Ik vertel het gewoon, van die microfoon

Rob Bertholee is nu honderd dagen baas van de AIVD. In zijn eerste interview pleit hij voor samenwerking met de vijand. „De samenleving weet te weinig van ons werk.”

Alles is somber en kaal in het gebouw van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in Zoetermeer. Het pand is grauw en hoekig. Naar binnen gluren is onmogelijk door de donkere luxaflex voor alle ramen. „Mijn kamer is ook redelijk steriel”, zegt het hoofd van de spionnendienst, Rob Bertholee. Hij draagt een grijs gestreept pak, een lichtgrijs overhemd en een grijze das. Het kleurt goed bij zijn grijze haar.

Bertholee (56) wil graag bewijzen dat die uiterlijke schijn bedriegt. De voormalige commandant van de landmacht wil de luiken van de AIVD open gooien. Na zijn eerste honderd dagen als hoogste baas van „de organisatie” – zoals hij het inlichtingenapparaat steeds noemt – is dit een van zijn voornemens. „De AIVD moet transparanter worden. Er is parlementaire controle via de zogeheten commissie-stiekem, een onafhankelijke controlecommissie en de Rekenkamer. Maar de samenleving weet weinig van ons werk. Dat wil ik verbeteren. Want het is de vraag of de samenleving zich realiseert dat wij noodzakelijk zijn.”

Onbekend maakt onbemind, maar de AIVD is niet voor niets de geheime dienst. Onderzoeken naar terrorisme, spionage of digitale aanvallen bestaan bij de gratie van onzichtbaarheid. Bertholee mag nooit iets zeggen wat een bron, een medewerker of een onderzoek in gevaar brengt. En hij wil niet te veel van zijn werkwijzen prijsgeven. Dat is lastig te verenigen met zijn streven naar openheid. „Ik worstel nog met het verkennen van de grenzen.”

De AIVD gaat successen uitventen?

„Het gaat mij niet alleen om het vertellen hoe succesvol wij zijn. Ik wil burgers het gevoel geven dat er organisaties zijn die zich absoluut bekommeren om hun veiligheid. Dat wij de Nederlandse burger het leven laten leven dat hij graag leeft.

„Als er iets verijdeld wordt, hoort niemand dat. Wij zijn succesvol als dingen niet gebeuren, maar dat verkoopt zo slecht. Terwijl veel van ons werk zich heel makkelijk laat uitleggen. Ik vind het jammer dat we daar niet meer over kunnen vertellen, want er zijn hier prachtige verhalen en anekdotes. Over dingen die hartstikke goed gingen, maar ook over onze bloopers.”

Dan kunt u vast wel een voorbeeld noemen?

Bertholee peinst. „Ik heb er eentje die wel kan. Denk ik. Van die microfoon.” Hij kijkt vragend naar zijn woordvoerder. Op zoek naar bevestiging die hij niet krijgt.

„Ik ga het toch vertellen. Die dingen zijn gewoon leuk! We hebben een keer, in het kader van een operatie, een microfoon in een sofa verstopt. Toen die operatie was afgelopen hebben we niet meer aan de microfoon gedacht. Totdat die bank opeens werd aangeboden op Marktplaats. Die hebben we dus als een gek moeten kopen. Dat soort verhalen vind ik vreselijk mooi, want we hebben het wel weten op te lossen.”

Sinds een maand twittert de AIVD. De dienst heeft al twee tweets verstuurd en telt 829 volgers. Valt twitteren ook onder de nieuwe transparantie?

„Ja, maar we zijn nog niet zo heel erg actief. Ook daar zijn we nog zoekende. Geheimhouding zit zo in de genen van deze organisatie dat het een moeilijk proces is. Ik ben zelf niet zo van het twitteren. De meeste tweets die je voorbij ziet komen zijn allemaal zo plat. We moeten nog kijken hoe we dit medium gaan benutten maar we zullen niet twitteren: we starten nu een observatie.”

In zijn vorige carrière was Rob Bertholee militair, de laatste drie jaar als commandant landstrijdkrachten. Hij groeide op in Haarlem, als enig kind van een gemeenteambtenaar en een huisvrouw. „Mijn ouders hadden de oorlog heel bewust meegemaakt, dus gesprekken gingen ’s avonds na het eten altijd over de oorlog. Dat heeft me beïnvloed in mijn beroepskeuze. Ik wil de publieke zaak dienen.”

