‘Er zit een paradox in Steve Jobs’

In een reeks literaire liefdesverklaringen deze week turner Epke Zonderland over de biografie van Steve Jobs.

‘Begin november 2011 stond ik op Schiphol, op het punt om naar Londen te vertrekken. Daar moest ik me met een trainingsstage voorbereiden op mijn turnkwalificatiewedstrijd voor de Olympische Spelen. [Deze week maakte de rechter uit dat Zonderland nog niet aan de kwalificatie-eisen voor de Spelen heeft voldaan, RN]. Voordat ik op het vliegtuig stapte, wilde ik eerst nog even een boek kopen. Ik had daar toen echt even behoefte aan. Op aanraden van mijn fysiotherapeut kocht ik Steve Jobs. De biografie van Walter Isaacson. Ik ben altijd dol geweest op biografieën.

Steve Jobs was een goede tip. Het was ontzettend fijn om te lezen. De korte hoofdstukken zijn verhalen op zichzelf, zo kreeg ik steeds meer details over het leven van een uitzonderlijk creatieve en inspirerende man. Zonder daarvoor marktonderzoek te doen, bracht hij onder de naam Apple producten op de markt waar iedereen ongevraagd behoefte aan had.

„Des te schrijnender vond ik het om te lezen hoe Jobs noodgedwongen met werken moet stoppen. Zoals bekend werd er enkele jaren geleden bij hem kanker geconstateerd. Aan die ziekte is hij inmiddels overleden. Al vrij vroeg in Isaacsons biografie vertelt Jobs over zijn ziekte, over zijn weggeslagen toekomstplannen. Dat lijkt me verschrikkelijk. Dat je nog zoveel ideeën hebt, maar weet dat je ze nooit meer zult kunnen uitvoeren.

„Het boek deed me erg denken aan Door de pijnsgrens een biografie van Lance Armstrong die ik ooit las. In 1996 werd bij hem teelbalkanker geconstateerd. Dat is hem, in tegenstelling tot Jobs, niet fataal geworden. Sterker: hij is erin geslaagd gemotiveerd te raken, om energie te krijgen. Als topsporter moet je, zo laat Armstrong zien, supersterk zijn om een topprestatie te kunnen leveren. In zijn visie op topsport heb ik mijzelf heel erg herkend.

„Toen Jobs hoorde dat hij kanker had, heeft hij Walter Isaacson benaderd met het verzoek zijn biografie te schrijven. Dat kwam op mij over alsof Jobs Isaacson vroeg een soort heiligenleven te schrijven, waarin Jobs vooral veel zelf aan het woord zou komen. Maar het tegendeel is waar. Isaacson laat vooral de mensen om Jobs heen hun zegje doen. Voor mijn gevoel las ik een boek dat meer recht deed aan de waarheid, aan wie Jobs in werkelijkheid is.

„En in werkelijkheid bleek Jobs minder inspirerend te zijn dan ik had vermoed. Isaacson heeft Jobs’ mindere kanten niet ontweken. Samenwerken met Jobs moet verschrikkelijk zijn geweest. Volgens collega’s die in het boek aan het woord komen was Jobs een drama in vergaderingen. Hij kon heel zwart-wit denken. De ideeën die door medewerkers werden geopperd waren of extreem slecht of fantastisch. Er zat niets tussenin. Het kwam ook voor dat Jobs een week later dat ‘extreem slechte’ idee presenteerde als zijn eigen geweldige nieuwe idee. Daar maakte hij geen vrienden mee.

„Wat mij vooral is bijgebleven is Jobs omgang met zijn familie. In die omgang zit een opmerkelijke paradox. Zo heeft Jobs zijn biologische ouders, die hem ter adoptie hebben afgestaan, verweten nooit meer contact met hem te hebben opgenomen. Je zou hem hetzelfde kunnen verwijten. Op zijn 20ste kreeg Jobs een dochter die hij in de jaren daarna weinig aandacht heeft geschonken.

„Het fanatisme van Jobs spreekt mij als topsporter en fanatiek geneeskundestudent erg aan. Maar bij de manier waarop hij met zijn familie omging heb ik mijn twijfels. In dat opzicht is hij geen voorbeeld. Daarvoor vind ik mijn familie veel te belangrijk.”

Walter Isaacson: Steve Jobs, de biografie. Vert. Rob de Ridder. Het Spectrum, 720 blz. € 25,–