Trainingskamp voor jazztalent

In een landhuis in het Engelse Kent krijgen tien Europese jazzmusici een week lang masterclasses . „Word impulsiever en dus aantrekkelijker.”

I n de ‘Old Barn’, een grote gerenoveerde boerenschuur bij landhuis ‘Bore Place’ in het gehucht Chiddingstone, Kent, klappen tien jazzmusici in hun handen. Een kinderspelletje in een kring, lijkt even. Maar dan een verzwaarde versie, met lastige, voortrazende ritmepatronen. De Noorse jazzdrummer Gard Nilsen bedacht ze, als uitgangspunt voor zijn nieuwe compositie.

Nilsen klapt steeds voor: cadansen van vijf- en zevenkwartsmaten als ritmische mitrailleurschoten. De musici volgen. Haperend maar steeds fanatieker, met kreten, stampende voeten of juist met de ogen gesloten. „Het is het beste je gedachten compleet uit te schakelen”, constateert de Noorse bassist Ole Morten Vagan na weer een doorloop ‘kringklappen’. Drummer Gard Nilsen knikt. „Probeer het mee te voelen in je lijf. Niet denken maar doen”, is zijn advies. „Uitgeschreven op bladmuziek is het alleen maar moeilijker begrijpen.”

Het draaide om jazz en kennisoverdracht in Bore Place – een mooi door wilde tuinen omgeven historisch landhuis met een organisch boerende farm. Na het succes van zeven Britse ‘Take Five’-edities – „expertisebevorderingsprogramma’s” op het Engelse platteland, vond de afgelopen week voor het eerst ‘Take Five: Europe’ plaats. Met Nederlandse partners als het North Sea Jazz Festival en Muziek Centrum Nederland, en festivals uit Frankrijk, Noorwegen, Polen en Engeland werden twee musici per land geselecteerd op basis van aspecten als ‘creativiteit en kansrijk voor de Europese jazz scene’. Deze tien – twee bassisten, twee trompettisten, een drummer, vibrafonist, gitarist, violist en twee saxofonisten – verblijven een week samen ‘geïsoleerd’ in een huis.

Als na een kwartier klappen het ritmepatroon onder de knie is, pakken de musici hun instrumenten erbij. Dan blijkt hoe adequaat en snel de musici nieuwe muziek adopteren, verwerken en eigen maken: vanuit een vrije improvisatie wordt het aangeleerde patroon moeiteloos ingepast. Al ziet de Britse trompettist Tom Arthurs de ritmes liever ook nog op schrift. „Dit valt niet te onthouden, na mijn eigen concerten ben ik het kwijt.”

‘Take Five: Europe’, dat 200.000 euro per twee jaar subsidie ontvangt van de Europese Unie en per land lokale partners heeft, is ontworpen om een aantal van Europa’s meest getalenteerde en opkomende jazzmusici naar een hoger plan te tillen. Onder de kandidaten in de Britse edities zaten inmiddels gevestigde namen als saxofonist Soweto Kinch, drummer Seb Rochford en Jules Buckley, dirigent van het Metropole orkest. „Ze krijgen de mogelijkheid om even ‘vrij te nemen’ van hun werk, zodat ze hun vakmanschap verder kunnen ontwikkelen”, zegt John Cumming, directeur van de Britse organisator Serious. Met workshops en toegespitst coachwerk wil Serious „een erfenis proberen na te laten die nog jaren zal voortbestaan.”

Aanzetten die blazers

Een van de Nederlandse deelnemers is de violist Oene van Geel, een echte vrije geest in de jazz, die zich door geen enkel genre aan banden laat leggen. Hij is hier met 39 jaar de oudste deelnemer, maar zeker een van de meest enthousiaste. De compositie die hij thuis schreef om hier in Engeland te presenteren, heeft deze week diverse bewerkingen en nieuwe variaties gekregen. Nu staat hij te midden van de musici zijn compositie over te dragen. „Daar speel jij het zo, met open noten, en vanaf daar is het dus: ‘looping out’. Fouten bestaan niet.”

Steeds weer laat Van Geel zijn band laagjes bouwen. Een solo op de vibrafoon, een goede groove op drums en twee contrabassen. De componist motiveert de secties in het midden met wijde armgebaren. Méér, méér, gebaart hij expressief, áánzetten hier die blazers.” En, springt de violist rond, dáár dat accent. „Heerlijk, het heeft nu echt zijn vorm.”