Na 36 jaar bij de landmacht moest hij vorig jaar met functioneel leeftijdsontslag. „Veel te jong om niet meer deel te nemen aan het arbeidsproces.” De hoogste ambtenaar bij Defensie vroeg hem of hij wilde solliciteren op de vacante baan van hoofd AIVD. „Mijn eerste reactie was: dat weet ik niet, want ik heb geen idee wat de AIVD is. Ik was helemaal niet thuis in het inlichtingenvak.”

U besloot te solliciteren, als iemand die bakker wil worden maar nooit een brood heeft gebakken?

„Maar wel iemand die smaak heeft voor brood, want hij heeft brood gegeten. En ik weet recepten te vinden. Een operationeel commandant bij defensie heeft veel interesse in inlichtingen als afnemer, maar ik was er nooit als producent bij betrokken geweest. Bakker kun je worden.

„De beslissing voor een baan als deze neem je natuurlijk niet in schitterende afzondering. Het betekent wel iets: gewoon doorgaan met 70-80-90 uur werken in de week en, als boegbeeld van een organisatie die niet bij iedereen even geliefd is, ook dat je veiligheid in het geding kan komen.” Toch, zegt Bertholee, kan hij zich privé nog steeds veilig uitleven, hardlopend door het bos bijvoorbeeld. „Ik loop altijd verschillende routes”, zegt hij lachend.

U heeft zich nu drie maanden kunnen inwerken. Bent u geschrokken van wat er in Nederland suddert?

„Ik ben niet geschrokken, maar zie wel dat er heel wat aan de hand is. Wat ik heb aangetroffen past in het beeld van dat ik had. Ik las natuurlijk ook de kranten, over bijvoorbeeld de Hofstadgroep. Eén van de dingen die ik me niet zo gerealiseerd had, is wat er op internet allemaal gebeurt. Hoe dat gebruikt wordt om extremistisch gedachtegoed te verspreiden en daar ook handen en voeten aan te geven. En hoeveel daarvan onzichtbaar is.”

Bij de presentatie van uw eerste rapport, over die digitale jihad, zei u dat het zaak is in deze oververhitte samenleving de ‘doeners’ van de ‘schreeuwers’ te onderscheiden.

„Het bijzondere van de AIVD is dat we mensen mogen volgen, observeren en afluisteren. Wanneer en hoe we dat uitvoeren, is wettelijk vastgelegd. Wat we virtueel doen, is niet zo anders dan we daarbuiten fysiek doen. We kijken naar gedrag, signalen, we maken inschattingen. Zo bepalen we waar we tijd in investeren. Maar de magnitude van de informatie is enorm. Google verwerkt elke dag twintig petabyte aan data. Eén petabyte aan informatie komt ongeveer overeen met een toren van 1,8 kilometer hoog van gestapelde cd-romschijven, zonder doosje. Onze totale opslagcapaciteit voor ruwe data hier is 2,4 petabyte.

„Om al die inlichtingen goed te kunnen verwerken, moeten we meer en beter gaan samenwerken, zowel met de militaire inlichtingendienst als internationaal. Niet alleen met de voor de hand liggende Amerikaanse, Engelse of Duitse ‘collega-diensten’. Ook met landen waarmee je op politiek of diplomatiek gebied koel bent, zou je als inlichtingendienst toch kunnen praten. Ik heb snel geleerd: in de inlichtingenwereld heb je nauwelijks vrienden, je kunt partner zijn in het ene en op je tellen moeten passen op het andere terrein.”

Kunnen bijvoorbeeld China en Rusland partners zijn?

„Ik sluit op voorhand niets uit. Maar het is niet zo dat je even hun inlichtingendiensten kunt bellen met de vraag: wat kunnen we regelen? Op een aantal punten willen we elkaar niet in onze keuken laten kijken, maar als het bijvoorbeeld gaat om contraterrorisme of contrapiraterij hebben we gedeelde belangen en zijn we van elkaar afhankelijk. We moeten op zoek naar contacten ergens in Afrika die gezien hun geografische positie iets kunnen weten over wat er aan de hand is in Somalië. Als we nationaal en internationaal niet samenwerken, missen we echt de boot.”