Humorprofessoren

Een humorist als gasthoogleraar, het kan zomaar een trend worden. Wim de Bie geeft slimme studenten al vier weken ‘satire-les’ in Tilburg, Youp van ’t Hek begon gisteren in Delft een reeks werkgroepen die moet uitmonden in een geheimzinnig kunstwerk.

Hartgrondig het woord ‘kútwetenschappers’ roepen in de aula van een universiteit en daar een enthousiast applaus voor krijgen – dat lukt niet zoveel mensen. Youp van ’t Hek kreeg het voor elkaar, gisteravond aan de Technische Universiteit Delft, waar hij twee maanden aan het werk gaat als cultural professor.

Het ging over de neutrino’s die sneller zouden kunnen reizen dan het licht, tot bleek dat er een probleem was met de aansluiting van een kabel in het experiment. „Ik was eerst bang voor dat technische, maar sinds het verhaal van die deeltjes denk ik: ach, kom maar op. God, wat was ik blij met dat bericht.” De zaal ligt aan zijn voeten.

Gisteravond hield Van ’t Hek aan de TU zijn eerste ‘college’, een openbare lezing. Vorige maand ging, in relatieve stilte, Wim de Bie hem voor als gasthoogleraar satire aan de Universiteit Tilburg („Maar daar zijn alle grappen al over gemaakt”, aldus De Bie). Het is nog geen echte trend, maar het zou er makkelijk een kunnen worden: universiteiten die hun gastschrijver verruilen voor een gasthumorist. De universiteiten willen hun studenten meer cultuur meegeven, daar was het gastschrijverschap voor bedoeld, en nu zoeken ze het buiten de literatuur.

Van ’t Hek begint én eindigt zijn gastprofessoraat met een openbare lezing (op 11 mei); De Bie trekt de huidige hooglerarenmode om de intreerede een tijdje uit te stellen zó ver door, dat hij alleen een openbare afscheidsrede houdt (op 31 mei). En wat de populaire komieken tot die tijd met hun studenten doen, blijft geheim.

Nou, niet helemaal geheim natuurlijk. Van ’t Hek heeft twintig studenten onder zijn hoede, gelijkelijk verdeeld over faculteiten en – modern voor Delft – geslachten. Ze zijn geselecteerd op basis van een 300 woorden tellend mini-opstel over het thema van de besloten collegereeks: ‘Los van alles’ (ter vergelijking: dit artikel heeft ongeveer 900 woorden). Van ’t Hek, door de Delftse rector geïntroduceerd als „de meest gelezen columnist van ons land, die af en toe ook wat in de marketing doet voor merken als Buckler en T-mobile”, probeerde gisteravond tegelijkertijd veel en weinig over zijn plannen te zeggen.

Hij vertelde een ontroerend verhaal over zijn „echt bestaande” imaginaire jeugdvriendje Willem. En over een fictieve pensionado die een verleden als topvoetballer bij elkaar verzon. „Als je klein bent, mag je van een mooie toekomst dromen, maar als je 75 bent mag je geen mooi verleden bij elkaar verzinnen”, aldus Van ’t Hek. „Maar fantasie houdt ons op de been. Ik heb een kunstwerk in mijn hoofd, een onmogelijk kunstwerk, dat ik in overleg met de studenten wil gaan maken. Misschien zeggen zij dat het allemaal heel anders moet; zij zijn van de techniek. Ik hoop dat het twee heel leuke maanden worden.”

De avond was in elk geval al geslaagd, met veel grappen van Van ’t Hek over declaratiegretige TU’ers. Ook vertelde hij over iemand die de Volkskrant had opgezegd vanuit het idee dat Van ’t Hek dáár zijn columns in schreef. Maar dat „onmogelijke kunstwerk”, dat moest nog even van hem en de studenten blijven.

Een paar dagen eerder had Wim de Bie op een enigszins zonnig Haags terras al evenveel voorzichtigheid getoond jegens zijn studenten. Zestien stuks: allen masterstudenten uit de verschillende Tilburgse geesteswetenschappen die hun bachelor met minimaal een 7,5 gemiddeld gehaald hebben. Diverse journalisten wilden al komen kijken, of meelopen; cameraploegen stonden klaar. Maar De Bie laat niemand van buiten toe.

„Ik heb nu vier middagen college gegeven”, vertelt hij. „Ja, zo noem ik het niet hoor, college. Ik noem het ‘redactievergadering’.” Redactie van wat? „Ja, daar zijn we nu over aan het vergaderen.” Misschien komt zijn groep eind mei met een satirische publicatie, zoals een internetkrant, een blad of affiches. Misschien ook besluiten ze niet naar buiten te treden. „En nee hoor, dan vind ik het niet mislukt.”

Satire was zijn eigen onderwerpkeuze. „Ik was geheel vrij. Dus ik dacht: waar weet ik nou het een en ander van. Dat bleek heel weinig. Ja, de dichter Herman Gorter. Ik heb even overwogen die met de studenten te gaan bestuderen. En dat had gekund.” Maar het werd toch satire.

De Bie laat zijn groep elke week satirische boeken lezen, van Candide tot Don Quixote tot 1984. Tijdens de donderdagse bijeenkomsten laat hij satire zien, televisie meestal. Van alles, ook Koot en Bie. Besmuikt: „Ik wil weleens een eigen scène draaien, ja. Tot nu toe is er eigenlijk elke week wel iets van ons voorbijgekomen.” Hij merkt enthousiast op dat Kees van Kooten en hij tientallen professoren en doktoren hebben gespeeld, als typetjes. „Dat klopt op de een of andere manier, als onderwerp van satire.” En De Bie geeft de studenten schrijfopdrachten, die op een besloten website komen te staan. „Een interview, een dialoog, een bijdrage aan een studentenblad. En de sfeer is er nu dat men elkaar daarin kritiek durft te geven, ja, dat men daar zelfs om vraagt! Nu kan het echt beginnen.” Nu zijn ze ‘los’.

Van ’t Hek gaat dit weekend eerst met zijn studenten op excursie om ‘los van alles’ te komen, naar Figueres en Barcelona, in de voetsporen van Salvador Dalí. De Bie: „Echt? Als mijn studenten dat lezen, denken ze: ik wou dat ik ook bij Youp zat. Die De Bie geeft maar huiswerk, laat ons maar boeken lezen…”

Intussen vindt Van ’t Hek dat ene nachtje eigenlijk te kort. „Maar meer mochten we niet declareren.”

Ellen de Bruin