Bij een bezoek aan Bore Place ogen de musici al aardig overvoerd, na lange dagen van workshops – voor sommigen vertaald door tolken, en muziekrepetities in de schuur. Vooral de theoretische middagsessies, met lessen over muziekdistributie, fondswerving, communicatie/sociale media voelen aan als ‘watervallen aan informatie’. Met naast de praktische lessen: ‘wat schrijf je in je artiestenbio’, ook de ‘Dragons Den Exercise’ waarin de musici in duo’s een financieel plan moeten pitchen aan een ingevlogen expertspanel.

Het is het paradepaardje van deze ‘Take Five’-week waarin alle lessen samenkomen; een weliswaar fictieve maar creatieve oefening in het aanvragen van financiële steun bij potentiële geldschieters. „Zie het als het eten van groenten”, zegt Martel Ollerenshaw van Serious. „Ze houden er niet van, maar het is goed voor ze. Met hun nieuw verworven inzichten over budgetten kunnen ze later de boer op en hun muziek op slimme manieren verkopen aan festivals en podia.”

De Franse Céline Bonacina, de enige dame in het gezelschap, speelt baritonsax. Naam maakte ze in Franse bigbands en met twee eigen cd’s. Veel had ze deze week aan de juridische workshop van advocaat Gillian Baxter. Want juist het bestuderen van contracten, zegt ze, dáár zijn musici echt laks in. „We zijn naïef en goedgelovig. Wat tekenen we eigenlijk?”

Ontspanningsoefeningen

De ochtendsessies van theatercoach Mary McCusker werpen vruchten af in de jazzcommunity. Niet alleen doet ze ontspanningsoefeningen met de musici, ze confronteert ze ook met hun houding, hun podiumuitstraling, hun bijna tergende terughoudendheid in het contact zoeken met publiek. Het valt McCusker op hoe sommige jazzmusici hun publiek puur beschouwen als ‘getuige van hun kunst’. „Zoals jazzpianist Bill Evans eens zei: ‘Hoewel ik een professioneel musicus ben, speel ik het liefste zonder publiek.’ Ik zie ze alleen met hun instrument communiceren. Ze staan er niet echt.” Die introverte houding pakt ze aan. „Ik wil ze aanmoedigen om meer te gaan praten met hun toehoorders, meer avontuur te tonen in hun podiumpresentatie. Word impulsiever, roep ik, en dus aantrekkelijker.”

Dat helpt, zegt de Nederlandse gitarist Bram Stadhouders. Hij is niet ‘zo’n solonemer die meteen vlamt’, maar kijkt liever muzikaal de kat uit de boom met zijn soundscape-achtige jazzgolven. Heel inspirerend, vindt hij, hoe al die bandleiders, ondanks hun taalbarrières, nu samenwerken. En respect krijgen voor elkaars muziek.

Ook de vaste muziekmentor van het Take Five-programma, de gelauwerde Britse rietblazer/instrumentalist John Surman, aanschouwt de ontwikkelingen in de eerste Eurojazz groep met een zekere tevredenheid. Zijn doel: ‘to pilot everybody’s ship home’. „Ik let in het bijzonder op de musici die eruit vallen. De stille, de geslotene. Ik voel met hen mee. Jazz, de vrije geïmproviseerde muziek, is een ingewikkelde beroepskeuze. Je staat op jezelf, dient makkelijk te switchen tussen genres en je moet leren samenwerken. Cv’s zeggen mij niets. Ze laten het horen. Ik stuur bij en gooi af en toe wat kolen op het vuur.”

Het zijn profs, zegt Surman, dat voel je aan alles. Hij beoordeelt hun composities en stuurt bij. Muzikale vriendschappen ontstaan. Zo hebben violist Oene van Geel en trompettist Tom Arthurs plannen om samen muziek te gaan opnemen. En voelt gitarist Bram Stadhouders muzikale connectie met de Franse vibrafonist Benjamin Flament.

Een van de uitkomsten van deze Eurojazzweek is de formatie van een band. Het tentet speelt deze zomer op diverse Europese festivals, zoals North Sea Jazz. Een beter uithangbord voor de Europese toptalenten is niet denkbaar. „Ik ben doodmoe maar zo geïnspireerd geraakt”, zegt trompettist Tom Arthurs, wiens nieuwe cd net uit is. „We spelen eigenlijk niet veel met generatiegenoten uit andere landen. Verbazingwekkend hoe flexibel we nu elkaars muziek omarmen en uitvoeren. Maar ook hoe we deze week zijn uitgedaagd. Ik heb meer van mijzelf, zowel privé als muzikaal, getoond dan ik ooit dacht te doen.”