Ik voelde me al jong oud en zelfstandig

Daan Spoek van dancefestival 5daysoff laat xtc al jaren liggen. Zijn kick? Een tune die iets met je doet.

fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Daan Spoek

Redacteur Cultuur

Ondanks negens voor wiskunde op het lyceum stopte Daan Spoek (30) na een jaar met zijn studie econometrie. Hij tapte liever bier en organiseerde feestjes in de Melkweg. Twaalf jaar later doet hij dat nog steeds. Vandaag is de derde dag van 5daysoff, het vijfdaagse festival voor elektronische muziek dat hij sinds twee jaar leidt. Jaarlijks trekt het evenement 20.000 danceliefhebbers naar de Amsterdamse Paradiso en Melkweg. Gisteravond is Daan niet uitgeweest, al stond electroduo Justice in Paradiso. „Ik zou willen dat ik vanzelf in het ritme kwam voor 5daysoff, ik word altijd om 9 uur wakker. Maar ik heb nog een week, hè. Het is net een jetlag. Elke dag een uurtje later.”

Wat trekt je in de nacht?

„Ik heb gewoon een liefde voor elektronische muziek, in al zijn vormen. En ook voor andere muziekstromingen. Ik heb heel veel hiphop geluisterd, heel veel rock, van Snoop Dogg tot Metallica. Nu vind ik het vooral belangrijk dat het kwalitatief goed in elkaar zit.”

Hoe groeide die liefde voor muziek?

„Eerst was het gewoon uitgaan, genieten en beestachtig gek doen met je vrienden. We gingen naar Timemachine, HQ, de Melkweg en Mazzo. Zestien was ik toen.”

Waarom ging je zoveel uit?

„Samen zijn met vrienden, de muziek en ja, ook een xtc-pil. Dan begin je met experimenteren en langzaam wordt dat een maandelijkse, tweemaandelijkse happening. Het is de spanning, dat je jezelf helemaal verliest in die muziek.”

Mocht dat zomaar?

„Ik heb gewoon geluk gehad dat school zo soepel ging. Daar ben ik fluitend doorheen gegaan. Ik ging uit tijdens mijn eindexamen. Ik dacht ik combineer de Melkweg met econometrie. Voor wiskunde heb ik altijd hoge cijfers gehaald. Negens. Maar dat ging gewoon veel te hard.”

En toen ben je gestopt. Lastige keuze?

„Ik heb daar niet lang over nagedacht. Ik woonde al vanaf mijn zestiende alleen. Thuis ging het niet. Ik groeide op bij mijn vader in Amsterdam en mijn broertje bij mijn moeder in Tel Aviv. Mijn ouders zijn gescheiden op mijn vijfde en dat ging niet al te soepel. En dat is een understatement. Op mijn tiende ben ik naar Nederland gekomen vanuit Israël met mijn broertje. We gingen op vakantie naar mijn vader en zijn toen gebleven. Daarna volgde een rare periode met rechtszaken. Mijn moeder en broertje gingen terug naar Israël. Ik heb ze twee jaar niet gezien voordat alle papieren rond waren.”

Heftig?

„Ja, het was wel heftig, maar ik denk niet dat het me heeft getekend. Ik hoop het niet. Ik kom uit een Joodse familie. Mijn opa en oma zijn een concentratiekamp ontvlucht en mijn moeder is echt een tweede generatieslachtoffer. Nou wil ik het daar dus niet over hebben, want ik probeer me juist niet in een slachtofferrol te manipuleren. Ik heb alle kansen gekregen. Het heeft me op een bepaalde manier ook heel sterk gemaakt. Heel erg zelfstandig, een selfsupporting man. ’Don’t need nobody’. Mijn moeder had een jazzcafé in Tel Aviv. Ze werkte veel. ’s Avonds, overdag. Ik was veel met mijn broertje bezig, hem ophalen van school, dat soort dingen. Daardoor bleef er weinig tijd over voor vrienden. Ik voelde me al snel zelfstandig en oud. Ik weet nog dat ik de krant las toen ik zeven was. Die kocht ik zelf, in de bus naar school. Jaren heb ik dat gedaan.”

Hoe heeft dat je beïnvloed?

