Het is wel vaker de schuld van de patiënt

De zorgkosten stijgen. Dus waarom solidair zijn met mensen die hun gezondheid zélf schaden? Maar wat dan met roken? Onveilige seks?

Eerst was er de burgemeester die zei: laat die tieners zelf betalen voor de ambulance die moet uitrukken als zij zich weer eens in coma hebben gezopen. Dat was Eberhard van der Laan, Amsterdam, juli vorig jaar. Maandag was er de ziekenhuisdirecteur die zei: laat die jongeren zelf betalen voor de uren die ze op onze spoedeisende hulp liggen, als ze zoveel hebben gedronken dat ze bewusteloos worden binnengebracht. Dat was Herre Kingma van het Medisch Spectrum Twente. En gisteren volgde de verzekeraar die dat ook vond. Dat is Menzis, in grootte de vierde van het land.

Een oude discussie is plots actueel: mogen overheid en verzekeraars, ofwel de samenleving, verwachten dat mensen die willens en wetens ongezond leven zelf de doktersrekening betalen? Of een deel van die rekening? Nee, zegt senior medewerker Flip van Sloten van de Raad voor de Volksgezondheid. „De zorgverzekeringswet is de enige verzekeringswet waarin bewust niet het principe ‘eigen schuld dikke bult’ is opgenomen. Als je je auto in de prak rijdt, stijgt het bedrag dat je zelf moet betalen, de no-claim. Dat mag van de wet. Maar de zorgverzekeringswet gaat uit van solidariteit. Iedereen heeft recht op basiszorg, ook mensen die niet goed voor zichzelf zorgen.”

De kosten verhalen op comazuipers is juridisch dus niet mogelijk. Maar er kleeft ook een ethisch bezwaar aan het plan. Een andere grote verzekeraar, CZ, zegt dat zo: „Dan kun je je bij veel medische problemen afvragen of dit de schuld is van de patiënt zelf. Longkanker na het roken. Suikerziekte bij mensen die te veel eten. Hiv of geslachtsziekten bij mensen die onveilig vrijen. Het is de vraag waar dat ophoudt. Mensen die aan gevaarlijke sporten doen? Zouden we die allemaal zelf moeten laten betalen voor de zorg die ze krijgen? Zo’n samenleving wil CZ in elk geval niet.”

En er is een praktisch probleem: hoe meet je schuld en wie controleert gedrag? „Moet de buurman de verzekeraar bellen als hij ziet dat je weer te veel chips eet of alcohol drinkt?”, zegt de CZ-woordvoerder. Flip van Sloten, van de Raad voor de Volksgezondheid, zegt: „Als iemand zijn vingers eraf zaagt, is het niet te controleren of dat verwijtbaar gedrag was.”

In 2006 pleitte zijn raad ervoor de hoogte van de verplichte zorgpremie, die iedereen betaalt, te relateren aan ‘lifestyle’. Dat was onder een andere voorzitter. De raad wees erop dat het ontstaan van de „twintig duurste ziekten van de toekomst” – een analyse van het rijksinstituut voor volksgezondheid RIVM – „in hoge mate is gerelateerd aan de levensstijl van de betrokkenen.” En dat de balans tussen de ‘netto premiebetalers’ en de ‘netto zorggebruikers’ steeds schever wordt. Alleen al in de ziekenhuiszorg maakten in 2006 de duurste 10 procent van de verzekerden 70 procent van het budget op. Dat was in 1953 nog maar 43 procent van het budget.

En, zo schreef de raad, het brede publiek zou dat op een goed moment willen terugzien in de premies: dat ongezond levende mensen meer zouden moeten betalen dan gezond levende.

Toen reageerden politici en mensen in de gezondheidszorg afwijzend op zulke lifestylepremies, zegt Erik Schut, hoogleraar economie van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit. „Want uiteindelijk nemen alle mensen de hele dag risico’s die tot kosten in de gezondheidszorg kunnen leiden.” Ter relativering voegt hij eraan toe: „Mensen die ongezond leven, gaan eerder dood, dus dat scheelt weer in de kosten.”

Maar nu breken beleidsmakers zich het hoofd over de vraag hoe ze de stijgende kosten voor de gezondheidszorg kunnen terugdringen. De samenleving was vorig jaar 20 miljard euro kwijt aan ziekenhuiszorg, 20 procent meer dan in 2006. Juist die stijgende kosten, zeggen deskundigen, kunnen de solidariteit op termijn uithollen: als gezonde mensen steeds meer moeten betalen voor de ongezonden, zullen ze dat op een gegeven moment niet meer willen.

Flip van Sloten: „Dat versterkt de discussie over eigen verantwoordelijkheid. Men denkt: de zorg ís al zo duur en dan zijn kosten zoals die voor ziekenhuisopname na een zuippartij toch te vermijden?”

Zelf ziet hij meer in financiële prikkels voor artsen om een gezonde levensstijl bij de patiënt te stimuleren in plaats van voortdurend te behandelen. „Je kunt artsen belonen als ze iemand met zwaar overgewicht leren te bewegen, zodat ze weer minder last krijgen van het hart. In plaats van ze alleen te belonen voor behandelingen van het hart.”