Glamoureuze goedzakken

De huilebalken rammelen al aan het Catshuishek. Bezuinigen vooruit, maar niet op míjn liefhebberij. Allerlei showbizzvolk als Peter R. de Vries, Doutzen Kroes en Antoine Bodar formuleerde een gezamenlijke smeekbede om de ontwikkelingshulp ongemoeid te laten. Om morele redenen, maar ook uit eigenbelang.

„Snijden in ontwikkelingssamenwerking is ook snijden in onze eigen toekomst. Wij verdienen ons brood (plus beleg!) buiten onze grenzen”, schrijven ze. „De toekomst van Nederland ligt niet achter de dijken, maar middenin de wereld. Voor onze landbouw, industrie, dienstverlening en watersector zijn de opkomende landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika van vitaal belang.”

Het is hetzelfde type argumentatie als toen de cultuursector werd gekortwiekt: we hebben er ook economisch profijt van. Al die theaterbezoekers drinken, eten, parkeren en reizen. Die verdediging had bij die cultuurbewakers al iets armoedigs – blijkbaar kon de waarde van kunst op zichzelf niet overtuigend genoeg zijn – en is dat bij die ontwikkelingshulp al helemaal.

Onze sterren betogen feitelijk het volgende. Help die hongerkindjes nu maar, dan zijn ze straks rijk genoeg om onze Senseo-apparaten te kopen en ons Heinekenbier te drinken.

Egoïstische motieven voor altruïsme. Weer eens iets anders dan die avondvullende tv-shows na rampen en hongersnood, die liefdadigheid in glitterjasjes. Toch laat het me achter met een dilemma waar ik nooit uit kom, en waar die glamoureuze goedzakken ook geen antwoord op geven.

Namelijk: wat als die derde wereld inderdaad wordt gered? Daar moet je toch niet aan denken. Met zeven miljard is het al krap. Gaan we er straks twaalf of dertien voeden? Onmogelijk. Je hoeft geen begenadigd cijferaar te zijn om te weten hoe onhoudbaar het is. Vol is vol. Op is op.

Ooit zal die uit z’n voegen gegroeide homo sapiens-populatie daarom met de geëigende natuurmiddeltjes als epidemieën, voedselschaarste en interne slachtpartijen weer tot haar genetisch meest taaie kern worden gekortwiekt, zoals in de loop van haar geschiedenis steeds is gebeurd. Of – want in de ontwikkelingshulpsector zijn de christenen vaak oververtegenwoordigd – zoals Hij het steeds heeft gewild.

Dat is niet leuk, maar wel waar.