Ze kan toch weglopen?

Uit vijf nieuwe boeken komt een onthutsend beeld naar voren van de seksindustrie. ‘Er zit geen woord fictie tussen’, constateert thrillerschrijver Charles den Tex.

Een vrouw zit achter een raam op een regenachtige avond op de Oudezijds Achterburgwal op de Amsterdamse Wallen. Foto is gemaakt tijdens opnames voor een tv programma meisje is geen prostituee maar een kandidaat die van haar verlegenheid afgeholpen wordt. FOTO: BRAM BUDEL Bram Budel

Als de Verenigde Staten terreurverdachten martelen, valt de hele wereld over hen heen. En terecht. Maar het geweld waarmee vrouwen en kinderen in de seksindustrie dagelijks te maken krijgen, leidt nauwelijks tot verontwaardiging. Al meer dan tien jaar wordt erover geschreven en gepubliceerd, worden wetten aangenomen, regels uitgevaardigd en verdragen ondertekend. Overheden zeggen hardop dat vrouwenhandel aangepakt en uitgeroeid moet worden – en elk jaar groeit het aantal vrouwen dat gedwongen in de seksindustrie werkt.

Hoeveel het er zijn? Mensen in de vrijwillige kant van de sector zeggen dat hooguit 5 tot 10 procent gedwongen wordt. De andere kant zegt dat hooguit 5 tot 10 procent vrijwillig werkt. ‘Dat toont aan dat je voorzichtig moet zijn met cijfers’, schrijft Lydia Cacho in Slavinnen van de macht, een van de recent verschenen boeken over vrouwenhandel. Cacho bezocht onder meer Turkije, Cambodja, Birma, Argentinië en Mexico – landen waar vrouwen vandaan komen en verhandeld worden. Meisjes, eigenlijk, want de praktijk gaat voor een fors deel om het leveren van kinderen. Zij beschrijft de toeleveringskant van een wereldwijd opererende sector. Als de omvang ervan tot je doordringt, begrijp je waarom Cacho percentages niet meer interessant vindt.

Vrouwenhandel is een onderwerp vol grote woorden: uitbuiting, geweld, slavernij en marteling. Of je nu leest over Nederland, Duitsland en België of Birma, Thailand en Mexico, steeds lijken alleen de heftigste woorden een klein beetje van de ellende te kunnen weergeven. In de meeste boeken doen de schrijvers hun uiterste best om genuanceerd te blijven en te laten zien dat er geen eenvoudige oplossingen zijn, dat geld, macht en handel verknoopt zijn met armoede, politiek en vrijhandelsverdragen. Ze vertellen dat er ook vrouwen zijn die vrijwillig in de prostitutie of seksindustrie werken, zelfstandige en onafhankelijke vrouwen die zelf hun keuze hebben gemaakt, maar vaak lijken dat verplichte alinea’s. Uiteindelijk kunnen zij geen van allen heen om de onmenselijkheid van het systeem.

‘Het is echt niet zo dat er altijd sprake is van geweld’, schrijft Cacho. Dan weet je genoeg.

Als je een aantal boeken over vrouwenhandel leest, stompt de meedogenloos directe verteltrant al snel af. We weten dat er gedwongen prostitutie is en dat vrouwen daarin te maken hebben met geweld. We lezen erover en voor we er erg in hebben, denken we: ja, ja, nou weet ik het wel. Die gewaarwording is een schok, omdat je toegeeft aan het onvoorstelbare en daarmee besluit dat het maar onvoorstelbaar moet blijven.

Vrouwenhandel was het onderwerp van het derde deel van mijn Bellicher-trilogie, Wachtwoord. Bij de voorbereiding, in 2008, was ik op zoek naar een manier om de identiteit van de hoofdpersoon van buitenaf te manipuleren. Fysiek. Ons lichaam is een vanzelfsprekend onderdeel van onze identiteit. Lichaam en geest vormen een geheel. Het is zo logisch dat je er niet eens meer over hoeft na te denken. Bij marteling wordt lichamelijke pijn, soms tot op de rand van de dood, gebruikt om iemands geest en wil te breken. Als dat lukt, verandert er iets aan de identiteit van de gemartelde. Een gemarteld mens wordt nooit meer wie hij was. Dat is precies wat vrouwen overkomt die gedwongen in de seksindustrie werken.

