Scapino en de miljoenendans

De toekomst van het oudste dansgezelschap van Nederland is onzeker. Als het in 2013 geen subsidie krijgt is het ‘over en uit’.

Succesvol Scapino: dansers in de barokvoorstelling Pearl van Ed Wubbe, die bijna is uitverkocht; alleen in Heerlen en Maastricht is nog plek. Foto Hans Gerritsen

Een dansgezelschap dat wegens succes een extra voorstelling geeft – het is in de Nederlandse danshistorie niet vaak voorgekomen. In die zin is Pearl van Scapino Ballet Rotterdam ook echt ‘de Baroksensatie’ geworden, zoals het gezelschap zelf al ruim vóór de première in allerlei publiciteitsuitingen beweerde.

Alle voorstellingen van Ed Wubbes jongste avondvullende choreografie zijn uitverkocht. „Jaaa, er zijn nog acht kaarten”, zegt een medewerker om, na een korte stilte voor het effect, toe te voegen, „waarvan zes in Heerlen en twee in Maastricht.” Op de website van het gezelschap staat te lezen dat ook voor het programma Kathleen Plus – ‘de dansvoorstelling van het jaar’ in Scapino-termen – al 16.000 mensen een kaartje kochten. Songs for Drella, geïnspireerd op het gelijknamige album over poparticoon Andy Warhol, was vorig jaar ook al een schot in de roos.

Het gaat dus goed met het oudste dansgezelschap van Nederland. Want dat is het Scapino Ballet: de groep werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht door Hans Snoek, die met haar ‘balletgezelschap voor de jeugd’ hele generaties voor het eerst in aanraking bracht met toneeldans, met theater überhaupt. De schoolvoorstellingen, ingeleid door de wit geschminkte Scapino-figuur, maakten diepe indruk op de jonge kinderen die in een tijd zonder televisie, videospelletjes en internet zo goed als niets gewend waren. Mede daardoor werd het Scapino Ballet een begrip. Zelfs mensen die weinig of niets weten van de dans in Nederland, kennen de naam. Wie bekend is met de vaderlandse dansscene, heeft het gevoel dat Scapino er altijd is geweest. En er (dus) ook altijd wel zal blijven.

Concurrenten

Dat laatste is onzeker geworden. In de plannen van staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) is binnen de zogenoemde basisinfrastructuur plaats voor vier (in plaats van zoals nu zeven) dansgezelschappen die een meerjarige subsidie van het Rijk krijgen. Tenzij er heel rare dingen gebeuren, zijn drie plekken al vergeven. Het Nationale Ballet gaat in Amsterdam de functie van, de naam zegt het al, nationaal balletgezelschap vervullen. In Den Haag wordt het Nederlands Dans Theater de groep die zich specialiseert in moderne dans met een internationale uitstraling en in Arnhem krijgt Introdans de taak naast grootschalige producties ook jeugddans te produceren.

Voor de overgebleven vierde plaats heeft het ministerie maar liefst vijf aanvragen ontvangen. Uiteraard van de drie gezelschappen die nu in die basisinfrastructuur (bis) zitten: behalve het Scapino Ballet Rotterdam, zijn dat Noord Nederlandse Dans uit Groningen en het Tilburgse Danshuis Station Zuid. Maar daarnaast kwamen aanvragen van het Groningse gezelschap Club Guy & Roni en het Internationaal Danstheater uit Amsterdam, beide tot op heden gefinancierd door het Fonds Podiumkunsten.

Op grond van de succesvolle producties van de laatste tijd zou je kunnen veronderstellen dat Scapino Ballet Rotterdam een goede kans maakt op die vierde plaats. Zakelijk leider Harald Moes klinkt dan ook stellig: „We hebben een enorm succesvol jaar achter de rug, ons plan voor 2013-2016 is goed, we voldoen aan alle instapnormen, inclusief de eigeninkomsteneis van gemiddeld 17,5 procent.”

