Een les in machismo

Het Nationale Toneel speelt De Prooi, naar het gelijknamige boek over de ondergang van ABN Amro. Economisch journalist Roel Janssen beleeft een weldadig gevoel van herkenning.

De scènes zijn verzonnen, maar je ziet ze zich afspelen in de kantoorgebouwen aan de Amsterdamse Zuidas. Foto Carli Hermès

De opkomst en ondergang van Rijkman Groenink als bestuursvoorzitter van ABN Amro is een koningsdrama met een glorieuze start en een tragische afloop. Als het doek valt is de zelfverzekerde held ten val gekomen en ligt de trotse bank aan diggelen.

Sophie Kassies schreef het toneelstuk De Prooi, dat zaterdag in première gaat bij het Nationale Toneel, op basis van het gelijknamige boek van onderzoeksjournalist Jeroen Smit. Een formidabele prestatie. Kassies slaagt erin van bankjargon speelbare teksten te maken en de ogenschijnlijk saaie krijtstrepenpakkenwereld van de bestuurskamer tot leven te laten komen. Ze maakt inzichtelijk wat zich afspeelde bij ABN Amro, zonder dat het ten koste gaat van humor of drama. Daarbij boden de Groenink-jaren tal van dramatische ingrediënten ter inspiratie: een permanent machtsspel, intriges, wedijver, cynisme, hoogmoed en uiteindelijk de onvermijdelijke val.

Wie de bankwereld een beetje kent, beleeft een weldadig gevoel van herkenning. De scènes zijn verzonnen, maar je ziet ze zich afspelen in de kantoorgebouwen aan de Amsterdamse Zuidas. Als je de tekst leest, hóór je de bankiers praten – op de hun typisch bekakte, zelfverzekerde, sarcastische wijze. De verwikkelingen bij ABN Amro verwerkt Kassies op toneel door naast de ‘echte’ personages – de leden van de Raad van Bestuur en van de Raad van Commissarissen – drie fictieve snelle jongens te introduceren van de afdeling ‘investor relations’ (waar medewerkers contact onderhouden met grote aandeelhouders). Stoker, Slagter en Van Killen leggen uit wat er gebeurt en leveren commentaar op de strapatsen van hun bazen. Aanvankelijk snijden ze op over vette bonussen, aan het slot zijn ze ontgoocheld omdat ze beseffen dat de bank is geofferd aan de botsende ambities van zijn bestuurders.

De periode-Groenink bij ABN Amro begint op het moment dat hij Jan Kalff opvolgt, de bestuursvoorzitter van de oude stempel, en eindigt met de overname van ABN Amro door een consortium van drie banken: Fortis, Santander en RBS. Het zijn de hoogtijdagen van het financiële kapitalisme. De mentaliteit van die periode komt in De Prooi genadeloos over het voetlicht: alles draait om geld en gewin.

Hebzucht is gezond verstand

Dit is het klimaat waarin bankiers zich god wanen, aandeelhouderswaarde heilig is verklaard en niemand protesteert als de oudste en meest eerbiedwaardige bank van Nederland op een achternamiddag wordt verpatst.

„Hebzucht is gezond verstand”, zeggen twee spelers aan het slot van De Prooi, een subtiele verbetering van de beroemde uitspraak ‘Greed is good’ van Gordon Gekko in de jaren-tachtigfilm Wall Street. Met de ene na de andere uitspraak zet Kassies zo de cultuur in de financiële wereld treffend neer: ‘Geld is geil’ en ‘Van echt geld krijgt iedereen een stijve’.

Als Groenink beseft dat zijn ambitie om ABN Amro tot een van de grootste banken van de wereld te maken is mislukt, is dat een persoonlijke drama. Gebogen over een reebok die hij geschoten heeft zegt Groenink, fervent jager: „Doodgaan is imposant, een moment van ultiem geweld. Ontzagwekkend is het. Leven is strijd. Ik ben een man, daar gaat het over.”

De Prooi is een les in machismo van ego’s in de boardroom die ongevoelig zijn voor de maatschappelijke gevolgen van hun daden. Maar het stuk laat zich ook lezen als een middeleeuws drama. De bank is een feodaal rijk, waarin de bestuursvoorzitter de leenheer is die aan zijn leenmannen privileges uitdeelt. De leenmannen worden gepaaid met titels, maar als de resultaten tegenvallen komen ze in opstand tegen hun heer.

