Nierdonor moet ook zijn afweer doneren

Nierpatiënten die een nieuwe nier krijgen kunnen beter ook een deel van het afweersysteem van hun donor krijgen. Dat verhoogt de kans dat de afweeronderdrukkende medicijnen die orgaanontvangers nu levenslang moeten slikken niet meer nodig zijn. Die medicijnen moeten de donornier beschermen tegen aanvallen van het afweersysteem van de ontvanger, maar ze hebben vaak ernstige bijwerkingen, waardoor na verloop van jaren bijvoorbeeld ook het donororgaan wordt aangetast.

Het idee voor de techniek stamt al uit het begin van de jaren tachtig. Nu lijkt een geschikte methode gevonden, vooral door de keuze van het type bloedstamcellen dat de orgaanontvanger een dag na de transplantatie krijgt toegediend.

Amerikaanse transplantatie-onderzoekers beschreven hun eerste acht behandelde patiënten gisteren in een artikel in het tijdschrift Science Translational Medicine. De transplantaties vonden plaats in 2009 en 2010. De laatste vier profiteren van de ‘leercurve’ en slikken inmiddels al langer dan een half jaar geen afweeronderdrukkende medicijnen meer.

Het systeem werkt alleen bij donatie van een nier van een levende donor, omdat van tevoren bloed van de donor wordt afgenomen. Donor en ontvanger moeten dezelfde bloedgroep hebben, maar andere weefselkenmerken die nu wel belangrijk zijn hoeven niet meer overeen te komen. Dat verruimt het aantal potentiële donoren.

Uit afgenomen bloed isoleren de onderzoekers in het laboratorium één type bloedstamcellen. De ontvanger ondergaat in de dagen rond de niertransplantatie ook chemotherapie en bestraling om de eigen afweercellen te doden. Die riskante procedure verliep steeds goed.