'Hulpmiddelen in de zorg kunnen veel goedkoper'

Esther Rosenberg

Nederlands grootste zorgverzekeraar Achmea wil dat een eind komt aan de geldverspilling in de markt van medische hulpmiddelen. Als afspraken worden gemaakt over de normen waaraan een goede pacemaker, kunstheup of scanner moet voldoen, worden producten uitwisselbaar en kunnen de kwaliteit en de prijzen worden vergeleken. Dat is nu nauwelijks mogelijk, waardoor ziekenhuizen er mogelijk te veel geld voor betalen.

Achmea neemt de farmaceutische industrie als voorbeeld, waarmee een paar jaar geleden eenzelfde soort afspraken is gemaakt voor medicijnen waarop de patenten waren verlopen. „In de farmacie werd duidelijk dat al die medicijnen die nét iets anders kunnen, helemaal niet verschillen”, zegt Olivier Gerrits, bij Achmea verantwoordelijk voor de inkoop van zorg. Volgens hem geldt dat ook voor medische hulpmiddelen. „Fabrikanten doen dat zo lijken. Er komen steeds innovaties, waarbij – hoe zeg ik dat netjes – niet altijd duidelijk is of die wel nodig zijn. Producten krijgen net iets andere specificaties en worden dan duurder. De markt is niet transparant en fabrikanten houden dat graag zo.”

Hierdoor zijn ziekenhuizen en zorgverzekeraars voor informatie over kwaliteit nu sterk afhankelijk van de fabrikanten. Gerrits meent dat zorgverzekeraars straks moeten kunnen zeggen: „We vinden een kunstheup goed en vergoeden hem in de basiszorg als hij aan die en die eisen voldoet. In de farmacie zorgde deze ontwikkeling voor een prijsdaling van 90 procent.”

Ziekenhuizen in Nederland betalen vaak meer voor medische hulpmiddelen dan ziekenhuizen in andere landen, zoals Duitsland en Italië. Volgens mededingingsautoriteit NMa, die de markt liet onderzoeken, ontstaan de hoge prijzen voor een deel doordat de informatie over kwaliteit en prijs „zeer gebrekkig” is.

„Dit maakt het lastig voor de inkopers, maar ook voor specialisten, verpleegkundigen en directie een goede aankoopbeslissing te nemen”, aldus de NMa.

Interview Olivier Gerrits: pagina 31