Gregor haat kinderen die 'anders' zijn

Een kinderboek moet vooral spannend en leuk zijn, vindt Paul van Loon. Maar hij wil lezers ook „iets meegeven” door te schrijven over een blonde boef die stigmatiseert.

Paul van Loon geeft zelden interviews. Hij vindt dat zijn boeken voor zich moeten spreken – zijn inmiddels talloze boeken. Dat doen ze, want Paul van Loon is een van de meest populaire auteurs van kinderboeken in Nederland. Zijn boeken verkopen goed en behoren tot de meest uitgeleende werken van Nederlandse bibliotheken. Hij heeft al tien keer de jaarlijkse prijs voor het beste boek van de Nederlandse Kinderjury gewonnen.

Kinderen houden van zijn vorm van lichtvoetige griezel, of ‘grumor’, zoals hij het zelf noemt. Van alle vampiers, monsters en andere griezels die in zijn boeken voorkomen, is het vriendelijke weerwolfje Dolfje het meest geliefd. Dolfje Weerwolfje is eind vorig jaar door kinderen gekozen tot dé superheld van Nederland. Een held die eigenlijk niet zo dapper is, en bij uitstek ‘anders’. Misschien is Dolfje juist daarom zo geliefd. „Hij is een hart onder de riem voor misfits.”

Van Loon (56) heeft onlangs een opvallend boek geschreven. Hij zegt met SuperDolfje geen politiek statement te willen maken, maar Van Loon kan niet ontkennen dat Geert Wilders model heeft gestaan voor Gregor, die in dit boek de vijand is van Dolfje. Gregor is nieuw in de klas en heeft geblondeerd haar, als een helm achterover gekamd. Felle, donkere ogen. Hij haat kinderen die ‘anders’ zijn, die mogen niet meedoen met hem en zijn snel groeiende aanhang. En hij gebruikt zijn invloed om ‘rare hobby’s’ als tekenen, muziek en voetbal af te schaffen.

Van Loon wil wel toegeven dat hij weinig opheeft met deze denkbeelden van Gregor/Geert. Hij noemt die zelfs „gevaarlijk”, en „verschrikkelijk”. Maar het begon ermee dat hij op zoek was naar een bijzondere tegenstander voor Dolfje, die hij in dit boek als superheld wilde neerzetten.

Waarom heeft u een op Geert Wilders geïnspireerd type gekozen als vijand van Dolfje?

„Een superheld heeft tegenover zich een superboef nodig. En die heeft altijd iets bijzonders. Ik zag toen een cartoon van Wilders, met die haren en die tanden, en ik dacht: dat is een goede tegenstander voor SuperDolfje. Het is niet om een politiek statement te maken, maar hij staat ook symbool voor deze tijd, waarin allerlei dingen ineens niet goed zijn: de bibliotheken moeten verdwijnen, kunst is een rare hobby.

„Dat heeft er wel mee te maken natuurlijk. Ik ben dol op boeken, muziek en kunst. De belangrijkste dingen die er zijn, komen erg in het gedrang. Dat is zeker een reden waarom ik het geschreven heb. Ik vind het verschrikkelijk dat de helft van de bibliotheken moet verdwijnen. Ik denk dat we in een soort barbarij vervallen als het zo doorgaat.”

Gaat het niet ook om de houding van Gregor – en Wilders – tegenover mensen die ‘anders’ zijn?

„Ik vind het inderdaad heel gevaarlijk om complete bevolkingsgroepen over één kam te scheren. Wij zijn allemaal individuen en niet één groot beest. En dat geldt dus voor alle bevolkingsgroepen. Dat soort stigmatisering vind ik gevaarlijk. Denk alleen maar aan al die kinderen die opeens tot een ‘veroordeelde’ bevolkingsgroep horen! Ben je opeens onderwerp van een ‘meldpunt’.”

Je zou kunnen zeggen dat Dolfje bij uitstek de ‘anderen’ belichaamt.

„Ja, Dolfje is een rolmodel. Hij is een soort antiheld. Hij wordt door zijn familie en vrienden overal doorheen gesleept. Die heeft hij nodig om het tot een goed einde te brengen. Hij doet ook wel dappere dingen, maar daarmee alleen redt hij het niet.

