Knokkellopen zit gorilla in de genen

De genen voor de hersengroei van de gorilla evolueerden even snel als die van de mensen. Dat blijkt nu alle genen van de gorilla bekend zijn. De chimp bleef achter.

De gorilla staat vaak in de schaduw van de chimpansee. In gedragstudies en evolutieonderzoek eist onze driftigste en nauwste verwant verreweg de meeste aandacht op. Misschien onterecht: vijftien procent van ons DNA is nauwer verwant aan gorilla-DNA dan aan het DNA van chimps. En in zowel mens als gorilla versnelde de evolutie van hersengenen. Bij chimpansees niet.

Dat blijkt nu een internationaal team van genetici het eerste gorillagenoom heeft voltooid. Vijf jaar hadden zij ervoor nodig om de complete DNA-volgorde van Kamilah, een gorillavrouwtje uit de San Diego Zoo in Californië te bepalen. Vandaag publiceren zij het genoom in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, zeven jaar na de publicatie van het eerste chimpanseegenoom.

Het knokkellopen zit gorilla’s in de genen, is één van hun conclusies. Een gen dat verantwoordelijk is voor de aanleg van de hoornlaag in de huid evolueerde veel sneller dan bij chimps of mensen. Ook genen betrokken bij het gehoor ondergingen in een korte tijd veel veranderingen, net als bij mensen. De onderzoekers willen niet te veel speculeren over oorzaak van deze parallelle versnelling, maar ze merken wel op dat de oren van mensen en gorilla’s opvallend veel op elkaar lijken. Veel meer dan de oren van chimp en mens.

De genetici ontdekten daarnaast een aantal genvarianten die eerder bij mensen erfelijke aandoening veroorzaken. Gorilla’s dragen bijvoorbeeld mutaties die bij mensen dementie en hartziekten veroorzaken, zonder er zelf ziek van te worden. Hoe dat komt, weten de onderzoekers niet. Misschien compenseren andere genen of genvarianten in het gorillagenoom de bij mensen schadelijke mutaties.

Het gorillagenoom helpt de genetici om scherp te stellen op de vroegste evolutie van mens en mensaap. Ze berekenden dat de laatste gemeenschappelijke voorouder van gorilla’s, chimpansees en mensen ongeveer 10 miljoen jaar geleden leefde. De evolutionaire splitsing tussen chimp en mens dateren ze op 6 miljoen jaar geleden.

Met deze getallen hopen de onderzoekers een langlopend dispuut tussen paleontologen en genetici te beslechten. „Als genetici mutaties optellen schatten ze de splitsing op korter geleden dan paleontologen, die hun dateringen baseren op fossielen”, zegt Chris Tyler-Smith aan de telefoon. Tyler-Smith is hoofd van de afdeling menselijke evolutie van het Britse Wellcome Trust Sanger Institute en één van de 71 onderzoekers die bij het onderzoek betrokken was.

De gorillagenetici hebben de impasse proberen op te lossen met een model waarin de genetische klok van mensapen langzamer is gaan tikken. „Mensen en mensapen zijn in de loop van de evolutie groot en zwaar geworden. Onze generaties volgen elkaar daarom langzamer op dan in van andere primaten. Mutaties stapelen zich daardoor ook langzamer op”, zegt Tyler-Smith. Met deze aanpak passen fossielen en genen nèt in één tijdlijn.

Naast het DNA van Kamilah, een westelijke laaglandgorilla (Gorilla gorilla), bepaalden de onderzoekers ook de DNA-volgorde van de oostelijke laaglandgorilla (Gorilla beringei). In het wild leven tegenwoordig tien keer zo weinig oostelijke gorilla’s als westelijke.

De genetische diversiteit van Gorilla beringei bleek erg laag. De onderzoekers concluderen daaruit dat de oostelijke populatie al duizenden jaren kleiner is dan de westelijke. Tyler-Smith: „Het duurt een tijd voordat populatiekrimp is terug te vinden in het DNA.”

Tyler-Smith denkt dat gefragmenteerde en kwetsbare populaties kenmerkend zijn voor de evolutie van mensapen. „Er zijn al zo veel vroege mensachtigen uitgestorven. Austrolopithecus, Homo erectus, Neanderthalers. Waarschijnlijk is de bevolkingsgrootte van onze voorouders altijd al laag geweest.”