'Bitches' met dynamiet in hun benen

Bij de WK indoor in Istanbul bestaat de Nederlandse ploeg, naast kogelstoter Rutger Smith, uit drie talentenvolle sprintsters. Dankzij of ondanks goede coaching.

Eerst was er Fanny Blankers-Koen, later Nelli Cooman en Els Vader. En tegenwoordig Dafne Schippers, Jamile Samuel en Sharona Bakker, Nederlandse sprintsters met internationale vooruitzichten. De nieuwe namen hebben nog niet het niveau van hun voorgangers, maar wel de aanleg en de ambitie. Het is wachten op de ontluiking.

Of Nederland bij de vrouwen een sprintnatie in wording is? Bondscoach Wigert Thunnissen kan een minzaam lachje niet onderdrukken. Natuurlijk, het talent druipt van de drie atletes af, maar als hij de vraag beantwoordt ligt zijn gezicht alweer in een serieuze plooi. Thunnissen wil hoge verwachtingen temperen. Niets gevaarlijker dan beloften op voorhand de hemel in te prijzen.

Maar helemaal toevallig is deze explosie van sprinttalent volgens hem ook weer niet. „Op genetisch materiaal heb je als trainer geen invloed. Wel op coaching. Wij hebben tegenwoordig leergierige trainers die informatie opslorpen en geen geheimen voor elkaar hebben. Ego’s worden opzij gezet en informatie uitgewisseld. In de wedstrijd wil iedereen de beste zijn, maar daarbuiten trekken de coaches samen op. En dat is in het verleden wel eens anders geweest. Toen was er sprake van een eilandenrijk.”

De opvallendste van het sprinttrio in Istanbul is Schippers (19), die afgelopen zomer bij de WK in het Zuid-Koreaanse Daegu negende werd op de 200 meter. Zij begint morgen bij de WK indoor in Istanbul aan de 60 meter met een persoonlijk record van 7,19 seconden, een tijd met perspectief op een finaleplaats. Daarmee heeft ze Samuel (19) voorlopig in haar schaduw gesteld. En dat zit de Amsterdamse niet lekker. „Jaren was ik sneller dan Dafne, ze heeft me ingehaald. Ik wil haar terugpakken.”

Hordenloopster Bakker (21), de debutante in de Nederlandse ploeg, is een verhaal apart. Onder haar nieuwe trainer Purcy Marte onttrok ze zich deze winter aan de anonimiteit. De gymjuf uit IJmuiden maakte zo’n grote sprong, dat ze al voorzichtig aan de Olympische Spelen in Londen denkt. Bakkers kracht: haar techniek en de snelheid tussen de horden. Haar zwakte: de startsnelheid.

Volgens Schippers’ trainer Bart Bennema is de progressie van de sprintsters mede een gevolg van een kennisuitwisseling met buitenlandse coaches. En dan gaat het volgens hem vooral om de details, zoals de stand van de knie of het pasritme bij de start. Hoe lager de passen, des te hoger de snelheid, weet Bennema intussen. „En je ziet het resultaat”, zegt Bennema. „Want op de sprint is de toptien bij de vrouwen niet eerder zo sterk geweest. Dat blijkt ook uit de felle strijd om een plaats in de estafetteploeg. Achter Dafne en Jamile, die redelijk zeker van hun plekje zijn, is een felle concurrentiestrijd ontbrand.”

Hoewel Marte te boek staat als een eigenzinnige trainer, zegt ook hij baat te hebben bij uitwisseling van informatie onder trainers en seminars van de Atletiekunie met buitenlandse coaches. Alles in het belang van de atleten, is zijn opvatting. „Kijk, op de baan zijn we voor even geen vrienden, maar daarbuiten delen we onze kennis. Nee, dat staat mijn persoonlijke inbreng niet in de weg. Ik heb het vermogen om barrières bij atleten weg te nemen. En dat zal zo blijven.”

En wat vindt Troy Douglas, tot tien jaar geleden Nederlands beste sprinter, van de ontwikkeling bij de sprintsters? „Het zijn bitches”, zegt de bondscoach van de mannen met een bulderende lach. „Maar zonder gekheid, ze zijn goed opgeleid en hebben een goede band met hun coaches, dat merk je aan alles. Wat mij verder opvalt is hun discipline. Ja, ik denk dat ze het talent hebben om tot de top door te dringen. Waarom niet? Ik heb vooral hoge verwachtingen van de estafetteploeg. Die kan zo maar bij de topvijf van de wereld komen.”

Mooi al die loftuitingen en prachtig al die hoge verwachtingen, maar Henk Kraaijenhof heeft nogal wat op het niveau in Nederland aan te merken. De voormalige sprinttrainer die Cooman op de 60 meter ooit naar het wereldrecord van 7,00 begeleidde, zegt dat de drie sprintsters niet dankzij maar ondanks hun trainers zover zijn gekomen. „Buiten seminars van de Atletiekunie kom ik niemand bij lezingen van vermaarde sprekers tegen. Het kan zijn dat ze genoeg hebben aan Wikipedia, maar ik mis de intrinsieke motivatie om jezelf te verbeteren. Ik vind het niveau van de coaches belabberd.”

Kraaijenhof ziet ook met lede ogen aan dat Schippers, volgens hem een atlete van internationale allure, niet wordt verteld dat ze de meerkamp moet laten varen en voluit voor de sprint moet kiezen. Als ze dat niet doet, is volgens Kraaijenhof een internationale doorbraak als sprintster uitgesloten. Quasi verbaasd: „Is er dan niemand die haar dat durft te vertellen?”

Bondscoach Thunnissen kijkt wel uit. „Het is aan Dafne om haar carrière vorm te geven. Op de meerkamp haalt ze de top misschien net niet, maar ik ben niet van plan aan haar te gaan trekken.” En Bennema, haar persoonlijke trainer, zelf een voormalige tienkamper? „Wellicht later. Als ze 10,80 op de 100 meter loopt.”

De atlete zelf wil helemaal niet kiezen voor de sprint. Ze voelt zich op en top meerkampster. Alleen maar sprinten? Dat zou haar sportleven saai maken. En is ze na haar negende plaats op de WK van afgelopen zomer in Daegu ook niet gaan twijfelen? Schippers, stellig: „Nee, geen moment.”