Moshen op een lome bas

Dancefestival 5daysoff biedt drie van de vijf avonden dubstep. Het muziekgenre wordt volwassen.

Redacteur Cultuur

Dubstep. Tot twee jaar terug was het muziekgenre met de diepe lome bassen territorium van tienerjongens. In de moshpit voor het podium overheersten zwiepende ledematen, zweet en testosteron. Maar de laatste twee jaar is er iets veranderd. Als de 23-jarige dubstepbelofte Skrillex drie grammy’s wint, de Heineken Music Hall uitverkoopt, deze zomer voor het tweede achtereenvolgende jaar Lowlands afsluit en zelfs hockeymeisjes dansen op de wobble bass is de muziekstroming „hartstikke mainstream” geworden, beaamt dubsteppionier Juha van ’t Zelfde. Hij organiseerde van 2006 tot 2008 dubstepfeesten in de Melkweg.

Je ziet het ook terug in de programmering van 5daysoff, het vijfdaagse dancefestival dat vanaf gisteren zijn selectie van smaakmakers in de elektronische muziek aan het grote publiek presenteert. Jaarlijkse trekt het festival tienduizenden bezoekers naar de Amsterdamse Paradiso en Melkweg. Dit jaar biedt het programma drie van de vijf avonden dubstep. Het is voor het eerst dat de nadruk zo sterk op dubstep ligt.

Dubstep is het genre dat aan het begin van dit millennium ontstond uit drum ’n bass, 2step en garage in underground Londen. Kenmerkend zijn de trage ritmes, donkere soundscapes en ultradiepe bassen. Het aantal beats per minuut ligt laag vergeleken met andere dancegenres (tussen de 120 en 140 beats per minute), het accent ligt op de derde tel. De ultrazware bas (wobble bass) wordt na een stilte of – heel old school – een rewind (het terugdraaien van een plaat) plots ingezet, waarna de zaal ontploft in de moshpit – een kluwen springende jongens.

„Gemosht wordt er altijd nog wel, maar je ziet dat het genre toegankelijker is geworden voor een groter publiek”, zegt DJ Gomes, samensteller van de dubsteplijst op muzieksite 22tracks.com en oprichter van dubsteplabel Oi!. Acht jaar geleden was hij met zijn Oi! feesten in Paradiso een van de eersten die zich op dubstep richtte in Nederland. „Als je mijn agenda van nu en twee jaar geleden naast elkaar legt, zie je dat ik twee keer vaker wordt geboekt. En ik kom overal in Nederland. Niet alleen in de Melkweg of Paradiso, maar ook in Gouda of Groningen.”

Van één genre is inmiddels al lang geen sprake meer. Bebaarde hipsters omarmen de ‘post-dubstep’ van James Blake, die de subbassen van dubstep gebruikt om zijn kale, dromerige liedjes van kleur te voorzien. Skrillex, ofwel Sonny Moore, voormalig voorman van hardcoreband From First to Last, verkondigt een harder, bijna psychedelisch geluid dat hij zelf heeft omgedoopt tot ‘bro-step’ maar dat door Blake afkeurend ‘frat-boy’ dubstep wordt genoemd, enkel aantrekkelijk voor alfamannetjes vanwege het „hoge testosterongehalte”.

DJ Gomes onderscheidt naast de klassieke dubstep de meer ingetogen post-dubstep met dromerige synths, en de luchtige UK-funky, een nieuwe experimentele vorm met meer house-invloeden en minder bas. Je ziet ook dat andere artiesten zich laten beïnvloeden door dubstep. Niet alleen rappers als Kraantje Pappie, maar ook popmuzikanten als Britney Spears en Eve huren dubstepproducers in voor een remix van hun plaat. Zo bracht de remix van ‘In for the kill’ door de Londense dubsteplegende Skream een toptiennotering voor zangeres La Roux.

Waarom groeit het donkere genre ineens zo explosief? Van ’t Zelfde noemt het „de natuurlijke evolutie van een nieuw genre”. „De massa pikt het op. Dankzij internet groeit de carrière van nieuwe artiesten zo ontzettend hard dat bijna elke artiest een genre op zich is geworden. Kijk naar Skrillex. Dat is geen artiest meer, dat is een genre.” „Je ziet nu dat er vertakkingen komen binnen deze muziekstroom”, beaamt festivaldirecteur Daan Spoek, „daarmee wordt het genre echt volwassen.”