Invoer provisieverbod na salomonsoordeel De Jager

De Tweede Kamer ging gisteren akkoord met een provisieverbod in de verzekeringsbranche voor tussenpersonen. Een harde strijd in de sector ging vooraf.

Gaat de verzekeringswereld grondig veranderen? Krijgen de onafhankelijke adviseurs het zwaar? En gaan grote verzekeraars vaker een eigen verkoopkanaal opzetten?

Eén ding is zeker: het provisieverbod dat vanaf volgend jaar geldt hebben de verhoudingen tussen verzekeraars en tussenpersonen flink op de proef gesteld. De Tweede Kamer ging gisteren pas met het provisieverbod akkoord nadat minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) de tussenpersonen toegemoed was gekomen.

Dat er een provisieverbod zou komen was al langer duidelijk. Vanaf 1 januari geldt dat verbod bij complexe financiële producten (zoals hypotheken en inkomstenverzekeringen) en bij uitvaartverzekeringen. Dat betekent dat tussenpersonen hun klanten advieskosten in rekening gaan brengen en niet meer – meestal onzichtbaar voor de klant – aan de producten zelf mogen verdienen. Zo kan het advies niet meer door de provisie worden gestuurd.

„Wij zijn altijd voor een provisieverbod geweest”, zegt directeur Hanneke Hartman van Adfiz, de belangenclub van tussenpersonen. „Ik geloof heilig in de kracht van een onafhankelijk advies. Dat is alleen maar in het belang van de klant”.

Ook de verzekeraars zijn al langere tijd voor een provisieverbod, maar toch is aan het besluit van de Kamer een lange strijd voorafgegaan. Want zonder provisie moeten de tussenpersonen apart hun advieskosten in rekening brengen. De klant zou dan snel de conclusie trekken bij de verzekeraar zelf goedkoper uit te zijn.

Maar ook verzekeraars die hun eigen producten verkopen maken vanzelfsprekend kosten om klanten binnen te halen. Maak die kosten dan ook bij verzekeraars inzichtelijk, was de harde eis van de tussenpersonen. En zij hadden daarbij de steun van de meerderheid van de Tweede Kamer.

Gisteren kwam minister De Jager met „een salomonsoordeel”, zoals directeur Leo de Boer van het Verbond van Verzekeraars het noemt. Ook de verzekeraars moeten hun advieskosten apart op de rekening zetten. „Even was er nog sprake van dat er dan ook twee facturen zouden komen, maar dat heeft de minister heel duidelijk gemaakt. Het wordt apart gemeld op de offerte, maar het blijft één rekening.” Voordeel voor de verzekeraars is wel dat zij die kosten gemakkelijker kunnen spreiden, bijvoorbeeld tijdens de dertig jaar dat een hypotheek duurt. Dat is voor een tussenpersoon niet mogelijk.

De nieuwe regeling geldt alleen bij particuliere klanten en niet voor bedrijven. Verder geldt het provisieverbod niet voor bijvoorbeeld auto- en zorgverzekeringen, maar wel voor uitvaartverzekeringen. Die tak van sport – 70 procent van de Nederlanders heeft zo’n polis – kreeg eind vorig jaar veel aandacht nadat toezichthouder AFM had geconcludeerd dat tussenpersonen zich erg lieten leiden door bonussen van verzekeraars. „Goed dat ook uitvaartverzekeringen onder het provisieverbod vallen”, stelt een woordvoerder van de Consumentenbond. „Voordeel van de nieuwe regeling is dat duidelijk wordt dat financiële producten niet gratis zijn. Bij hypotheken werden kosten al apart gemeld. Mensen schrikken vaak hoe hoog die zijn. En het is natuurlijk goed dat provisie geen sturend element meer is.”

Met de extra vermelding van de kosten hoopt de Tweede Kamer een zogeheten eerlijk speelveld te hebben gecreëerd. VVD, CDA en PVV wilden pas met een provisieverbod akkoord gaan als ook de verzekeraars hun kosten inzichtelijk zouden maken. Tot nog toe worden de advieskosten in de prijs van het product gebracht. De oppositie was daar sceptisch over. „Hele kerkhoven liggen vol met economen die streefden naar een gelijk speelveld, maar in de praktijk blijven er altijd verschillen”, zei PvdA’er Ed Groot bijvoorbeeld.

Op één punt zijn verzekeraars en tussenpersonen het in elk geval eens, zo bleek na het Kamerdebat. Alles staat en valt met de uitwerking in de praktijk. Want hoe berekent een grote verzekeraar zijn kosten voor een specifieke polis? En staan die kosten in verhouding tot de kosten van een tussenpersoon die een paar uur besteed voor het maken van een persoonlijk advies?

„Het moet inderdaad geen cosmetische oplossing worden”, zegt Hartman namens de tussenpersonen. „We moeten goed in de gaten houden of de afspraken gaan werken. Alle kosten moeten apart worden genoemd.” De Boer is namens de verzekeraars „sceptisch” over de verplichte vermelding van kosten. „Gaat zo’n uitsplitsing helpen? Ik hoop in elk geval dat het geen kostenslag gaat worden. Dat de aandacht volledig op kosten komt te liggen en niet op de producten. Dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat de intermediairs in hun eigen voet hebben geschoten.”