Dat laatste was overigens wel kantje-boord: in 2010 verdiende Scapino op eigen kracht 15,5 procent van het ontvangen subsidiebedrag via kaartverkoop en, zeer mondjesmaat, ‘derde geldstromen’. Daardoor leek Scapino’s laatste uur te hebben geslagen. De cijfers over 2011 echter, vertelt Moes, laten een verbetering zien naar 19,9 procent eigen inkomsten, wat het gemiddelde op 17,7 procent brengt. „En een norm is een norm”, zegt hij met nadruk op elk woord.

Veel collega-gezelschappen, ook de directe concurrenten voor de vierde bis-plaats, zitten nu al ruim boven de instapnorm voor podiumkunsten die op 1 januari van kracht wordt: 21,5 procent eigen inkomsten. Als Scapino volgend jaar door mag in de basisinfrastructuur, haalt het dat percentage gemakkelijk. Niet omdat het zoveel extra eigen inkomsten krijgt, maar omdat de subsidie slinkt. Het Rijk geeft het nu nog ruim 2,7 miljoen per jaar, per 2013 wordt dat maximaal 1,5 miljoen. (Scapino vraagt dat bedrag voor komend jaar aan.) De verhouding tussen subsidie en eigen inkomsten komt daardoor automatisch anders te liggen.

Tientjesleden

Op de Scapinoburelen aan de Eendrachtsstraat heeft men, wakker geschud, de laatste tijd ijverig initiatieven ontplooid om naast inkomsten uit kaartverkoop meer eigen geld te verdienen en zo ‘ondernemerschap’ (een eis van de staatssecretaris) te tonen. Bezoekers kunnen, met een knipoog naar de VPRO, ‘tientjesleden’ worden, wat tot op heden een kleine 10.000 euro opleverde. Naast de al bestaande Vrienden van Scapino (25 euro per persoon) is een Business Corps de Ballet opgericht. Voor een bedrag vanaf 2.500 euro krijgen bedrijven bepaalde voorrechten en kijkjes achter de schermen, terwijl het gezelschap zo zijn tentakels in het Rotterdamse bedrijfsleven hoopt te slaan. „We waren al langer met die businessclub bezig, maar nu groeit die plots vrij gestaag”, zegt Moes. „In toenemende mate toont het Rotterdamse bedrijfsleven interesse in een relatie met Scapino.”

Scapino Ballet Rotterdam is, vindt Moes, de logische kandidaat voor plek nummer vier. Toch lijkt de drift waarmee het gezelschap nu in de media tamboereert op recente successen op enige onzekerheid te wijzen. Want Scapino mag dan wel dat „ijzersterke merk” zijn met die lange staat van dienst, het Scapino van nu is in artistieke zin al lang niet meer het Scapino dat Hans Snoek ooit oprichtte. Toen Ed Wubbe twintig jaar geleden aantrad als artistiek leider, wilde hij eigenlijk van de naam Scapino af. „Het is een goede zaak als het Scapino Ballet de Wubbe Dance Company wordt”, zei hij destijds in een interview in Trouw – om te moeten concluderen dat het pure kapitaalvernietiging zou zijn om de naamsbekendheid van de groep zomaar op te geven.

Notenkraker

In de jaren die volgden schudde hij wel de artistiek-ideologische Scapino-veren af. Hij mikte met de programmering eerder op twintigers dan op schoolgaande jeugd en verving het oude Scapino-repertoire geheel met nieuw werk van eigen hand en van gastchoreografen die pasten bij de stijl die hem voor ogen stond voor zijn imaginaire ‘Wubbe Dance Company’. Als laatste verdween Armando Navarro’s Notenkraker van het repertoire. Zelf maakte hij in de jaren negentig en de eerste jaren van het nieuwe millennium met regelmaat avondvullende werken, waaronder Romeo & Julia, Nico, The Schliemann Pieces en Orfeo Shows/Operation Orfeo. Voorstellingen van zeer wisselende kwaliteit, zo oordeelde in 2004 de Raad voor Cultuur, die al eerder een gebrek aan artistieke visie signaleerde en aandrong op verandering.

