Britse regering wil, onder druk van de kleine, liberale coalitiegenoot, het Hogerhuis hervormen. De Lords vrezen „een bloedbad” in het voorheen adellijke instituut.

De Britse Lord Kennedy of Southwark is geen stereotiep Hogerhuislid. Hij is de zoon van een postbode. Zijn moeder was serveerster in het Lagerhuis, vertelt hij, terwijl hij in de Victoriaanse eetzaal van het Hogerhuis nog een scone met jam besmeert en thee inschenkt.

Southwark is ook geen adellijk landgoed, maar de arme zuid-Londense wijk waar hij opgroeide. Lord Kennedy was financieel directeur van de Labour-partij toen premier Gordon Brown hem in 2010 vroeg of hij belangstelling had voor het Hogerhuis. Roy Kennedy – als 49-jarige twintig jaar jonger dan het gemiddelde Hogerhuislid – hoefde er nauwelijks over na te denken.

Terwijl Kennedy zijn thee drinkt, voorspelt hij „een bloedbad” als de regering binnenkort gaat doen wat ze heeft beloofd en van het Hogerhuis een deels gekozen instituut maakt. Koningin Elizabeth zal dat waarschijnlijk in haar troonrede in mei aankondigen. Onder de normaal zo rustige Lords groeit de opwinding, vertelt Kennedy.

Hervorming van het Hogerhuis is een kroonjuweel van de LibDems, de kleine coalitiepartner in de Britse regering. „Het zit in ons DNA”, zei oud-partijleider Menzies Campell. Nu de kieswethervorming bij een referendum in mei werd weggestemd, zijn de LibDems vastbesloten dit door te zetten. Het is de enige overgebleven kans voor de liberalen om het democratisch proces te veranderen. De Conservatieve premier David Cameron steunt de hervorming, hij wil de regering niet laten vallen.

Als het aan de liberaal-democraten ligt, dienen Hogerhuisleden niet meer tot hun dood, maar slecht één termijn van vijftien jaar, moeten ze gewoon op verkiezingscampagne, wordt hun aantal teruggebracht naar 300 (nu zijn het er 782, maar er is geen maximum) en wordt nog slechts 20 procent – onder wie de bisschoppen – benoemd.

Het zou de tweede grote hervorming van het Hogerhuis worden in korte tijd (voor een instituut dat zijn oorsprong in de elfde eeuw heeft) nadat de regering-Blair in 1999 een einde maakte aan het overerven van het lidmaatschap voor adellijke Hogerhuisleden en de mogelijkheden voor ‘gewone’ Britten om toe te treden verruimde.

Lord Kennedy past met zijn working class-achtergrond en jeugdigheid in het nieuwe beeld. Hij valt op tussen de traditionele Hogerhuisleden. Die lopen ondersteund door hun wandelstok naar de Kamer, luisteren met ogen dicht naar het debat, alsof ze in slaap zijn gevallen, en leunen tegen de luidsprekers in de rood-leren bankjes om hun collega’s beter te verstaan. Ze houden de regering-Cameron voor dat „dertig jaar geleden dit Huis ook al heeft geconcludeerd dat dyslexie een probleem was”, zoals de 94-jarige Lord Campbell of Alloway eergisteren deed.

De hervorming zal het Hogerhuis „meer democratische legitimiteit” geven, vindt vicepremier Nick Clegg, leider van de LibDems. Een gekozen House of Lords is „meer verantwoording verschuldigd” aan het volk, herhaalde hij vorige week nog eens.

Maar behalve de LibDems lijken weinig parlementsleden enthousiast over een gekozen Hogerhuis. De meeste Lagerhuisleden vrezen concurrentie van een tweede gekozen Huis, dat al machtiger en mondiger is geworden sinds 1999 en de laatste maanden helemaal zijn tanden toont. Voorstellen voor hervorming van de gezondheidszorg en van de bijstand werden door de Lords teruggestuurd naar het Lagerhuis – blokkeren kan niet, een jaar lang traineren wel. Deze week leed de regering drie nederlagen achter elkaar over juridische bijstand.

Voor de kiezer is hervorming van het Hogerhuis op zijn zachtst gezegd niet het meest relevante onderwerp van dit moment – al is slechts 6 procent tevreden met huidige stelsel. De meeste partijen willen liever debatteren over gezondheidszorg of onderwijs, onderwerpen waarmee kiezers zijn te trekken.

De Hogerhuisleden zelf zijn ook geen voorstander van hervorming – al wil geen van hen dat hardop zeggen voor als er inderdaad moet worden gestemd. Ze wijzen op de onafhankelijkheid van de Lords, die zich weinig aantrekken van partijpolitieke afwegingen of de waan van de dag, omdat ze voor het leven zijn gekozen. In het Hogerhuis zitten ook crossbenchers, de mannen en vrouwen die midden in het Huis zitten op de banken tussen regering en oppositie, en die geen politieke kleur hebben.

Maar mocht de koningin op 9 mei een dergelijk wetsvoorstel aankondigen, en mocht dat de Lords bereiken, dan wordt het, in een typisch Brits understatement van Lord Trimble, de Noord-Ierse politicus, „een interessant debat”.

Titia Ketelaar