Een VN-prijs van gestolen geld

Mag een UNESCO-prijs de naam dragen van een Afrikaanse president die de mensenrechten schendt? De VN-organisatie moet vandaag een besluit nemen.

Redacteur Afrika

Rotterdam. Teodoro Obiang Nguema Mbasogo is een koppig man. Al vier jaar lang probeert de president van Equatoriaal-Guinee een prijs van UNESCO naar zich te laten vernoemen. In 2008 schonk hij de VN-organisatie voor onderwijs en cultuur 3 miljoen dollar voor de prijs, die in ruil voor zijn vrijgevigheid de Obiang Nguema Mbasogo Prize for Research in the Life Sciences zou gaan heten.

Maar er stak een storm van protest op. Wetenschappers, Nobelprijswinnaars en mensenrechtenorganisaties begonnen een campagne om te voorkomen dat een leider die te boek staat als een mensenrechtenschender geassocieerd zou worden met de VN-organisatie. Een ander bezwaar is de herkomst van het geld, aangezien Obiang ervan wordt verdacht miljoenen oliedollars uit de staatskas te hebben gestolen.

Onder grote publieke druk schortte UNESCO het besluit over de prijs verschillende keren op. Vorig jaar riep Irina Bokova, de directeur van UNESCO, Obiang op om de prijs in te trekken als „bewijs van edelmoedigheid”. Maar hij hield voet bij stuk.

Vandaag moet het bestuur van UNESCO, op dit moment bijeen op het hoofdkwartier in Parijs, een definitief besluit nemen.

De organisatie zit duidelijk met de prijs in haar maag. Obiang heeft in ieder geval steun van de Afrikaanse en Arabische landen in het bestuur van UNESCO, die samen 20 van de 58 stemmen hebben. Er zijn 30 stemmen nodig om de prijs in het leven te roepen, minder nog als sommige landen zich van stemming onthouden.

Om zich te verzekeren van de Afrikaanse stem heeft Obiang diep in de buidel getast. Het olierijke landje gaf vorige zomer 800 miljoen dollar uit – twee keer het jaarlijkse onderwijsbudget – om een resort te bouwen waar een top van de Afrikaanse Unie zou worden gehouden. Behalve een golfbaan en een vijfsterrenhotel hadden alle 52 Afrikaanse leiders hun eigen villa met een kok en een privélift, die leidde naar een suite met uitzicht over het strand dat Obiang speciaal had laten aanleggen.

Het charmeoffensief werkte. Tijdens de top nam de Afrikaanse Unie een resolutie aan die UNESCO opriep om de prijs ter ere van Obiang goed te keuren. In oktober vorig jaar probeerden de veertien Afrikaanse afgevaardigden in het bestuur van UNESCO een stemming af te dwingen. „In het verleden konden we de prijs in de ijskast houden dankzij de verdeeldheid binnen de Afrikaanse groep”, zei een anonieme diplomaat vorig jaar tegen persbureau AP.

Het is een erezaak geworden voor de Afrikaanse landen, die vinden dat het aanzien van Afrika wordt aangetast als de prijs wordt ingetrokken. Het debat in oktober liep hoog op, waarbij ontwikkelingslanden en westerse landen recht tegenover elkaar stonden, blijkt uit een Amerikaans ambtsbericht dat is gepubliceerd door WikiLeaks.

UNESCO-directeur Bokova wist de stemming op te schorten met het argument dat de organisatie niet genoeg inschrijvingen had gekregen voor de prijs om een winnaar uit te roepen. „Ik kan een beslissing van het bestuur niet eeuwig negeren”, zei ze tegen de Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk. „Ik heb je tijd gegeven om te handelen.”

Enkele weken later nam het Amerikaanse ministerie van Justitie voor 50 miljoen euro aan bezittingen in beslag van de zoon van Obiang. Het ging onder meer om een villa in Malibu, een vliegtuig en spullen van de overleden popster Michael Jackson. Die zouden zijn gekocht met geld dat Teodorin Obiang als minister uit de staatskas zou hebben gestolen. Daarop benoemde president Obiang zijn zoon tot plaatsvervangend ambassadeur bij UNESCO, een stap die werd gezien als een poging hem diplomatieke immuniteit te verlenen.

In november leek Obiang alsnog door de knieën te gaan. Zijn regering kondigde aan dat de president bereid was „toe te staan” dat de prijs niet „zijn naam zou dragen”. Maar mensenrechtenactivisten vonden dat UNESCO het voorstel moest verwerpen. „De UNESCO-Obiang prijs is onherstelbaar bezoedeld door de associatie met de repressie en corruptie van president Obiang’s regering”, zei de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu, die de prijs herhaaldelijk heeft veroordeeld. „De prijs een andere naam geven doet niets om aan deze bezwaren tegemoet te komen. Ook neemt dit de twijfel niet weg over de herkomst van het geld dat de prijs financiert.”