Zo gaat het bij ABN Amro waar achter dure adviezen van consultants over de koers van het management een machtsstrijd schuilt tussen enerzijds de retail bank, de huis-tuin-en-keukenbank op de hoek waar de klanten betaalrekeningen aanhouden, en anderzijds de investment bank. Zakenbankiers doen het spannende werk: ze sluiten deals, begeleiden beursintroducties, fusies en overnames. In De Prooi zegt een van de spelers: retail is een bruine boterham, zakenbankieren het croissantje.

De botsing tussen die verschillen in bankiersmentaliteit komt op het toneel tot uitdrukking in de personages van de opportunistische, almachtige Wilco Jiskoot als de kosmopolitische zakenbankier, en Joost Kuiper als de loyale, toegevende baas van het Nederlandse netwerk van bankfilialen. Op de permanente guerrilla tussen deze – en andere – bankbestuurders krijgt Groenink geen greep. Hij durft de zakenbankiers niet aan te pakken, want zakenbankieren is hot in de jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw.

De City, Wall Street, daar moeten de investmentbankers van ABN Amro ook aanwezig zijn! Probleem is dat het veel geld kost en dat ABN Amro er niet in slaagt een niche te veroveren. Soms gaat het mis, zoals bij de beursgang van World Online, het internetbedrijf van Nina Brink. De ontreddering die dit veroorzaakt ensceneert Kassies in een kakofonie van paniek onder de bankiers. Alsof je even in de dealingroom van de bank bent op de dag waarop de koers van WOL onderuit gaat. Desondanks trekt de sluwe Jiskoot aan het langste eind en lijdt Groenink zijn eerste nederlaag.

Rad van fortuin

Bij zijn aantreden verkondigt Groenink dat aandeelhouderswaarde het hoogste doel is en dat de strategie van de bank erop gericht dient te zijn de aandeelhouderswaarde te vergroten. De heersende moraal in de financiële wereld beschouwt dit als het hoogste goed. Liberalisering, marktwerking, financiële innovatie, lage rente, hoge winsten en hogere bonussen werken die geloofsovertuiging in de hand. Bankiers weten daar wel raad mee. In De Prooi grijpt iedereen zijn kans. „Hoe meer ik deel, hoe rijker ik ben!” roept een van de snelle jongens, waarop zijn vriendje aanvult: „Hoe beter het mij gaat, hoe beter het de ander gaat.” De financiële wereld is een rad van fortuin. Op het podium wordt dit zichtbaar gemaakt door de ingenieuze constructie van een speelvloer die om zijn as draait als een kermisattractie.

„Waarde creëren voor onze aandeelhouders is onze eerste opdracht”, zegt Groenink. Maar diezelfde aandeelhouderswaarde zet de bijl in ABN Amro. De bank, met uiteenlopende activiteiten gespreid over de wereld, hangt als los zand aan elkaar. De onderdelen zijn meer waard dan het geheel. Bovendien heeft Groenink bij lange na niet voldaan aan de verwachtingen die hij bij zijn aandeelhouders heeft gewekt. Hij besluit tot een sprong naar voren en biedt de bank te koop aan. Een activistische aandeelhouder, het Britse hedgefonds The Children’s Initiative, beseft dat opsplitsing van de bank voor de aandeelhouders gunstiger zal uitpakken dan een simpele overname. Als dit in februari 2007 naar buiten komt, is er geen houden meer aan. Zes maanden later is de prooi verslonden.

De ontreddering is totaal. Alleen voor Jiskoot blijft het een spel. Cynisch zegt hij tegen Groenink: „Het draait om mensen. En mensen zijn klunzige torren, die vallen en opkrabbelen, en denken dat ze vooruit komen in de wereld.” Groenink, kort tevoren tot ‘Nederlander van het jaar’ uitgeroepen, ziet zijn imperium in duigen vallen. In zijn slotwoord zegt hij: „Waar [de bank] was, is geld. Een onvoorstelbare hoeveelheid geld. Een wisseltruc.”

Net als het gelijknamige boek van Jeroen Smit eindigt De Prooi met de aankondiging van het bod van het consortium van Fortis, RBS en Santander. Het grootste spektakel moet dan nog komen: de verkoop en opsplitsing, de financiële crisis, de implosie van Fortis, de nachtelijke onderhandelingen in Brussel die uitlopen op de nationalisatie van de Nederlandse onderdelen, de onenigheid over de betaalde prijs. Hier zit een vervolg in. Laat Sophie Kassies dit uitwerken tot een nieuw toneelstuk. Werktitel: De ondergang.

De Prooi, regie Johan Doesburg. Première 10 maart, Koninklijke Schouwburg Den Haag. Inl. nationaletoneel.nl