'Succes van Stieg Larsson bracht ons wel op ideeën'

Achter de succesvolle thrillerauteur Lars Kepler, schepper van inspecteur Joona Linna, gaat het Zweeds echtpaar Ahndoril schuil: „Wij doen alles samen.”

De vuistdikke nieuwe thriller van Lars Kepler is onvermijdbaar geworden in Europa. Het boek is, in clichématig uitgeversjargon, een ‘onverbiddelijke bestseller’.

Ook in Nederland kun je geen station betreden zonder het manshoge omslag van Getuige, het derde in Keplers reeks over de goedmoedige Zweedse inspecteur Joona Linna, in het oog te krijgen.

Boekhandels leggen Getuige in hoge stapels voorin de winkel; het boek staat op nummer vier van de top-60 van de CPNB en is op dit moment de bestverkochte roman voor volwassenen.

Als je de drie delen naast elkaar ziet liggen, denk je vooral: iemand heeft het immense succes van Stieg Larssons Millennium Trilogie willen evenaren. Als je dan ook nog weet dat Lars Kepler een pseudoniem is van een uiterst fotogeniek Zweeds schrijversechtpaar dan zou je kunnen denken dat die hele Lars Kepler een cynisch en geslaagd opzetje is om geld te slaan uit onze nieuwe verslaving aan drie-steens Zweedse boekenmuurtjes.

„Ik zweer het, zo is het niet gegaan”, zegt Alexandra Ahndoril, van Portugese komaf en soms navenant temperamentvol. „Het succes van het eerste boek heeft ons en onze Zweedse uitgever compleet overrompeld. Sterker nog, we wilden helemaal geen thriller schrijven. We wilden een kinderboek schrijven!”

Alexander, haar man, valt haar bij. De gelikte publiciteitsfoto’s en de zieke inhoud van hun thrillers zijn een slechte voorbereiding op de zachte beleefdheid die de heer en mevrouw Kepler kenmerken. „Het is echt een uit de hand gelopen project geweest en geen poging om makkelijk rijk te worden via het succes van een ander. En bovendien gaan wij geen trilogie schrijven; het worden acht boeken. Het is begonnen toen ons kinderboek maar bleef wankelen en ten slotte omviel…”

„We schrijven ook al langer”, valt Alexandra bij, „Alexander heeft een roman over Ingmar Bergman geschreven en ik een over [astronoom] Tycho Brahe. Dus nee, we zijn geen cynische geldwolven.”

„We waren wel blij met het succes van Stieg Larsson. Het bracht ons op ideeën toen we eenmaal hadden besloten om dan maar een thriller te schrijven”, zegt Alexander. „De verdienste van Larsson is dat hij de Zweedse thriller uit het keurslijf van de pure police procedural heeft gehaald. Na hem vonden uitgevers het sneller aanvaardbaar als thrillers over iets anders gaan dan puur een politieonderzoek dat van aanwijzing één naar aanwijzing twee hobbelt, en zo verder. Na Larsson werd de vorm vrijer en daarvan hebben we geprofiteerd. We lazen trouwens niet buitengewoon veel thrillers. Het schrijven is vooral aangezwengeld doordat wij allebei al twintig jaar lang iedere avond een speelfilm kijken. U zult dat wellicht niet kunnen geloven”, voegt hij eraan toe. „We haalden er iedere week zeven bij de videotheek en merkten dat we altijd de thrillers als eerste bekeken. Dus na het mislukken van het kinderboek viel de keuze op dat genre.”

Dat heeft goed uitgepakt. Niet alleen de kwantiteit van de boeken is ruim, ook de kwaliteit is hoog.

Hypnose, het eerste deel over Joona Linna, is een boek over een psychopathisch kind en het is in veel opzichten verrassender dan Larssons werk. Alexander: „Dat kind was doodeng.” Alexandra vertelt dat ze tijdelijk hun huis, dat model stond voor het huis waarin in Hypnose de gruwelen geschieden, hebben verlaten wegens de naargeestige associaties die ze erbij kregen.

Ook dat is niet moeilijk te geloven. De Ahndorils zijn ontzettend aardige, zachte mensen; waar halen ze die zieke Lars Kepler dan eigenlijk vandaan?

„Kepler overkomt ons een beetje, dus dat weten we niet echt. We schrijven anders dan andere schrijversechtparen”, zegt Alexander, mogelijk doelend op Nicci French, achter wie ook een echtpaar steekt.

„Andere echtparen verdelen personages of hoofdstukken. Wij doen alles samen en iedere passage verlaat via ons beider hoofden de computer.”

Dat is te merken: in tegenstelling tot French wekt Kepler inderdaad de indruk één auteur te zijn.

In die zin bestaat hij dus wel degelijk. „Precies”, aldus Alexandra. „Hij heeft zelfs een eigen Facebook-pagina. Maar daar presenteren we ons eigenlijk steeds meer als Alexander en Alexandra. We antwoorden lezers steeds meer als onszelf. Dat doen andere schrijvers ook niet.”

De Ahndorils zijn inderdaad anders. In de goede zin des woords.

Lars Kepler: Getuige. Uitgeverij Cargo, 544 blz. € 19,90