Column

Japanse toestanden, bij ons in het Catshuis

Voor Amerikaanse Keynesianen is het een no-brainer: als je wilt zien wat er gebeurt als de Republikeinse presidentskandidaten daadwerkelijk hun stoere plannen zouden uitvoeren om nietsontziend te snijden in de overheidsfinanciën, ga dan een naar Europa. En dan in het bijzonder naar Griekenland. Dan ben je wel genezen. Gisteren steeg de Griekse jeugdwerkloosheid naar 51 procent en de economie is inmiddels een vijfde gekrompen ten opzichte van vóór de crisis. Wilde je een neerwaartse spiraal? Dan krijg je een neerwaartse spiraal.

Ook in Nederland bereikt de stammenstrijd nieuwe hoogten, nu VVD, CDA en gedoogpartner PVV zich hebben terug getrokken in het Catshuis voor nieuwe miljardenbezuinigingen. Nu bezuinigen is het domste wat je kunt doen, stelt het ene kamp, omdat je er de economische groei mee afknijpt waar je het voor de sanering van de overheidsfinanciën op termijn juist van moet hebben. Nu niet bezuinigen is het domste wat je kunt doen, omdat je de burger zijn vertrouwen ontneemt. Die ziet zijn lasten op termijn omhoog gaan en zal zich daar nu al naar gaan gedragen. En bovendien: bezuinigen is ook vernieuwen.

Voor alletwee valt wat te zeggen, maar wel iets meer voor het laatste kamp. Wat alleen dwars zit is dat reusachtige bezuinigingen op een zeer korte termijn, waartoe het kabinet zich via Brussel heeft verplicht en waar het zelf op heeft aangestuurd, bijna per definitie zullen bestaan uit makkelijk te verwezenlijken inkomensverhogingen van de staat. En dat kan toch moeilijk de bedoeling zijn.

Casuïstiek speelt een grote rol. Zweden wordt vaak aangehaald als een succesvol voorbeeld van een land dat begin jaren negentig een enorme financiële crisis doormaakte en daar uit kwam door echt in de leer te saneren. Wat vergeten wordt is dat het land dat kon doen in een internationale omgeving die dat probleem niet had.

Japan geldt, eveneens in de jaren negentig, als een voorbeeld van hoe vernietigend een ondoordachte verhoging van de btw kan zijn voor een pril economisch herstel. Maar zouden er voor het overige nog Keynesianen zijn die graag naar dat land verwijzen?

Gisteren werd bekend dat Japan, heel zeldzaam, in de maand januari een tekort had op zijn betalingsbalans. Dat is ronduit alarmerend. Het land heeft, sinds de implosie van de aandelenmarkt, de onroerend goedmarkt en de bankensector in het begin van de jaren negentig, een serie van begrotingstekorten opgebouwd dat de staatsschuld heeft opgestuwd naar een verbijsterende 220 procent van het bbp. Alles is uit de kast gehaald, inclusief het monetaire beleid met nulrentes lang voordat wij daar hier aan gewend raakten. Het ‘helikoptergeld’, waarbij liquiditeiten als het ware moeten worden uitgestrooid over de economie om hem weer op gang te brengen, is er voor het eerst in de praktijk gebracht.

Veel geholpen heeft het allemaal niet echt, zeker niet tegen de hoge prijs die voor het beleid is betaald. Mocht Japan, in de jaren tachtig nog gevreesd als exportreus zoals China nu, inderdaad een tekort op de betalingsbalans ontwikkelen, dan zal er per saldo buitenlands geld nodig zijn om de schuld mee te gaan financieren. Dat is een unicum voor het land dat zichzelf verteld heeft dat de binnenlandse besparingen dat wel zouden doen. Blijft de rente op Japanse staatsobligaties, nu een miezerige 0,98, dan zo laag en wat gebeurt er met de begroting als hij stijgt?

Dat zijn vragen waar Europa straks misschien ook mee worstelt. Begrotingstekorten doen misschien aanvankelijk wel hun werk, maar voor je het weet heb je een staatsschuld van hier tot Tokio.