„Dat zal nog moeten blijken. Ik denk dat ik wel een verstoorde relatie met de liefde heb. Me laten gaan, mensen vertrouwen. Dat komt zeker wel door vroeger. Ik heb nooit veel meisjes gehad. Wel hier en daar een relatie maar dat was altijd van korte duur. Zo was het, maar zo hoeft het niet te zijn. Ik geef natuurlijk feesten, hè. Heel veel mensen willen wat van me, en daar scherm ik me voor af. Het is natuurlijk altijd de vraag of een meisje mij echt leuk vindt of dat ze op de gastenlijst wil. En, ik ben nooit van de alcohol geweest. Ik drink zelden. Het ligt me niet. Alcohol verlaagt natuurlijk heel makkelijk alle drempels om maar gewoon iemand vast te pakken. Maar de wereld is ook wel een beetje veranderd, hoor. Ik ben niet de enige.”

Hoe bedoel je?

„Ik zie veel meer mensen om me heen die een afweging moeten maken tussen hun eigen ding doen, of met iemand samen zijn en daar dus een stuk voor opgeven. De elektronische scene en het individualisme van deze tijd passen wat dat betreft ook goed bij elkaar. Op elektronische muziek dans je ook in je eentje, toch? Wat me ook opvalt in de dancecultuur is dat die generatie muziekliefhebbers steeds ouder wordt. Tien jaar geleden was het veel raarder wanneer je als dertiger ging dancen en dat is nu veel meer geaccepteerd.”

Hoe is nu je verhouding met de nacht?

„Escapisme zoals ik het zie: drugs, drank, je ogen dicht en je laten gaan gebeurt niet meer. Ik heb in geen jaren xtc gebruikt. Hoe gaat het met de productie, hoe hebben de mensen het, hoe draait deze artiest, daar ben ik op gefocust. Mijn werk is mailen en bellen. En natuurlijk lezen, muziek luisteren en excellen. Ik doe de boekhouding, zorg voor de belastingaangifte. Op mijn zeventiende wist ik al dat ik het beter voor anderen kon regelen dan zelf artiest te zijn.”

Waarom?

„Ik wilde graag waardering van anderen, als muzikant doe je het toch meer voor jezelf. Ik heb er ook geen geduld voor. Geduld is niet mijn sterkste punt. Ik moet echt twee tot drie dagen op vakantie zijn, voor ik mij kan zetten tot het lezen van een boek. Er komen honderdvijftig mails binnen op een dag, vijftig belletjes en het flitst allemaal door. Het is een aaneenschakeling van data-informatie.”

Hoe vind je dan je rust?

„Mijn aquarium, dat is mijn hobby. En plantjes vind ik ook leuk. Gewoon alles slow life. Met het oog op morgen luisteren. En voetbal is voor mij ook echt ontspannen. Ik heb me er lang tegen verzet, tegen die vorm van volksvermaak, maar ik snap nu toch waarom dat leuk is.”

Waar vind je de verdieping?

„Die zoek ik in mijn werk. Je hebt heel veel partyboeren in Nederland. Standaard promotie, standaard line-up, dat vind ik niet leuk. Ik zoek een bepaalde spanning in de programmering. Exact de juiste verhouding tussen trekkers en artiesten die mensen niet kennen. Want de kick is natuurlijk wel een nieuwe tune horen die iets met je doet. Verder bespreek ik bepaalde onderwerpen met vrienden waaraan ik me kan optrekken. En ik lees nog dagelijks de krant.”

Ooit spijt gehad dat je bent gestopt met je studie?

„Nou ja, ik bedoel af en toe.” Hij aarzelt even. „Nee, spijt vind ik een groot woord. Het was natuurlijk een teleurstelling voor mijn vader. Misschien ga ik nog wel een keer studeren. Geen econometrie. Die cijfers, dat zit wel snor. Het zou biologie zijn of psychologie. Veel van mijn vrienden zijn afgestudeerd. En ik voel me niet de mindere, maar heel af en toe toch wel. Maar ik ben ook wel heel trots dat ik er werkenderwijs ben gekomen. Dat zie je veel in de dance. Het zijn vaak self made men. Dat trekt me. Dat je geen hulp nodig hebt. Dat je het zelf kunt doen.”