Sorry, de winkelbediende neemt geen klachten aan over SS-jassen in etalage

Zelden voel ik me zo Europees als wanneer ik hier in Indonesië een hakenkruis zie. Het nazisymbool is voor ons zo synoniem aan het kwaad, dat het een bijna fysieke reactie opwekt.

Je schrikt ervan, huivert, kunt het onmogelijk negeren. Maar hier zie je het gewoon in de etalage.

Zoals in de Cherokee-zaak in het chique winkelcentrum van Pondok Indah, waar ze schoenen, kleding en accessoires verkopen. Tussen de legershirts hangt ook een SS-uniform. Ze verkopen stickers en hangertjes met een swastika. En naast de Amerikaanse vlag hangt een enorme rode vlag met een hakenkruis.

Wie koopt dat nou? Winkelbediende Rindi vertelt dat het vaak tieners zijn. Jongens die in een bandje spelen en er stoer uit willen zien. Een enkele keer gaat het om mensen die hele verhalen tegen hem ophangen over dat het niet klopt dat Hitler zoveel joden heeft vermoord.

Het zal allemaal wel. Als hij maar verkoopt, dan krijgt hij weer wat commissie. En nazispullen zijn momenteel niet bijster populair, zegt hij, Amerikaanse symbolen doen het beter.

Alleen buitenlanders hebben problemen met de nazicollectie, zegt Rindi. Zoals de Duitser die furieus de winkel binnenviel om te klagen over een jas met het nazisymbool, die aan een etalagepop hing.

Zoals alle Javanen klapte Rindi helemaal dicht bij het zien van zo veel woede. „Sorry, wij nemen geen klachten aan over nazi’s, u moet bij het management zijn”, zei hij. Maar zijn baas droeg hem op de jas te laten hangen, iemand zou hem vanzelf kopen. En dat gebeurde ook.

Met dezelfde vanzelfsprekendheid zeggen mensen hier dat Hitler „zo’n sterke leider was”. Dat zei een vrouw met wie ik voor het eerst iets ging drinken, toen ik net in Indonesië woonde. Pardon? Ik heb haar maar niet meer gebeld.

Aanvankelijk dacht ik dat het een kwestie was van antisemitisme geïnspireerd door de islam. Maar in boeddhistische landen in Azië, gebeurt precies hetzelfde.

Ook in Thailand of Birma verkopen winkeliers naziparafernalia net zo vanzelfsprekend als Che Guevara-posters. Het is hun trauma niet. De meeste mensen die die spullen aanschaffen zien er waarschijnlijk net zo min kwaad in als de Europeaan die een Mao-shirt koopt.

Bovendien weet men hier niets van de Tweede Wereldoorlog af. De gekste theorieën worden verspreid – en geloofd. Zo ligt in de populaire boekhandel Gramedia – naast een hele stapel van Mein Kampf, ‘de bijbel van de nazi’s’ – het boek Hitler ging dood in Indonesië.

Volgens dit boek van Ir. K.G.P.H. Soeryo Goeritno MSc. pleegde Hitler geen zelfmoord, maar vluchtte hij naar het Indonesische eiland Sumbawa. Daar leefde hij rustig verder onder de naam dr. Poch.

Hij trouwde met een Indonesische, bekeerde zich tot de islam en stierf in 1970 vredig in Surabaya, met als laatste woorden ‘Allah is groot’.

Als bewijs staat het boek vol foto’s van deze besnorde Duitser, die toch bar weinig van de Führer weg heeft.

Winkelbediende Rindi heeft zijn kennis over het Derde Rijk voornamelijk van een klant, die net een scriptie over de nazi’s had geschreven. Van hem hoorde hij dat die gruwelijke moordpartijen van Hitler nooit kunnen hebben plaatsgevonden. „Want er wordt gezegd dat hij in 1976 vijfduizend mensen heeft gedood. Maar volgens het bevolkingsregister wóónden er toen helemaal niet zoveel mensen.”

Tja. Op de vraag of Rindi zelf gelooft dat Hitler miljoenen joden heeft laten vermoorden, haalt hij zijn schouders op. Hij heeft er nooit over nagedacht, en het interesseert hem totaal niet.

Elske Schouten