In gesprek met Saddam Hussein

Alles wat Saddam Hussein tijdens vergaderingen zei, is opgenomen. Hij blijkt een praatgrage man met een missie: alleen Irak kan de Arabische wereld leiden – iemand moet het doen.

Saddam Hussein in vrijetijdskleding, ca. 1990 Foto Polaris

In Saddam Husseins Irak waren afluisteren en klikken de norm. Kinderen luisterden hun ouders af, studenten hun docenten en ambtenaren elkaar in een geperfectioneerd systeem dat Saddam tientallen jaren de macht garandeerde. Kritiek, zelfs gefluisterd, zelfs ingebeeld, kon jaren cel of de gang naar de galg betekenen. Alleen een Amerikaans-Britse invasiemacht kon in 2003 een einde aan Saddams terreurbewind maken.

In 1989 was de Iraakse academicus Kanan Makiya de eerste die dit beangstigende systeem voor de wereld blootlegde. Tot die tijd werd Saddam in westerse landen nog toegejuicht als de Arabische De Gaulle, een moderne leider in een achterlijk gebied, zij het misschien een tikje repressief, en een seculiere bondgenoot tegen de boze baarden van imam Khomeiny’s Iran. Maar in zijn boek The Republic of Fear beschreef Makiya de totalitaire staat Irak waarin Saddam Hussein de angst voor de ander manipuleerde om zijn macht te versterken. Zelfs in het gezelschap van de andere Arabische autocraten stond Saddam hiermee op eenzame hoogte. De Mubaraks en Gaddafi’s waren erg – maar lang niet zo erg.

Waarheid

Dit alles om even het geheugen op te frissen: Saddam is immers alweer ruim vijf jaar geleden zelf opgehangen en de tijd gaat snel tegenwoordig in de Arabische wereld. Maar we kunnen nu allemaal postuum zelf met hem en zijn gezelschap kennismaken. Na de invasie van 2003 zijn namelijk bergen opnames gevonden van vergaderingen van de Iraakse top. Want niet alleen gewone burgers werden in de gaten gehouden; werkelijk iedereen werd afgeluisterd, tot in de allerhoogste contreien, als levensverzekering tegen rivalen. Een van de ondoorzichtigste regimes is hiermee een van de doorzichtigste geworden, schrijven de samenstellers van The Saddam Tapes, waarin nu een – relatief – bescheiden deel van het materiaal is gepubliceerd. Verwacht geen grote onthullingen over de inzet van massavernietigingswapens of oorlogsbeslissingen – dat was al bekend. Maar het materiaal geeft wel een unieke inkijk in de manier waarop Saddam Hussein opereerde en waarop hij met zijn directe medewerkers omging, en zij met hem.

En hoe komt Saddam uit de opgenomen bijeenkomsten naar voren?

Saddam bleek geen schreeuwer, wat je misschien zou verwachten, hij verhief niet vaak zijn stem; een heel enkele keer sloeg hij met de vuist op tafel. Misschien hoefde hij ook niet te schreeuwen; zijn ministers en andere gesprekspartners hoedden zich er wel voor om hem als het erop aan kwam tegen te spreken. Dat ging zover dat hij zich in de oorlog tegen Iran (1980-1988) tijdens een vergadering bezorgd toonde dat hij slecht nieuws niet te horen kreeg. ‘Saddam Hussein wil de waarheid, zelfs de pijnlijke.’

Hij was slim, praatte graag en veel en volgde geïnteresseerd wat zich in de buitenwereld afspeelde, in het bijzonder in de Verenigde Staten. ‘Kennis van de geschiedenis van elkaars landen is onontbeerlijk als men de juiste conclusies wil trekken’, zei hij tegen een groep bezoekende Amerikaanse senatoren in april 1990, kort voor hij Koeweit bezette. Hij had een zeker gevoel voor humor. Maar tegelijk was hij zeer gevoelig voor onzinnige samenzweringstheorieën, waarbij Amerika, de ‘hebzuchtige en agressieve’ zionisten (Israël) aan de zijde van de ‘duivelse tulbanden’ (Iran) tegen Irak optrokken.

Uit zijn eigen grootheid volgde logisch dat Irak het leiderschap van de Arabische wereld toebehoorde. Ja, Saoedi-Arabië had een hele hoop geld, maar geen mensen en geen kwaliteit, merkte hij op. Algerije lag te ver weg en was wetenschappelijk niet ver genoeg. ‘Maar Irak heeft alles wat nodig is. Het heeft zijn beschaving, het heeft genoeg inwoners, het is wetenschappelijk veel verder gevorderd dan de andere landen en het heeft een rijke geschiedenis’, mijmerde hij tijdens een bijeenkomst kort na het uitbreken van de oorlog tegen Iran. ‘We hebben niet de keuze of we het leiderschap willen aanvaarden of niet. Het leiderschap wordt ons opgelegd.’ Andere Arabische leiders, in het bijzonder de Egyptische president Mubarak, de Saoedische koning Fahd en de Palestijnse leider Arafat bekeek hij met het grootste dedain.

Saddams bruutheid komt met name tot uiting in bijeenkomsten met medewerkers na de bezetting van Koeweit in augustus 1990. Alle verzet tegen de Iraakse binnendringers moet worden vermorzeld. ‘Jullie moeten tegen hun zeggen: jullie [de Koeweiti’s] zijn nu Irakezen en als iemand dan zijn mond open doet of een geluid maakt, moeten jullie alle kogels in zijn keel leegschieten.’

Afslachten

Zijn halfbroer Sabawi al-Tikriti, chef van een van de Iraakse inlichtingendiensten die in Koeweit een nieuwe Iraakse veiligheidsdienst moest opzetten, gaf hij een paar weken later opdracht beginnende Koeweitse guerrilla-acties in de grond te stampen voor ze uit de hand lopen. Sabawi antwoordde dat hij 28 officieren van het Koeweitse veiligheidsdepartement heeft laten ‘afslachten’. ‘We ondervroegen hen ruw, heel ruw, en toen brachten we hen naar hun woningen. We lieten hun echtgenotes naar buiten komen en toen doodden we hen en staken we hun woningen in brand.’

Sabawi voegde eraan toe: ‘Meneer, dat deden we niet omdat we misdadigers zijn die het lekker vinden te doden. Maar deze methode is de beste voor dergelijke saboteurs.’

De teksten in het boek vormen maar een klein deel van de in totaal 7.000 gevonden banden. De samenstellers hebben tapes geselecteerd waarop Saddam een belangrijke rol speelde en de nationale veiligheid op de een of andere manier onderwerp van gesprek was. Niet alles wat ooit is opgenomen is teruggevonden. Een deel is kwijtgeraakt in de chaos in Bagdad na de invasie. Banden met heel gevoelige onderwerpen, zoals de Koerdische genocide (100.000 doden tussen 1986 en 1989), zijn door het regime vernietigd.

De teksten zijn thematisch gebundeld: de Verenigde Staten, de oorlog tegen Iran, massavernietigingswapens. Saddams visie op de Koerden ontbreekt omdat hierover al veel documenten zijn gepubliceerd. Een waarschuwing is op haar plaats: veel van de teksten zijn tamelijk ontoegankelijk. Maar door er ruime context en uitleg bij te geven, is dit probleem grotendeels opgelost. Hoe dan ook is het interessant door het sleutelgat mee te luisteren : ‘Breng ons sigaren!’