Geen taboe op sterfwens

Ouderen die het leven ‘genoeg’ vinden, moeten hulp krijgen om er een einde aan te maken, vindt de groep Uit Vrije Wil.

Politiek redacteur

Den Haag. Mevrouw Roos uit Spijkenisse ploetert zich door het bestaan, schrijft ze, „want leven kan ik het niet noemen. Door mishandeling in het gezin en ontkenning van dat alles door broers en zussen”. Ze wil haar leven kunnen beëindigen „als het ondraaglijk wordt en geen enkel lichtpuntje meer is te ontdekken”.

De heer Stins uit Den Haag heeft dat punt al bereikt: „Ik ben 79 jaar en ben alleen. Mijn echtgenote is vier jaar geleden overleden. Ik acht mijn leven als voltooid en wens daarom een waardig einde hieraan.”

Ze hebben allebei online het burgerinitiatief ondertekend, waarin staat dat het legaal moet worden om oudere mensen te helpen bij hun sterven als zij vinden dat hun leven is voltooid. Gisteravond besprak de Tweede Kamer dat initiatief.

Uit Vrije Wil, zoals de groep initiatiefnemers zich noemt, vindt dat Nederlanders van zeventig jaar of ouder geholpen moeten kunnen worden bij hun doodswens, als zij het genoeg geweest vinden. Daarvoor moet er een einde komen aan de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding.

De voorwaarden die Uit Vrije Wil hiervoor heeft opgesteld, lijken op de manier waarop nu euthanasie wordt toegestaan. Met twee verschillen: van uitzichtloos en ondraaglijk lijden hoeft geen sprake meer te zijn. En daarom hoeft er ook niet per se een arts aan te pas te komen om het verzoek te beoordelen. In plaats daarvan moet een ‘stervenshulpverlener’ controleren of het verzoek tot hulp bij zelfdoding „vrijwillig, weloverwogen en duurzaam” tot stand is gekomen.

In 2010 ondersteunden bijna 117.000 Nederlanders het initiatief. Meer dan genoeg om het op de agenda van het parlement te krijgen, en dat op zich is al bijzonder. Pas twee keer eerder schopte een burgerinitiatief het tot plenaire behandeling in de Tweede Kamer. Die gingen over een verhoging van de AOW-uitkering en over ‘fout vlees’.

Hoe bijzonder ook, een meerderheid in de Kamer is tegen de ‘proeve van wet’ die Uit Vrije Wil heeft opgesteld. Van links tot rechts vinden politieke partijen het voorstel te ver gaan. Henk van Gerven van de SP: „Dat een individuele wens om te sterven invoelbaar is, betekent nog niet dat de maatschappij de plicht heeft om daarbij te helpen.” VVD’er Anouchka van Miltenburg: „Zelfbeschikking is een groot goed, maar je kunt niet opeisen dat de overheid jouw stervenswens moet honoreren.” Daarbij komt voor de VVD nog de afspraak met coalitiegenoot CDA om op medisch-ethisch terrein geen nieuwe stappen te zetten.

Over één ding zijn alle partijen het eens: al komt er geen wetsvoorstel, het burgerinitiatief heeft hoe dan ook winst opgeleverd. Artsenvereniging KNMG heeft naar aanleiding van de discussie een nieuwe richtlijn opgesteld, waarin staat dat een opeenstapeling van ouderdomskwalen ook onder de criteria voor euthanasie valt. En in die richtlijn is ook de morele plicht opgenomen voor artsen om patiënten met een wens tot euthanasie door te verwijzen, als een arts zelf morele bezwaren heeft.

Het taboe op de stervenswens is doorbroken dankzij Uit Vrije Wil, vat Jetta Klijnsma van de PvdA het samen. „Dertig jaar geleden begon je op verjaardagen niet zomaar over je levenseinde. Terwijl we allemaal zien dat voor iemand die de negentig gepasseerd is, het leven soms echt zo swingend niet meer is.”