Wubbe revancheerde zich. Met name het besluit de jonge Duitse choreograaf Marco Goecke als ‘choreograaf in residence’ aan te trekken was een gouden greep. Met zijn maffe, neurotische, gevoelige en humoristische werken is Goecke een van de opmerkelijkste hedendaagse dansmakers en internationaal zeer in trek. Ook Nederlands Dans Theater voert werk van Goecke uit, iets wat Wubbe en de zijnen knarsetandend moeten toelaten: een dergelijke dubbeling komt wel erg ongelukkig in een tijd waarin van gezelschappen wordt gevraagd onderscheidend en origineel te zijn. Maar met zijn zeer persoonlijke signatuur heeft Goecke het seizoensrepertoire van Scapino een welkome impuls gegeven, erkende de Raad voor Cultuur in 2008.

Maasstad

Artistiek staat Scapino Ballet Rotterdam er dus (weer) relatief goed voor. De vlag uit? Dat zou voorbarig zijn. Alleen al wegens de standplaats kan het gezelschap nog niet gerust zijn. Het Westen is al rijk bedeeld met twee grote groepen, wat de kansen van de Maasstad op een eigen bis-gezelschap niet vergroot. Het kabinet wil immers regionale spreiding bij de verdeling van subsidies. En dan zijn er liefst twéé aanvragen binnengekomen uit het cultureel onderbedeelde Noorden. Als artistieke diversiteit wordt meegewogen, zou Club Guy & Roni met zijn multidisciplinair danstheater in aanmerking kunnen komen voor rijksondersteuning. Zij halen de instapnormen en voldoen ook aan de eis dat een groep niet exclusief op het werk van één choreograaf mag leunen, aldus Guy & Roni’s business manager Frits Selie. „Hoe je de artistieke kwaliteit van onze voorstellingen ook inschat, ánders zijn we wel”, lacht hij.

Harald Moes vindt het niet kies om uitspraken te doen over de vraag van welke collega Scapino de sterkste concurrentie ducht. „Bovendien vinden wij dat wij niet thuishoren in de categorie van de andere vier aanvragers. Wij horen bij de grote gezelschappen. Ook qua marktpositie: we treden op in alle theaters van het land, ik heb voor het volgende seizoen al weer meer dan tachtig voorstellingen geboekt. Schouwburgen willen zien wat wij brengen, ze willen geen kleine dansgroepen. We zullen er dan ook naar streven dit volume vast te houden.”

Door de bezuinigingen, licht Moes toe, is een krimp van het tableau per 2013 onvermijdelijk; van twintig naar veertien dansers. Er zal tijdelijk een groter beroep worden gedaan op stagiaires. Zo gauw de (extra) financiële mogelijkheden het toestaan, worden nieuwe dansers aangenomen om weer groot bezette voorstellingen te kunnen presenteren.

En wat het regionale aspect betreft? Moes ziet het probleem niet. „Wij bespélen de regio. Dat is essentieel. Van de 80 optredens spelen we er 55 tot 60 buiten de stad. Het afgelopen jaar stonden we in tien steden in Brabant. Ik wist niet eens dat er zo veel waren.”

Ook over de gemeentelijke subsidie maakt hij zich geen zorgen. Het feit dat er geen inniger relatie tot stand is gekomen met Conny Janssen Danst, een wens van de gemeente, ziet hij niet als bedreiging voor de gemeentelijke subsidie van nu circa 1,2 miljoen euro. „De gesprekken met Conny dateren al van vóór de uitgangspuntennotitie van de gemeente en er is nooit sprake geweest van een harde fusie-eis. De gemeente heeft gezegd dat van de drie grotere gezelschappen die nu in de stad actief zijn, bij voorkeur één stadsgezelschap overblijft. Die functie hébben wij al.”

Maar toch. Hoe handig en overtuigend Moes alle vragen ook pareert, in een interview in Dans Magazine sluit artistiek leider Ed Wubbe niet uit dat, gezien Zijlstra’s omineuze uitspraak dat ‘niemand veilig is’, het per 1 januari 2013 wel eens afgelopen kon zijn met het 67-jarige gezelschap. „Als we geen bis-gezelschap blijven, is het over en uit met Scapino”, aldus Wubbe, die dit jaar met een dubbel gevoel zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider viert.

Mocht het zo uitpakken, dan hebben de Scapinezen één troost: dat ze op hun hoogtepunt zijn gestopt.