HBO-raad is overbodig orgaan

Wat doet de voorzitter van de HBO-raad de hele dag? Wat is de toegevoegde waarde van zo’n club? Het geld van de belastingbetaler kan veel beter worden besteed, betoogt Ewoud Jansen.

Thom de Graaf wordt de nieuwe voorzitter van de HBO-raad. Leuk voor hem, dacht ik toen ik het hoorde. Het is een mooie nieuwe uitdaging na enkele jaren burgemeesterschap. Maar wat doet zo’n voorzitter de hele dag? Heeft zijn werk en dat van de HBO-raad op enige wijze toegevoegde waarde voor de kwaliteit van het hoger onderwijs en voor de BV Nederland?

De HBO-raad wordt gefinancierd door de aangesloten hogescholen, via contributies. Aangezien die hogescholen door de overheid worden gefinancierd, is het dus de belastingbetaler die de HBO-raad financiert. Dit geld zou natuurlijk ook kunnen worden uitgegeven aan het onderwijs zelf of iets heel anders.

In eerste aanleg is de HBO-raad een werkgeversvereniging, waarbij de hogescholen zijn aangesloten als werkgever. Zijn voornaamste taak is het afsluiten van cao’s met de werknemersverenigingen. Als we het ministerie van Onderwijs als werkgever van het personeel van hogescholen beschouwen, kunnen we die cao-vergaderingen best overlaten aan het ministerie zelf. Zo gaat het ook bij andere ambtenaren. Op dit ministerie hebben ze altijd al tijd over gehad voor het produceren van te veel beleid. Als het ministerie hiermee ophoudt, heeft het tijd genoeg om zich bezig te houden met de arbeidsvoorwaarden van de door hem betaalde docenten en andere medewerkers.

Verder is de HBO-raad vooral een lobbyorgaan. „De HBO-raad stelt alles in het werk om de positie van de hogescholen te versterken en onderhoudt daartoe een breed netwerk”, staat op de website.

Wellicht valt ook ageren tegen „regelneverij en cijferfetisjisme”, zoals De Graaf op 24 februari in deze krant doet, onder het versterken van die positie. De nieuwe voorzitter vreest te veel bemoeienis van de overheid met de sector die hij vertegenwoordigt. Het vreemde is dus dat de HBO-raad een indirect door de overheid gefinancierde instelling is die zich onder meer als taak stelt bemoeienis van diezelfde overheid te bestrijden.

Als er inderdaad sprake is van ongewenste en belemmerende regeldruk vanuit Den Haag, kunnen de goedbetaalde – en ik neem aan mondige – schoolbestuurders dat toch zelf wel bij het ministerie aankaarten en bespreken? Daar hebben ze Thom de Graaf of wie dan ook toch niet voor nodig? Voor het bewaken van de onderwijskwaliteit hebben we natuurlijk al de Inspectie van het Onderwijs en de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. De HBO-raad zelf lijkt er eerder op gericht om problemen met de kwaliteit te bagatelliseren dan ze onverbloemd aan de kaak te willen stellen.

De HBO-raad is dus een typisch polderorgaan, dat vooral van waarde is voor (ex-)politici die er een leuke functie kunnen krijgen, maar waar de rest van het land niets aan heeft. We kunnen dit orgaan opheffen zonder enige maatschappelijke schade.

In Nederland zijn uiteraard veel meer van dit soort organisaties, al dan niet wettelijk verplicht, druk bezig met vergaderen, overleggen en nota’s produceren zonder enige toegevoegde waarde. Dit is zonde van de tijd. De concurrentiepositie van ons land loopt terug, stond in deze krant van 25 februari. Voor een deel lijkt me dat te verklaren doordat we in dit land erg druk bezig zijn met activiteiten die geen toegevoegde waarde bieden en onze concurrentiepositie niet versterken – en in bepaalde gevallen zelfs verzwakken.

Het opheffen van de HBO-raad is een kleine, maar noodzakelijke stap in de goede richting. We moeten onze tijd echt beter gebruiken.

Ewoud Jansen is econoom en publicist.