De EHBO als bezemwagen

Jongeren die zichzelf met opzet in coma zuipen moeten voortaan zelf voor de ziekenhuiskosten opdraaien. Dat is in het kort het pleidooi van de Twentse ziekenhuisvoorzitter Herre Kingma. De eerste hulp van zijn Enschedese ziekenhuis verleende vorig weekend hulp aan vijftien mensen. Veertien van hen waren jongeren met alcoholvergiftiging. Dat gaat Kingma te ver en daarin heeft hij op zich gelijk.

Hulpverleners voelen zich vaker de bezemwagen van de samenleving, die problemen maar laat voortwoekeren. Machteloze plaatselijke bestuurders grijpen dan naar ‘de vervuiler betaalt’ om bijvoorbeeld alcoholmisbruik te bestrijden. Eerder bepleitte de Amsterdamse burgemeester Van der Laan hetzelfde na een Koninginnedag waarbij de ambulance ruim 500 keer gevaarlijk beschonken mensen moest ophalen.

Feitelijk stelt Kingma het beginsel van solidariteit ter discussie: de bereidheid om als samenleving de gevolgen mee te willen dragen van elkaars onverantwoordelijk gedrag. Letsel dat door eigen toedoen ontstaat, zou niet meer gefinancierd worden. Dat is een radicaal andere keuze dan die nu wettelijk vastligt in de Zorgverzekeringswet.

Dat is minder verstandig. Het opent de weg naar verdergaande juridisering van de afhandeling van zorgkosten. Het zal leiden tot calculerend en dus tot zorgmijdend gedrag. Vermoedelijk blijft het dan ieder weekend vrij stil op de Spoedeisende Eerste Hulp in Enschede. Niet alleen de dronken jeugd zal elders worden gedeponeerd. Ook de sport- en recreatiegewonden zullen zich eerst bedenken voordat ze de drempel naar de eerste hulp nemen. Termen als voorwaardelijke of indirecte opzet en risicoaanvaarding zullen dan in populariteit toenemen. Behalve de vraag ‘waar doet het pijn’ zullen dokters ook hun patiënten moeten bevragen over de oorzaak van het letsel. „Ik viel per ongeluk met mijn hoofd in een emmer bier, dokter.” Of: „Ik verdwaalde vanochtend op het hockeyveld waarna ik werd getroffen door een bal.”

Bovendien zijn het risicobesef en het vermogen om individuele gedragskeuzen te maken bij jongeren tot 20 jaar nog niet volgroeid. Zoals hoogleraar jeugdpsychiatrie Theo Doreleijers vorig jaar in zijn oratie opmerkte over deze groep: „Adolescenten zíén de waarschuwingssignalen wel als ze voor gevaar staan, maar ze doorvoelen die niet en laten de kans om te stoppen (nogal eens) passeren.” Hun gedrag is vaak groepsgedrag. Het is dus zeer de vraag of kan worden voldaan aan Kingma’s eis dat de jonge patiënt zich met opzet in coma dronk.

De oplossing van het probleem is niet de afrekening van het ziekenhuisverblijf. Die ligt eerder bij preventie, preventie en preventie.