We slepen ze er met de haren bij

Profvoetballers zouden zich meer moeten inzetten voor maatschappelijke activiteiten, vindt KNVB-voorzitter Michael van Praag.

Sportredacteur

Zeist. Nog niet alle profvoetballers beseffen dat hun rol tegenwoordig niet beperkt kan blijven tot het trappen tegen een bal. Tot verbazing van voorzitter Michael van Praag van de voetbalbond KNVB, die van spelers meer inzet voor de maatschappelijke activiteiten van hun clubs verlangt. „Treurig dat veel voetballers er nog met de haren bij gesleept moeten worden”, zegt Van Praag. „Uiteindelijk worden ze betaald door de bezoekers van wedstrijden.”

Het is wennen, dat begrijpt Van Praag. Maar de categorie onwillenden staat volgens hem met de rug naar de maatschappij als zij de gewijzigde rol van voetbalclubs negeren. De KNVB is die fase allang voorbij en heeft enkele jaren geleden meegewerkt aan de totstandkoming van de stichting Meer dan Voetbal. Die organisatie, waaraan ook de koepelorganisaties van eerste en eredivisie meewerken, heeft tot taak de maatschappelijke activiteiten van de clubs te stimuleren en te coördineren. En daarin is zij redelijk succesvol, want bijna alle betaalde clubs doen mee evenals een groot aantal van de bijna 3.500 amateurverenigingen. In het seizoen 2010-2011 investeerden de betaalde clubs 7,5 miljoen euro in maatschappelijk verantwoord ondernemen. En in 240 projecten werden bijna 110.000 mensen bereikt.

Daarmee is volgens Van Praag de maarschappelijke rol van voetbalclubs wel bewezen. „Het is ook van belang voor het voortbestaan van de clubs”, zegt hij. „Steeds meer mensen worden op die manier bij voetbalclubs betrokken. Voor amateurverenigingen is het zeker van importantie, want die hebben steeds meer problemen met het vinden van vrijwilligers.”

Maar de sociale activiteiten verschillen nogal. Waar grote clubs als Ajax, Feyenoord, FC Twente en PSV zich met fulltime krachten vol overgave in projecten als bijvoorbeeld ziekenhuisbezoeken en huiswerkbegeleiding of acties tegen drugsverslaving en overgewicht bij kinderen storten, beperkt een club als AZ zich tot het openstellen van het stadion voor een kop koffie met cake.

De uitwerking van projecten mag dan qua omvang verschillen, het besef dat een club niet eenzijdig een beroep kan doen op de maatschappij bij bijvoorbeeld de bestrijding van supportersgeweld is voorbij. Er worden tegenprestaties verlangd. Daarnaast stellen gemeenten tegenwoordig aanvullende eisen bij investeringen in accommodaties. Die accepteren niet langere dat er alleen maar gevoetbald wordt; stadions moet slimmer benut worden. Zo delen FC Twente en FC Oss hun stadion met een ROC en worden bij FC Zwolle kinderen met leerproblemen begeleid. Maar ook een combinatie van het stadion met kinderopvang is denkbaar.

En het heeft effect, zegt Van Praag. Hij verwijst graag naar MVV, de Maastrichtse voetbalclub die tot voor kort werd geleid door één investeerder en was teruggevallen naar categorie van bedreigde clubs. De lang genegeerde fans worden nu weer gekoesterd en langzaam maar zekere groeit de sympathie. En daarmee de betrokkenheid bij MVV. En sportief klimt de club langzaam uit het dal. De sociale initiatieven vormden het smeermiddel.

Als clubs zich zo inspannen voor hun omgeving, dan zou het volgens Van Praag mooi zijn als spelers hartstochtelijk meewerken. Met hun naamsbekendheid kunnen ze bij uitstek projecten stimuleren.

Van Praag verwijst naar Groot-Brittannië, waar voetballers al jaren bij sociale projecten worden betrokken. Daar zit het in het DNA van die clubs. „En jongens die daar spelen of gespeeld hebben, zoals Robin van Persie, Edwin van der Sar, Giovanni van Bronckhorst en Dirk Kuyt werken van harte mee. Die begrijpen het.”

Veel van diezelfde (oud-)internationals hebben een eigen foundation. Hadden die niet beter in het de stichting Meer Dan Voetbal geïntegreerd kunnen worden? Van Praag vindt van wel. Hij had liever gezien dat zij zich als ambassadeurs aan bestaande projecten hadden verbonden. Van Bronckhorst zou bijvoorbeeld voor Feyenoord actief kunnen zijn; nu begeeft zowel de club als zijn foundation zich op het sociale terrein. Van Praag: „En als dat niet lukt, lijkt me een samenwerking van Meer dan Voetbal met die foundations wenselijk.”

Een combinatie van een terugtredende overheid en de afgekondigde bezuinigingen heeft de KNVB en Meer Dan Voetbal doen besluiten met sponsorgeld een fonds op te zetten. Op die manier wordt er geld gereserveerd voor sociale programma’s die clubs niet kunnen financieren. De bedoeling is op die manier een buffer van één miljoen euro te creëren.

Van Praag: „Sponsoring is beter te verkopen als je ‘iets voor de gemeenschap’ doet. En het is ook nodig, want het geld kan niet alleen van de overheid komen.”