Alles opeten tegen de honger

De wereldbevolking groeit naar negen miljard mensen. Hoe krijgen we al die extra mensen gevoed?

Van alle grote ideeën om de honger de wereld uit te helpen, klinkt deze zo gek nog niet: laten we het eten opeten dat er is. Per jaar gooien consumenten in rijke landen bijna evenveel eten dat nog goed is weg (222 miljoen ton) als er in Afrika wordt geproduceerd (230 miljoen ton). Een groeiend aantal overheden, wetenschappers, bedrijven en maatschappelijke organisaties is zich bewust van de omvang van het fenomeen voedselverspilling.

De Verenigde Naties verwachten dat de wereldbevolking in 2050 is gegroeid van de huidige zeven miljard naar negen miljard mensen. Om die goed te voeden, zal de voedselproductie met 70 procent moeten stijgen, een zware opgave. Volgens de laatste beschikbare gegevens van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) waren er in 2010 zo’n 925 miljoen mensen die te weinig te eten hadden.

Het Zweedse Instituut voor Voedsel en Biotechnologie berekende vorig jaar in opdracht van de FAO dat wereldwijd 1,3 miljard ton van het voedsel dat is bestemd voor menselijke consumptie wordt verspild. Dat is ruwweg eenderde van de totale productie. De verspilling gaat verder dan het voedsel alleen: ook de kunstmest, het irrigatiewater, de CO2-uitstoot van koeien, het transport, het pakhuis, het verpakkingsmateriaal, de winkelruimte en alle arbeid zijn voor niets geweest als het voedsel niet wordt opgegeten.

De Zweedse onderzoekers ontdekten dat er in de hele productieketen – van akker tot koelkast – voedsel wordt weggegooid. En ze merkten dat er grote regionale verschillen zijn. In Europa en de VS wordt jaarlijks in het traject van boer tot consument 290 kilo per hoofd van de bevolking verspild. In Zuid-Azië is dat ongeveer 130 kilo.

Ook de aard van de verspilling is heel verschillend, per regio en per productgroep (zie grafieken). In Afrika en Azië ligt slechts een klein deel van de verspilling aan het einde van de productieketen, bij de consument. Bewoners gaan hier heel zorgvuldig met het beschikbare voedsel om, omdat het schaars is. In het Westen wordt een veel groter deel van de verspilling door de consument veroorzaakt, simpelweg doordat de mensen het zich daar kunnen veroorloven om voedsel weg te gooien. In het geval van graan ligt zelfs ruim de helft van de verspilling bij de consument: we gooien heel wat brood weg.

Bij groente en fruit is dat anders. Daar vindt de meeste verspilling juist aan het begin van de keten plaats. In het Westen worden producten vaak afgekeurd, omdat ze net niet voldoen aan de strenge eisen die supermarkten stellen aan vorm, grootte en kleur. In ontwikkelingslanden gaat er veel verloren door bederf tijdens de opslag, verwerking en distributie. In Bangladesh bijvoorbeeld, waar het overdag gemiddeld dertig graden is. Daar worden de melkbussen op een riksja van de boerderijen naar de fabriek in de stad gebracht.