Het verlangen dilettant te zijn

Tekening Paul van der Steen

Atte Jongstra: Kristalman. Multatuli-oefeningen. De Arbeiderspers, 416 blz. €19,95

Atte Jongstra heeft een imagoprobleem. Sinds hij na de publicatie van zijn roman De avonturen van Henry II Fix (2007) lang bleef volhouden dat de fictieve Zwollenaar Fix (1774-1844) echt bestaan had, gelooft niemand meer wat hij schrijft. In het nawoord van zijn nieuwe boek Kristalman – Multatuli-oefeningen drukt hij de lezer daarom op het hart dat alles wat in het boek staat echt gebeurd is. Een poging zijn reputatie te redden?

Misschien is het vooral een manier om zich te spiegelen aan het onderwerp van zijn bundel: Multatuli (1820-1887). Die probeerde aan het slot van Max Havelaar immers duidelijk te maken dat het boek geen roman was, maar de zuivere waarheid presenteerde. Het hielp hem niets: hij zou zijn hele leven als een romanschrijver bekend blijven staan. Ook Jongstra blijft vooral een schrijver van fictioneel proza, al ontpopt hij zich in dit boek anders: als Multatulikenner en -essayist.

Naast een essaybundel is Kristalman ook een zelfportret van Jongstra. In het boek wordt de balans opgemaakt van dertig jaar lezen in de duizenden pagina’s fictie, essays en brieven van Multatuli. Jongstra heeft in die tijd niet alleen een frisse kijk op het oeuvre ontwikkeld, zijn schrijvershand is ook naar die van de 19de-eeuwse grootmeester gaan staan. De ‘springerigheid’ van zijn teksten, de soms ondoorgrondelijke stijl en het gebruik van voetnoten lijken allemaal van Multatuli geleend. Niet voor niets was Jongstra’s debuut, De multatulianen (1985), een studie over 150 jaar Multatuliverering.

Biljarter

Jongstra beschrijft Kristalman als de ‘zoveelste oefening, om via vreemde, onaangename, soms gestoorde figuren, via een omweg mijn eigen menselijkheid te proeven’. In het boek speelt Jongstra zelf een belangrijke rol: hij vertelt over de schrijverscarrière van zijn vrouw, zijn kwaliteiten als biljarter en zijn liefde voor bokking en aardappelen. Toch is het in de eerste plaats een boek over de fascinerendste en misschien wel onsympathiekste schrijver van de 19de eeuw. In dit boek wordt Multatuli haast een romanpersonage in het rijtje van Henry II Fix en Junius (uit De heldeninspecteur, 2010): een excentrieke buitenstaander die de chaos van zijn tijd het hoofd probeert te bieden.

Chaotisch was de 19de eeuw zeker, zo leren we uit Jongstra’s boek. Met een ontzagwekkende verzameling gedichten, romans, krantenberichten en advertenties schetst hij het beeld van de late 19de eeuw als een periode van versnelling en overvloed. De industrialisatie leidde Nederland de moderne tijd binnen, de trein maakte de wereld kleiner en de hoeveelheid drukwerk explodeerde. Toen de belasting op kranten in 1869 eenmaal was afgeschaft, was er helemaal geen houden meer aan.

Heel wat 19de-eeuwers probeerden die informatievloed in te dammen door rubricering en systematisering. Jongstra, zoals bekend liefhebber van encyclopedieën en encyclopedisch proza, vertelt met genegenheid over de pogingen met naslagwerken en Wereldtentoonstellingen de hele wereld in kaart te brengen. Toch is de reactie van Multatuli op de chaos hem nog liever. Die dwingt de informatie niet in kaders, maar dompelt zich erin onder. Dat leidt tot een fragmentarisch oeuvre, waarin met schijnbaar irrelevante voetnoten wordt gewoekerd. Een oeuvre als dat van Jongstra zelf dus.

Naast de encyclopedist duikt nog een verwante verschijning in Kristalman op: de ‘specialiteit’, zoals Multatuli de in zijn tijd opkomende specialisten noemde. Zij probeerden de informatieovervloed van hun tijd niet zozeer te beheersen als wel te ontkennen. Zo zagen ze er geen been in om vanuit hun bureaustoel over Indië te beslissen, luidkeels boekenwijsheden verspreidend over ‘de Javaan’. Multatuli maakte hen zijn leven lang belachelijk. Zelf had hij levenservaring opgedaan, zo leert zijn pseudoniem: ‘Ik heb veel ondervonden’. Hij wilde een dilettant zijn, ‘een persoon die een vak, eene wetenschap of kunst slechts voor zijn genoegen en dus niet met den ernst van den vakman beoefent’, volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Niet alleen de kansrekening of het schaakspel beoefende hij als liefhebber, hij was naar eigen zeggen zelfs geen schrijver. De ‘hoerige’ rol van professionele auteur wilde hij zijn leven lang niet spelen. Terwijl beroepsauteurs toegankelijke boeken schreven om hun lezers te kunnen paaien, wilde Multatuli nooit buigen voor de smaak van wat hij sarcastisch ‘Publiek’ noemde. Steeds radicaler ontwikkelde hij zich tot wat Jongstra een ‘kristalman’ noemt. Met die aanduiding probeert hij de ‘vertakkende’, steeds complexere schrijfwijze van zijn voorbeeld te benoemen. Millioenen-studiën, geschreven in de jaren 1870, is wel het meest radicale voorbeeld van een ‘kristalliserende’ tekst.

Het begon als krantenfeuilleton, maar bleek zó onnavolgbaar dat Multatuli van de redactie te horen kreeg dat hij net zo goed kon ophouden: de lezers begrepen het niet. Hij rondde het boek na jaren toch af, maar het bleef een bijna ongelezen tekst in zijn oeuvre. Jongstra, die het boek naar eigen zeggen tien keer las maar veel ervan nog niet begrijpt, besteedt een deel van zijn boek aan het bespreken van juist deze vergeten ‘kristal’. Hij durft het aan om de veelgeprezen boeken over Indië, zoals Max Havelaar en Minnebrieven, terzijde te leggen.

Dilettanten

Daarmee maakt hij het de beginnende Multatulilezer niet gemakkelijk. Wie informatie over Max Havelaar verwacht komt met Kristalman niet ver. Het boek bevat een biografisch overzicht, maar dat is vooral inzichtelijk voor de lezer die het leven van Multatuli al kent. Op het eerste gezicht is dit dus een boek voor Multatuli-‘specialiteiten’. Maar misschien is het omgekeerde aan de hand: het boek is vooral een genot voor dilettanten, voor liefhebbers van onnavolgbare citaten en eigenaardige details.

Die lezer zal in elk geval plezier beleven aan de delen ‘Borende kwesties I en II’. Hier probeert Jongstra de 19de eeuw en Multatuli zijdelings te benaderen, vanuit schijnbaar onbelangrijke onderwerpen als worst, het anagram, witte dassen of kachels. Zelfs voor de liefhebber is het aanbevolen om de stukken niet direct achter elkaar te lezen, want wat Jongstra over Multatuli zegt, geldt ook voor hemzelf: ‘men moet altijd uitkijken dat men zich aan diens geschriften niet overeet’. Hoe moeten we Kristalman noemen: merkwaardig? In de 19de eeuw betekende dat woord: het opmerken waard. Nee, het boek is meer: een essaybundel met de verbeeldingskracht van een roman.

Laurens Ham (1985) is literatuurwetenschapper. In 2011 won hij de essaywedstrijd van de Academische Boekengids met een essay over Multatuli.