Verdachten willen porno niet zien

De twee verdachten in de Amsterdamse zedenzaak willen niet aanwezig zijn bij de vertoning van kinderporno in de zaak tegen hen. Dat zeggen de advocaten van hoofdverdachte Robert M. en zijn echtgenoot Richard van O.

De rechtszaak over het misbruik van 67 jonge kinderen en een tiener begint maandag in Amsterdam. Robert M. heeft het misbruik van de heel jonge kinderen bekend, zijn echtgenoot wordt medeplichtigheid bij dat misbruik verweten en hij zou zelf een tiener hebben misbruikt.

Het Openbaar Ministerie (OM) wil de rechters op 21 maart een selectie van door M. gemaakte kinderporno laten zien, tijdens een zitting zonder pers en publiek. Dit moet de ernst van het misbruik en de werkwijze van M. tonen. Daarnaast bestaat over de interpretatie van sommige beelden geen overeenstemming. Robert M. zou vinden dat geen sprake is van binnendringing in de zin van verkrachting, het OM vindt van wel.

Verdachten hebben het recht om bij de schouw aanwezig te zijn, omdat ze moeten kunnen beoordelen wat hun te laste wordt gelegd. M. liet eerder al weten dat hij er niet bij wil zijn. Hij gaf daarvoor geen reden.

De weigering van medeverdachte Richard van O. past in diens verdedigingslijn. Hij zegt dat hij nooit precies op de hoogte is geweest van aard en omvang van het misbruik door zijn echtgenoot. Van O. vindt het volgens zijn advocaat Erik van Kregten „schokkend” om te zien wat M. met deze jonge kinderen doet.

Het OM denkt dat Van O. heel goed wist wat M. met de jonge kinderen deed. Zo zou hij een keer gezien hebben dat M. beelden van het misbruik inlaadde in zijn computer. Ook haalde hij glijmiddel voor M. en verliet hij soms op diens verzoek het huis zodat M. kinderen kon misbruiken. Van O. wordt daarom medeplegen ten laste gelegd: het verregaand samenwerken bij het kindermisbruik. Dat is een zwaarder vergrijp dan medeplichtigheid. Hij kan hiervoor dezelfde straf opgelegd krijgen als M.

Het Openbaar Ministerie kan de rechtbank vragen om een bevel tot medebrenging voor de verdachten, maar het is dit niet van plan, laat een woordvoerder weten. „Wij vinden het belangrijk dat de rechters de beelden zien, niet de verdachten.”

De advocaten van zowel Robert M. als Richard van O. zullen maandag opnieuw het spreekrecht aanvechten dat de Amsterdamse rechtbank heeft verleend aan ouders van de slachtoffers. Volgens de advocaten van M. blijkt uit een heel recent arrest van de Hoge Raad dat rechters het wettelijk spreekrecht niet mogen uitbreiden. De rechtbank in Amsterdam heeft dat wel gedaan, vooruitlopend op wetgeving die dat mogelijk gaat maken.