Overdrijf niet, in de seksbranche wordt niet gemarteld, is de tegenwerping. Wie deze boeken leest, weet dat martelen in veel gevallen een te zwak woord is. De onverschilligheid ten opzichte van het leven van vrouwen en kinderen is soms onvoorstelbaar. Het verslag van de handel in Birma en Cambodja toont de extreme bron van de seks- en pornobranche. Het is een wereld van grote maffia-achtige kartels in China, Thailand en Japan, en van kleine, flexibele groepen die in een netwerk opereren, vooral vanuit Oost- en Midden-Europa. Allemaal hebben ze hun afnemers, ook hier in Nederland. Juist in Nederland, want tien jaar gelegaliseerde prostitutie heeft het voor de handel een stuk makkelijker gemaakt.

In mijn eigen boeken beschrijf ik misdaden en misstanden altijd minder erg dan ze werkelijk zijn. Vreselijke, wrede of stompzinnige zaken zwak ik af om het geloofwaardig te houden. Zelfs als je het allemaal weet, blijft het onvoorstelbaar. Of je nu leest over de Russische vrouwenhandelaar die een van zijn meiden met haar tepel tegen de muur spijkert omdat ze niet voldoende geld binnenbrengt of over het Birmese leger dat stelselmatig meisjes vanaf hun vijfde jaar uit afgelegen dorpen weghaalt en aan Cambodja en Thailand levert voor de seksindustrie.

Henk Werson vertelt in De fatale fuik over een rechtszaak tegen een vrouwenhandelaar. De rechter vraagt aan de vrouw die tegen de handelaar getuigt: waarom bent u niet gewoon weggelopen? Daarmee toont die rechter twee zaken. Ten eerste zijn eigen onvermogen, hij kon het zich domweg niet voorstellen dat iemand zozeer geestelijk en fysiek wordt gepijnigd dat vluchten onmogelijk is. Bovendien impliceerde hij dat de vrouw niet tegen haar zin in de prostitutie werkte, anders was ze zeker weggelopen. Ze wilde het dus zelf. En ook dat is onvoorstelbaar.

Tegen die achtergrond is het bizar hoe Nederland zich druk maakt over boerka en hoofddoek als symbolen van vrouwenonderdrukking. Er zijn misschien tien boerka-dragende vrouwen in Nederland en er zijn duizenden vrouwen en meisjes die op dagelijkse basis worden mishandeld. In de vrouwenhandel gaat het niet om symbolen, maar om the real thing.

Er wordt al jaren over bericht en elke keer lijkt het alsof de informatie nieuw is. De afgelopen maanden verschenen er vijf nieuwe boeken over de vrouwenhandel. Er zit geen woord fictie tussen. Henk Werson benadert de handel vanuit zijn ervaring als hoofdinspecteur, expert mensenhandel bij het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). In het zeldzame geval dat een handelaar schuldig werd bevonden kreeg hij een nogal korte straf – drie of vier jaar – omdat de rechter geen verband wilde leggen tussen het gebruikte geweld, gedwongen prostitutie en vrouwenhandel. De straffen in Nederland zijn laag, de meeste handelaren lachen erom. Omdat hun handel onvoorstelbaar blijft, grijpen we terug op onze eigen kaders. Straffen en vooral de daders tot inzicht laten komen dat het verkeerd is wat ze doen. Daar lachen ze nog harder om.

Het verstand staat stil. Misleiding, geweld, dreigen met geweld, vrijheidsberoving en wreedheid zijn de kern van de handel. In Meisjes te koop beschrijft Iana Matei de handel vanuit de opvang. Al meer dan tien jaar zet zij zich in om gevluchte meisjes een veilig huis te bieden, onvindbaar voor de pooiers en de handelaren. In Slaven in de polder brengen journalisten Martijn Roessingh en Perdiep Ramesar de Nederlandse situatie in kaart, zij kijken breder dan de vrouwenhandel en zien ook de jongens in de homoscene, de huisslavinnen en de seizoensarbeiders. Alle auteurs lopen op tegen het onvermogen te begrijpen wat de mannen – soms vrouwen – bezielt. De pooiers, de loverboys, de handelaren en de handlangers hebben een onwankelbaar geloof in wat ze doen en in het geweld dat ze gebruiken. Het heeft bijna iets mythisch, het is de ultieme vorm van macht om een ander mens te bezitten en als handelswaar en gebruiksgoed heen en weer te schuiven. Dat lijkt voorbehouden aan goden.

