Die ham kan best een dagje langer

We smijten elk jaar voor miljarden euro aan goed voedsel weg. Vaak uit onwetendheid over de houdbaarheid. Het Europees Parlement eist maatregelen.

Die laatste uitgedroogde boterham uit de zak. Dat potje crème fraîche dat al een paar dagen openstaat. Het restje spaghetti dat overbleef toen de saus op was, of dat pakje ham dat in een hoekje van de ijskast stilletjes over de houdbaarheidsdatum is geslopen? We smijten het allemaal met het grootste gemak weg.

De gemiddelde Nederlander gooit jaarlijks ruim 40 kilo goed voedsel in de afvalbak, zo blijkt uit gegevens van het Voedingscentrum. Dat is niet alleen zonde van het voedsel, het kost ook veel geld: ongeveer 2,5 miljard euro.

De consument vertrouwt nauwelijks meer op zijn eigen zintuigen om te ruiken en proeven of iets nog goed is. Het is een kwestie van verschillende generaties: jongeren onder de 25 verspillen „duidelijk meer voedsel” en ouderen boven de 55 „juist duidelijk minder”, zegt het Voedingscentrum. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de houdbaarheidsdatum die op het verpakte voedsel staat. Voor jongeren is die datum heilig, de ouderen – groot geworden met de verhalen over honger en oorlog – gaan eerder op hun eigen waarneming af.

De hoeveelheid weggegooid eetbaar voedsel neemt jaarlijks toe. Daarom heeft het Europees Parlement het dagelijks bestuur van de EU, de Europese Commissie, onlangs opgeroepen om maatregelen te nemen tegen voedselverspilling. In de resolutie van afgelopen januari eist het parlement een gedegen analyse van de vraag waarom eenderde van het voedsel bij het vuilnis terecht komt. Het parlement wil winkels het recht geven om verpakt voedsel dat tegen de uiterste verkoopdatum zit, goedkoper te verkopen. Zodat het terecht kan komen bij de 79 miljoen Europeanen die onder de armoedegrens leven.

Het Europees parlement roept ook op om duidelijkheid te brengen in de verschillende data die op de producten staan. Want de verwarring is groot over waar die datum eigenlijk voor staat. In Nederland worden twee data gehanteerd: ‘tenminste houdbaar tot’ (THT) en ‘te gebruiken tot’ (TGT). Het is de Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn over voedselinformatie.

De eerste, THT, is een aanbeveling, legt Marcel Zwietering, hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie aan Wageningen Universiteit, de tweede, TGT, is een gebod: eet dit niet meer want het kan bedorven zijn. Het verschil wordt in de praktijk slecht begrepen, stelt Zwietering vast. De THT-datum gaat vooral over de kwaliteit. Verpakt sinaasappelsap verliest op den duur vitamines, yoghurt wordt zuurder. Maar ze worden daarmee niet onveilig. En producten als suiker en rijst al helemaal niet.

Dat ligt natuurlijk anders bij de verse vis en vlees die in de supermarkt ligt. Die kan wel degelijk bederven en onveilig worden: jaarlijks lopen volgens schatting van het RIVM honderdduizenden mensen in Nederland voedselvergiftiging op.

Snel bederfelijke waar krijgt daarom een TGT-datum. Die betekent dat het product binnen vijf dagen na verpakking geconsumeerd moet worden en tot die tijd ongeopend bewaard moet worden op een temperatuur van ten hoogste 7 graden, doceert Zwietering.

Maar de boodschap komt niet duidelijk aan bij de consument. Wieke van der Vossen, specialist voedselveiligheid bij het Voedingscentrum, zegt dat de helft van de mensen het verschil niet kent tussen de THT-datum en de TGT-datum. „Wij hebben een studie gedaan naar voedselverspilling. Een groot deel van de mensen gooit producten weg na de THT-datum. En 70 procent van de mensen die iets weggooien zegt dat te doen omdat de datum is verlopen. Die houdbaarheidsdatum (THT) wordt vaak geassocieerd met veiligheid.” En zo verdwijnt veel eetbaar voedsel in de afvalbak.

Maar ook de TGT-datum is niet heilig, meent de voedselmicrobioloog Zwietering. „In een koelkast die staat afgesteld op 3 graden, krijgen bacteriën bij verpakte vis geen kans, maar als de temperatuur 9 graden is gaat het veel harder. Dan kan het bederf drie tot vier keer zo snel gaan.”

Koelkasten staan heel verschillend afgesteld. De meeste variatie zit dus bij de consument zelf. Zwietering: „De TGT-datum is niet zwart-wit. Ook bederfelijk voedsel kan soms best na de datum worden gegeten, als het goed bewaard is.” Hij raadt wel aan om zelf altijd goed te kijken naar tekenen van bederf: stank, slijmerigheid of een fluoriserende kleur.

De verwarring rond de houdbaarheidsdata leidt tot enorme verspilling. Maar niemand weet precies hoe dat voorkomen kan worden. Van der Vossen raadt aan om de houdbaarheidsdata af te schaffen voor lang houdbare producten zoals meel, droge pasta of rijst. „Dat voegt niets toe bij producten die langer dan een jaar houdbaar zijn.” Zij suggereert dat fabrikanten in plaats van een houdbaarheidsdatum een productiedatum op het pak kunnen zetten.

Ook het Europees Parlement stelt een andere omgang met de data voor. In de resolutie van afgelopen januari vraagt het EP om voortaan twee data op de verpakking te zetten: ‘te verkopen voor’ en ‘te gebruiken tot’. De eerste zou moeten leiden tot goedkopere producten naarmate de verkoopdatum nadert, en de tweede zou de voedselveiligheid moeten garanderen.

Marcel Zwietering ziet weinig heil in andere benamingen. „THT en TGT zijn niet ideaal, maar ik kan niks bedenken wat beter is.” Goede voorlichting moet het verschil maken, zegt hij en verwijst naar de brochure Voedselverspilling: miljarden in de vuilnisbak, van het Voedingscentrum die vol staat met aanbevelingen om verspilling te voorkomen. Bijvoorbeeld door een boodschappenlijstje mee te nemen en niet te veel ineens te kopen. „We moeten het van de daken schreeuwen.”