„Het enige wat ik wil is een spannend, leuk verhaal schrijven dat kinderen boeit en dat ze van begin tot einde willen uitlezen. In mijn hoofd speelt zich een film af. Ik schrijf op wat ik zie.

„Ik vind het zo moeilijk achteraf om te weten hoe een boek ontstaan is omdat ik nooit een schema heb of een plan, van tevoren. Alleen een vaag idee. Voor dit boek zag ik bijvoorbeeld een ekster voorbij flitsen langs mijn raam, een witte vogel met zwarte vleugels. Ik moest denken aan Dolfje, omdat hij wit is. En met een zwarte cape: een superheld.”

Maar uw boeken zitten ook vol met maatschappelijke verwijzingen.

„Wat een boek moet doen, denk ik, is je iets meegeven. In de eerste plaats moet je een leuk boek lezen, maar misschien pik je er wel dingen uit op. Ik wil niet als een leraar met het vingertje gaan staan, maar ik stop er dingen in die spelen en die ik belangrijk vind. En ik denk dat er wel kinderen zijn die het oppikken.”

Dolfje weet niet hoe hij met Gregor moet omgaan en besluit hem uiteindelijk te negeren. Is dat een advies voor omgang met Wilders, waar veel politici moeite mee hebben?

„Nee. Dit is puur een kindergedachte geweest, ik heb er geen advies mee willen geven. Ik zag Dolfje denken: Ik moet gewoon net doen alsof hij er niet is. Een intuïtieve reactie. De dynamiek is gewone schoolpleindynamiek.”

Net als de omgangsvormen van Wilders?

„Dat is hetzelfde, in principe. Let ook eens op het taalgebruik, dat mensen niet meer met respect tegenover elkaar staan.”

Eigenlijk gedrag dat je kinderen op school afleert?

„Eigenlijk wel ja.”

Hebben er kinderen op de Wilders-figuur gereageerd?

„Ik heb nog niets gehoord. Ik krijg wel veel reacties van kinderen dat ze het een ontzettend leuk boek vinden.”

Heeft u geen boze mails van ouders gekregen?

„Nee, het is toch een genuanceerd beeld van Gregor. Die blijkt uiteindelijk heel aardig te zijn. Hij is ook ‘anders’, hij is ook een weerwolf. Wilders schijnt privé ook een aardige persoon te zijn. Maar hij doet rare dingen. Misschien zit dat in zijn verleden.”

Als u Gregor een advies zou mogen geven?

„Wees jezelf.”

Fragmenten uit SuperDolfje van Paul van Loon

Ook meester Frans komt onder de invloed van Gregor. (...)

Meester Frans glimlacht. Hij strijkt door zijn haar. Net zoals Gregor steeds doet. Best eng, denkt Dolfje. ‘Gregor heeft goede ideeën. Dingen moeten anders worden in de klas. En Gregor weet hoe dat moet!’ O jee, denkt Dolfje. Dat klinkt niet goed. (...)

‘Maar gaan we nu dan tekenen?’ Meester Frans aarzelt. Dolfje ziet dat hij even naar Gregor kijkt. Gregor schudt zachtjes zijn hoofd. Het is bijna niet te zien. Maar Dolfje ziet het wel. ‘Eh nee’, zegt meester Frans. ‘Tekenen doen we niet meer. Ik heb het gevraagd aan Gregor. Tekenles is niet nodig, vindt hij. Dat is alleen maar een rare hobby. Daar heb je niets aan. En weet je wat? Eigenlijk heeft hij gelijk.’ Dolfje kreunt. Het lijkt of de meester gek geworden is, denkt hij. Mees gelooft alles wat Gregor zegt.

Gregor heeft steeds meer vrienden in de klas. Ze lijken allemaal lid van een soort Gregor-club. Alleen Dolfje en Noura horen er niet bij. Gregor doet net of zij niet bestaan. En dus doen de andere kinderen ook zo. (...)

‘Je kunt nooit van mij winnen. Een grote groep kinderen staat achter mij. De GKDGVVGZ.’ Gregor grijnst. ‘De Groep Kinderen Die Graag Vrienden Van Gregor Zijn. Dat is meer dan de helft van de klas. Ik ben hun held. Dus jij moet weg. Net als Noura. Zij is ook anders! En dus verkeerd.’