Heb jij al een Chinese baas?

Nederlanders willen vergaderen. Chinezen willen ‘guanxi’ opbouwen, een band. ‘Als je grieperig bent, brengen Chinese collega’s kruiden voor je mee.’

Verslaggever

Wel doen: liedjes zingen met je baas in de bar. Niet doen: ’m de volgende ochtend op z’n schouders slaan bij het koffieautomaat.

Wel doen: op tijd komen op een overleg. Niet doen: zeuren als dat overleg op het laatste moment wordt afgezegd.

Wel doen: nette kleding aantrekken naar je werk. Niet doen: afkeurend kijken als iemand in trainingspak de vergadering binnenkomt. Grote kans dat hij de baas is.

Het vergt enig aanpassingsvermogen, werken bij een Chinees bedrijf in Nederland. Maar wie een exotische werkplek dicht bij huis zoekt, kan er goed terecht. De kans dat je een Chinese werkgever krijgt, neemt sowieso toe. In Nederland zijn nu zeker driehonderd bedrijven uit China gevestigd, van eenmanszaakjes tot vestigingen van megabedrijven als witgoedfabrikant Haier en elektronicafabrikant Huawei. Horeca tellen we niet mee. En wist je al dat Kruidvat en Trekpleister in Chinese handen zijn?

Het aantal groeit met minstens dertig bedrijven per jaar, meldt de Netherlands Foreign Investment Agency, die Chinese bedrijven begeleidt in hun overstap naar Nederland. Alleen uit de Verenigde Staten vestigen zich meer bedrijven in Nederland: 46 per jaar. Een Chinese baas wordt steeds normaler.

„Ik kan alleen ruzie maken met mijn Nederlandse werknemers”, zegt Atom Zhou grijnzend, eigenaar van telecomwinkel GSM-Shop achter zijn grote, lege bureau. Zhou’s kantoor zit pal naast de Chinese poort in de Wagenstraat, Den Haags eigen kleine Chinatown. „Chinezen voeren opdrachten uit. Nederlanders stellen altijd vragen voordat ze iets doen. Waarom moet dit? Kan hij dat niet doen? Dat is wel goed, het houdt je scherp. Maar soms is de maat vol. Uiteindelijk ben ik de baas en eindverantwoordelijk.” Een Chinese baas is soms beledigd bij zoveel kritische vragen. „Die denkt: daar heb ik zelf heus ook wel aan gedacht.”

Zhou, die als kind naar Nederland kwam, heeft negen belwinkels, richtte telecomprovider 88 Mobile op (speciale tarieven voor bellen naar China), geeft de China Times uit voor Chinezen in Nederland en bouwt een Aziatisch bedrijvencentrum in Den Haag, de Asian Business Court. Hij heeft drie soorten personeel: Nederlanders, Nederlandse Chinezen en Chinese Chinezen. Hij switcht voortdurend van managementstijl. ’s Ochtends bedenken wat je gaat doen bij de Chinezen, strakke agenda voeren voor de Nederlanders. Opdrachten uitdelen aan de Chinezen, overleggen met de Nederlanders.

Ja, de clichés kloppen: Chinese bedrijven zijn hiërarchischer en het belang van één persoon weegt niet op tegen dat van de groep. Maar die dingen staan niet op zichzelf. „De basisregel is guanxi”, zegt Zhou. Guanxi betekent zoiets als ‘netwerk’ of ‘relaties’. ‘Ik ga ervan uit dat jij rekening houdt met mijn belangen in jouw beslissingen, en dan doe ik dat ook voor jou’.

Guanxi bepaalt het Chinese zakendoen. Zhou: „In Nederland onderhandelen mensen eerst over een contract, en drinken pas als er een deal gesloten is. In China bouw je eerst guanxi op.” Dat doe je door met elkaar te eten en te drinken en te zingen in de karaokebar. „Als je zingt moet je iets van jezelf laten zien. Of je authentiek bent, of je je kwetsbaar op durft te stellen. Dan kan de ander besluiten: dit is een persoon met wie ik zaken wil doen.”

Guanxi verandert ook het dagelijks werk op de werkvloer. Bij guanxi hoort dat de baas tijd vrijmaakt als een zakenpartner of klant onaangekondigd binnenloopt. „Dan gaat de agenda van de baas om. Dat jouw afspraak dan wordt verschoven, is niet persoonlijk. Dat is in het belang van het bedrijf.” Nederlanders moeten die flexibiliteit leren, zegt Zhou. Niet moeilijk kijken als de vergadering wordt verzet. „Nederlanders zijn meer van het plannen.”

Joke Bruynzeel, die een ‘China Introduction Programme’ aanbiedt aan ondernemers en expats, heeft door haar werk „Chinese trekjes” gekregen. Ze plant nu veel minder.

Jaren geleden richtte ze voor zetmeelproducent Cargill in China een afdeling klantenservice op. Ze gaf er jarenlang leiding aan. Ontspannen met een kopje thee in een koffietentje: „Ik zet alle afspraken in mijn agenda en de dag ervoor kijk ik waar ik het meeste zin in heb. De rest bel ik af. Ik probeer ook niet meer op te ruimen en doe alleen nog wat nu belangrijk is.”