De werkelijkheid is minder verheven. Soms weten meisjes dat ze de prostitutie in gaan, maar ze weten nooit hoe ver de vrijheidsberoving en dwang zullen gaan: stelselmatige verkrachting, slaan, schoppen, ranselen en het bedreigen van familieleden.

Vaak weten de meisjes niet wat er gebeurt. Vaders – soms ook moeders – verkopen hun dochters om uit de armoede te breken; broers prostitueren hun zuster door haar te dwingen met vriendjes mee te gaan. In Bulgarije of Roemenië voor 5 of 10 euro per keer. Met een beetje doorwerken verdient ze 100 euro per dag voor haar pooier. In Turkije worden meisjes uit Rusland en de Oekraïne verhandeld. In Thailand en Cambodja zijn meisjes uit Birma te koop. Vrijhandelszones – zoals die in Europa of die tussen Noord- en Midden-Amerika en tussen Cambodja, Thailand en Vietnam – zijn het beste wat de handelaren is overkomen.

Die almaar terugkerende onvoorstelbaarheid zit in alle aspecten van de seksindustrie. In de rijke delen van de wereld wordt de seksualisering voortdurend aangewakkerd. Bij het wereldkampioenschap voetbal werd een speciaal hoerenhotel gebouwd om de mannen te bedienen. Overal wordt de gedachte gevoed dat seks te koop is. De vraag groeit en dus ook het aanbod. Gedwongen? Nee, toch? De onvoorstelbaarheid is zo hardnekkig dat het op ontkenning begint te lijken.

Door de combinatie van invalshoeken gaan deze vijf nieuwe boeken verder dan alleen een beschrijving van schrijnende gevallen. Alle vijf zijn ze gebaseerd op de praktijk, van opsporing tot opvang, en bij elkaar geven ze een breder beeld van de vrouwenhandel, van een systematische en structurele vorm van misdaad. Overheden doen van alles om de handel een halt toe te roepen, maar willen geen beperkingen in hun vrijhandelszones en zijn huiverig om de handel als georganiseerde misdaad te benaderen.

Alle inspanningen om de gedwongen prostitutie en de vrouwenhandel terug te dringen, zijn tot op heden niet genoeg om zelfs maar een vermindering af te dwingen. Het maakt niet uit hoe vaak je het leest, het blijft onvoorstelbaar wat mensen elkaar aan doen. Niet in oorlog, niet voor volk of vaderland, nee, voor niets anders dan geld. Veel geld.

Prostitutie blijft bovendien omgeven door het hardnekkige geloof – van mannen – dat de meisjes en vrouwen het toch ook zelf willen. ‘Waarom liep u niet gewoon weg?’ vroeg de rechter, de onuitgesproken mening luid en duidelijk. Volgens conservatieve schattingen werken tussen de 50 en 90 procent van alle prostituees in Nederland onder financiële, emotionele of fysieke dwang. Alleen al in Amsterdam zijn 8000 hoeren. Reken maar uit. Vijftig euro per kwartier, twintig mannen per dag. Zeven dagen per week. Zestien, zeventien, achttien jaar oud. Ze willen het zelf.

Martijn Roessingh en Perdiep Ramesar Slaven in de Polder Atlas-Contact, 224 blz. € 24,95

Henk Werson De fatale fuik TM publishers, 320 blz. € 19,90

Maria Genova Vrouwen te koop Conserve, 186 blz. € 14,95

Lydia Cacho Slavinnen van de macht Vert. door Luc de Rooy. Contact, 320 blz. € 21,95

Iana Matei Meisjes te koop Vert. Henne van der Kooij. Van Gennep, 262 blz € 16,–