Dus moet het anders, zegt de onderzoeker

Hoogleraar Han Entzinger ziet dat de succesvolle allochtonen de grote steden verlaten, en worden vervangen door kansarme nieuwkomers. Daardoor dreigen wijken „af te glijden tot een soort banlieues”.

Allochtonen die vertrekken uit de stad. Het is volgens onderzoeker Han Entzinger „een enorme uitdaging” voor de stadsbesturen van Rotterdam en Amsterdam. De hoogleraar integratie- en migratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam schreef mee aan het rapport De staat van integratie, waarin wordt gewaarschuwd voor het vertrek van welgestelde allochtonen uit de twee grootste steden van Nederland. Ze gaan wonen in buitenwijken of keren terug naar hun geboorteland. Als de overheid niet ingrijpt, dreigen sommige wijken volgens Entzinger „af te glijden tot een soort banlieues van Parijs.”

Migranten die terug gaan naar hun eigen land – dat zien we in Nederland toch juist graag?

Han Entzinger: „Eh... ja, dat klinkt paradoxaal, hè? Waar het hier om gaat: succesvolle allochtonen verlaten de stad en worden vervangen door nieuwkomers. Deze migranten zijn kansarm en concentreren zich in de minst aantrekkelijke buurten. Daar ontstaat een onaangename mengeling van tijdelijke arbeidsmigranten, illegalen en oudere migranten die geen sprong naar boven hebben gemaakt. Omdat deze migranten uitgaan van een tijdelijk verblijf, zijn ze nauwelijks betrokken bij hun woonomgeving. Er dreigt echt een onderklasse te ontstaan. Daar zie ik de grootste uitdaging voor de gemeentebesturen: hoe te voorkomen dat sommige stadswijken zich tot no-go-area’s ontwikkelen.”

Waarom trekken allochtonen weg?

„De arbeidsmigranten uit Polen en Roemenië zijn gewoon passanten: ze komen hier voor werk en vertrekken weer. Maar ook bij ‘klassieke’ migrantengroepen zie je een trek. Ze gaan meer verdienen, willen ruimer wonen en zoeken het groen op. Onder Surinamers is dat effect het sterkst: in Amsterdam verlaten meer Surinamers de stad dan er binnenkomen. Marokkanen en Turken verhuizen steeds meer naar de randen van de stad. Het is een kwestie van tijd voordat ook zij vertrekken.”

Wat heeft dat voor gevolgen voor het integratiebeleid van de steden?

„Het integratiebeleid gaat ervan uit dat migranten zich hier permanent vestigen. Ze moeten inburgeringscursussen volgen, mogen geen ziekenhuistolk meer hebben, geen dubbel paspoort. De nadruk ligt heel sterk op culturele assimilatie: zij moeten worden zoals wij. Maar de integratie die dit kabinet voor ogen heeft, kun je in Rotterdam en Amsterdam nooit voor elkaar krijgen. In deze steden is de helft allochtoon; er is geen sprake meer van een meerderheid of minderheid. De nieuwkomers van nu integreren in een samenleving die veel multicultureler is dan dertig jaar geleden.

„Bovendien vertrekken veel allochtonen weer. Dat ziet dit kabinet niet. Er is een groeiende spanning tussen wat Den Haag voorschrijft en de migrantensamenleving waarmee de steden te maken hebben. Die twee realiteiten lopen steeds verder uit elkaar.”

U bekeek de ontwikkeling van allochtonen in beide steden. Hoe doen ze het?

„Dat hangt ervan af: is het glas halfvol of halfleeg? Kijk, de tweede generatie doet het verbluffend beter dan hun ouders. Het opleidingsniveau van allochtonen is enorm gestegen, er zit wel degelijk schot in. Aan de andere kant zie je dat het aantal drop-outs onder allochtonen erg hoog is. En ook in de rest van Nederland steeg het opleidingsniveau. Per saldo wordt de kloof tussen autochtoon en allochtoon niet kleiner.

„Hetzelfde zie je op de arbeidsmarkt: ook daar is nog een grote kloof. Die wordt overigens vooral veroorzaakt door het geringe aantal Turkse en Marokkaanse vrouwen dat werkzaam is: ongeveer de helft van de vrouwen van rond de dertig behoort niet tot de beroepsbevolking, terwijl dat bij Nederlandse vrouwen 10 procent is. Daar ben ik wel van geschrokken. Het laat zien dat deze vrouwen erg van de samenleving afgewend zijn.”

Waarin verschillen beide steden?

„Ik denk dat Rotterdam kwetsbaarder is. Amsterdam is echt een global city met een belangrijke dienstensector. Rotterdam is meer een klassieke postindustriële stad, waar veel werkgelegenheid is afgeleid van de haven. Daardoor is het risico groter dat daar lagere functies verdwijnen: waarom Nederlandse vrachtwagenchauffeurs inhuren als de Poolse goedkoper zijn? Die concurrentie van buitenaf is voor Rotterdam extra problematisch, aangezien een veel groter deel van de bevolking laaggeschoold is dan in Amsterdam.”

Heeft Amsterdam ook beter beleid gevoerd ten aanzien van integratie?

„Hmm, dat denk ik niet. Amsterdam is meer een stad die met alle modieuze winden meewaait. In het integratiebeleid van Rotterdam zit meer continuïteit. Er zijn ook allerlei initiatieven uit Rotterdam gekomen: de stad was het eerste met sociale vernieuwing, met een platform voor islamitische organisaties, met inburgering, de Rotterdamwet, die regelt dat kansarmen verspreid kunnen worden over de stad. Rotterdam heeft een pro-actiever integratiebeleid gevoerd.”

Wat moeten we nou met uw onderzoek?

„Het klassieke integratiebeleid sluit niet meer aan bij de wijze waarop Amsterdam en Rotterdam zich hebben ontwikkeld. In een stad waar de helft van de inwoners zijn wortels niet in Nederland heeft, moet je je afvragen: wie integreert waarin? Dat vraagt om een andere aanpak. Je moet een veel gerichter beleid voeren ten aanzien van problemen, niet voor hele bevolkingsgroepen. Wat heb je eraan als je zegt: laten we een Turkenbeleid opzetten, omdat er relatief veel Turkse kinderen obesitas hebben? Nee, dan los je echt een schot hagel om maar iets te raken.

„Neem voetbalhooligans: een klassiek autochtoon probleem. Toch hoor je niemand zeggen: we stellen een autochtonenbeleid op om hooligans aan te pakken. In feite zou je van dat hele integratiebeleid af moeten. Als je maatwerk levert, kun je het prima af met de huidige beleidsterreinen.”

De conclusie van het rapport over integratiebeleid is dat het integratiebeleid maar moet worden afgeschaft?

„Ik zie er weinig heil meer in, ja.”