De traditionele Chinese manager heeft een groot, leeg bureau met alleen een asbak en een volle theekop, zag ze. De rest lig in een la. Als je iets van hem wilt – of van haar, er zijn genoeg vrouwelijke bazen in China – ga je persoonlijk langs. „Dat betekent: belangrijk! China heeft een cultuur van prioriteiten. Niet van plannen.”

Vanachter dat lege bureau deelt de traditionele Chinese manager opdrachten uit. Bruynzeel vroeg ooit – heel Nederlands – aan haar personeel: wat vinden jullie van mijn plan? „Niet doen. Je hoorde ze denken: oh nee! De baas weet het niet. We hebben een zwakke baas. Hoe gênant!” Verantwoordelijkheden delegeren is iets voor Nederlanders. Bruynzeel: „Voor een Nederlander betekent ‘kijk eens of de deur het doet’ dat je ’m repareert als hij stuk is. Een Chinees gaat kijken en verder niks.”

De opdrachten van de baas gaan altijd voor. Dat merkte Bruynzeel toen ze een secretaresse met haar baas deelde. „Ze meldde het niet eens als iets niet af was.” Om het conflict te vermijden, denkt Bruynzeel. Of uit schaamte.

Dat is een cultuurverschil dat Nederlanders moeilijk vinden. Meer dan een Nederlander is een Chinees geen eenling, maar deel van een groep. Collega’s vormen ook een groep. Harmonie op het werk bewaren is heel belangrijk en daarom ga je problemen en conflicten uit de weg.

Bruynzeel weet nog dat één van haar werknemers ter plekke bedacht dat het postkantoor dicht was, om er maar niet heen te hoeven. Toen Bruynzeel haar toch stuurde, zei ze bij terugkomst dat het postkantoor speciáál voor haar open was gegaan. Is dat liegen? Nee, zegt Bruynzeel, dat is conflict vermijden.

In een Nederlands bedrijf zou de baas ten overstaan van iedereen een uitbrander geven bij zulk gedrag. Niet doen, zegt Bruynzeel. „Je kunt beter iemand corrigeren als deze alleen is. Als de groep het ziet, is het heel beschamend voor die persoon en voor de hele groep. En ook voor jezelf. Jij verliest er status door.”

Ton Gorissen, compliance officer bij de Amsterdamse vestiging van het Chinese ICBC, een van de grootste banken ter wereld, is het groepsgevoel gaan waarderen. Samen met zijn personeelschef Lu Jia wil hij wel praten over cultuurverschillen in zijn bedrijf waar vier van de negentien medewerkers Nederlander zijn. „In Nederland gaan we conflicten niet uit de weg. In de Chinese cultuur zoek je consensus. Je maakt geen groot punt van een meningsverschil. Het gevolg is misschien dat je de discussie later nog een keer moet voeren.”

Zijn collega Lu kijkt moeilijk bij het woord ‘conflict’. „Als we een issue hebben, proberen we elkaar met redenen te overtuigen. Wij zijn bescheidener, meer naar binnen gericht.”

Guanxi – verbinding – bouw je ook met collega’s op. Daar hoort bij dat je geïnteresseerd bent in iemands welzijn en familie. „Uiteraard”, kent Lu ook Gorissens vrouw, want die gaat mee naar de bedrijfsfeestjes. Zakelijk en privé lopen meer over in elkaar, zag Gorissen.

Ja, je moet hard werken en lange dagen maken bij een Chinese werkgever, zegt Gorissen. Maar daar staat tegenover dat het bedrijf goed voor je zorgt. „Toen we na een bedrijfsuitje een opgebroken weg tegenkwamen, belde iemand iedereen na of je wel thuis was gekomen. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Als je grieperig bent, brengen collega’s Chinese kruiden voor je mee. Het is soms bijna te veel.”

Je doet alles samen, zag Gorissen. Samen lunchen, samen eropuit. Hij maakte ooit de fout zelf te beslissen wie wel naar een cursus over de bestrijding van witwaspraktijken mocht. De office manager had dat niet nodig, redeneerde hij. Een klop op de deur: waarom ik niet?

Toen hij zijn collega’s uitnodigde om met hem carnaval te vieren in Limburg – voor wie zin had – kwam iemand na een paar dagen naar hem toe: „We all want to go”.

Werken bij een Chinees bedrijf is niet zo moeilijk, zeggen ze allemaal. Als je je maar echt wil onderdompelen in een andere cultuur. Niet doen alsof het op z’n Hollands het beste gaat. Voordeel is dat Chinese bedrijven die naar Nederland komen zich óók willen aanpassen. Lu snapt het wel als haar Nederlandse collega’s naar huis willen om vijf uur om hun kinderen op te halen. „Zo gaat dat hier. Wij zijn ook flexibel.”

Lees meer over werken bij Chinese bedrijven in Nederland op Geledraak.nl.