Column

Bizar – we hebben 150 miljard euro tegoed, maar de vraag is: van wie?

Het is deze week al vaker behandeld, uitgerekend, van commentaar voorzien of bekritiseerd: het bedrag dat Nederland zou verliezen als het uit de euro stapt. Daarbij gaat het niet alleen om de waardedaling van buitenlands bezit, die het Britse bureau Lombard Street Research aanvoerde in een rapport dat het schreef voor de PVV, en die werd geschat op 51 miljard euro. Het is natuurlijk veel meer, in termen van handelstransacties, financiële transacties, reputatieverlies en noem maar op. De optelsom van plussen en minnen is ondoenlijk. Om van nare verrassingen maar te zwijgen.

Eén zo’n verrassing is heel technisch (waarvoor bij voorbaat excuus) maar zeer significant. Dat is de Nederlandse positie in het zogenoemde Target-systeem van interbancaire betalingen binnen de eurozone.

Hoe werkt dat? Grensoverschrijdende betalingen, bijvoorbeeld van een Franse klant aan zijn Spaanse leverancier, lopen via beider commerciële banken en monden uiteindelijk uit in het Europese Systeem van Centrale Banken. Daar ontstaat binnen Target, het systeem dat dit regelt, een tegoed van de Spaanse centrale bank, en een navenant tekort van de Franse centrale bank. Deze exercitie is puur boekhoudkundig, want alle centrale banken maken tenslotte deel uit van één gemeenschappelijk systeem. Tenminste, dat was het idee. Samen moet alles optellen tot nul, en in een goed functionerende muntunie doet het er niet toe wie er een vordering heeft, en wie nog moet betalen.

Maar wat nu als er structurele overschotten en tekorten zijn op de handels- en betalingsbalans binnen het eurogebied? Dan kan het zo uitpakken dat de centrale banken van de overschotlanden steeds grotere vorderingen opbouwen binnen Target, en de centrale banken van tekortlanden een steeds grotere schuld. Zeker als er geen enkele andere manier is waarop compenserende geldstromen binnen de muntunie hun gang gaan. Want dat is nu het probleem: de centrale banken zijn in veel landen de enig overgebleven bron van liquiditeit voor de banken. Alle ballen op Target, zogezegd.

Target is dus eigenlijk het enige ventiel, er wordt steeds meer van gevergd en het dreigt functies te gaan vervullen waar het misschien niet op deze schaal voor bedoeld was. Het zou bijvoorbeeld zomaar kunnen zijn dat de groeiende (noordelijke) overschotten en de stijgende (zuidelijke) tekorten in Target een weerspiegeling zijn van een kapitaalvlucht van zuid naar noord. Hoe dan ook: de Duitse centrale bank, de Bundesbank, sloeg vorige week alarm in een brief van president Jens Weidmann aan ECB-topman Mario Draghi, die prompt uitlekte. Weidmann maakt zich zorgen. De claim van de Bundesbank in Target is opgelopen tot 498 miljard euro in januari, en is in februari verder gestegen. Dat is veel geld, maar er is een centrale bank die relatief nog veel meer heeft uitstaan, en dat is De Nederlandsche Bank. Volgens analisten van de Duitse Commerzbank was de Nederlandse claim op Target eind vorig jaar de 150 miljard euro al gepasseerd.

Dat is een immense som geld. Nu is er iets voor te zeggen dat er in wezen geen probleem is. Binnen de muntunie zijn, zoals al eerder gesteld, al deze tekorten en vorderingen puur theoretisch. Maar wat als de monetaire unie bezwijkt? Dan kristalliseren al deze plussen en minnen natuurlijk wél uit. Wat dan rest – en hier gaan we het mistige terrein van scenarioplanning op – is aannemelijk een vereffening via de balans van de ECB. En dáár is nu net, door alle uitzonderlijke steunoperaties aan de banksector, allerlei onderpand terecht gekomen van steeds bedenkelijker allooi. Wie unilateraal uit de euro stapt krijgt in wezen met het zelfde te maken.

De hele situatie is dus een zeer goede reden is om het niet op een crisis aan te laten komen. Duitsland lijkt met harde hand zijn eisen door te drukken, maar is in wezen steeds meer een gijzelaar van de euro. Dat geldt ook voor ons, of je nu voor of tegen de munt bent. We zitten er veel te diep in, op manieren waarvan je de helft niet eens weet.