Bezoeker werd conservator

De conservator van Museum Meermanno gaat over een jaar met pensioen. Een opvolger kan pas worden benoemd als de subsidie in september bekend wordt.

Die van mij is mooier! Zo heet de tentoonstelling die Jos van Heel, conservator van de Oude collectie van Museum Meermanno, voorbereidt. Met pretlichtjes in zijn ogen legt hij de titel uit. „Het was een kreet die de baron van Westreenen vaak slaakte als hij de verzamelingen van anderen bekeek. Hij riep: ‘Die heb ik ook!’ of ‘Die van mij is mooier’.”

De conservator heeft nog een week om de tentoonstelling af te maken, dan is de opening. Hij wil laten zien hoe het museum is ontstaan uit de passie van één man: baron Willem Hendrik Jacob van Westreenen (1783 - 1848). De baron liet zich inspireren door zijn achterneef Johan Meerman, die een indrukwekkende boekencollectie bezat. Van Westreenen werd ook een fervent verzamelaar, die bij zijn overlijden zijn herenhuis aan de Haagse Prinsessegracht en zijn collectie naliet aan de Staat.

„Het museum dat hieruit ontstond, was aanvankelijk maar een paar uur per maand open”, vertelt Van Heel. „Daar was destijds veel kritiek op. Daar kwam bij dat de collectie niet goed was ontsloten. De baron was een typische negentiende-eeuwse verzamelaar. Hij verzamelde van alles: rijk verluchte middeleeuwse handschriften, heel vroege en bijzondere gedrukte werken, maar ook munten, paneelschilderingen en objecten uit de Oudheid.”

Van Heel (64), die klassieke talen studeerde, is bijna twintig jaar in dienst bij het museum. Maar zijn betrokkenheid bij het museum begon al tien jaar eerder. Uit persoonlijke belangstelling deed hij er onderzoek en werkte hij mee aan tentoonstellingen en publicaties. Wat begon als liefhebberij, groeide uit tot baan.

Een van zijn belangrijkste projecten was het herinrichten van de zaal met de objecten van de baron die geen boek waren. Het is een typische negentiende-eeuwse museumzaal, met houten vitrinekasten vol voorwerpen. Van Heel: „Omdat deze voornamelijk archeologische collectie na het overlijden van de baron niet is aangevuld, kozen we ervoor de nadruk te leggen op de verzamelgeschiedenis.” Sinds 1960 verzamelt het museum weer boeken, uit de periode na 1850, maar net als de baron alleen met een bijzondere vorm of vormgeving. „Het gaat ons niet om de inhoud van de teksten”, zegt de conservator. „Wij verzamelen wel boeken, maar we lézen ze niet.”

Van Heel beheert alleen de oude collectie, niet de nieuwe aanwinsten. Hij inspecteerde de 20.000 boeken en 350 handschriften. Boeken en handschriften die schade hadden geleden, werden gerestaureerd. Hij liet dozen op maat maken waarin de werken veilig bewaard konden worden. De laatste maanden had Van Heel minder tijd voor dit soort werk. Het museum moest in allerijl 384.000 euro inzamelen omdat het anders geen subsidie meer mocht aanvragen bij het Rijk. Er werd een actie op touw gezet waarbij boekenliefhebbers een boek of handschrift konden adopteren – een actie die veel respons opriep. In januari organiseerde het museum een ontvangst, waarbij Van Heel de geadopteerde boeken liet zien en er iets over vertelde. De kennis die hij in de loop van de jaren heeft vergaard over de collectie, dreigt verloren te gaan als hij over een jaar met pensioen gaat. „Het duurt een tijd voordat je inzicht in de collectie krijgt”, zegt Van Heel. „Voor de kennisoverdracht is het belangrijk dat ik een opvolger krijg die ik nog zelf kan inwerken. Ik hoop dat dat het museum gegund zal zijn.” Het museum wil wel een opvolger aanstellen, maar kan pas een beslissing nemen als in september bij de bekendmaking van de rijksbegroting duidelijk is hoeveel subsidie het krijgt.

‘Die van mij is mooier!’ Hartstochtelijk verzamelen en het begin van Museum Meermanno. Tentoonstelling 17 maart t/m 20 mei.