Belegger vreest gevolgen van grote Griekse wisseltruc

Na maanden van koortsachtig overleg moeten grote obligatiebeleggers beslissen. Boeken ze ‘vrijwillig’ af op Griekse schuld of accepteren ze een Grieks failliet.

Wie nog mee wil doen aan de grote Griekse wisseltruc, moet vandaag beslissen. Tot vanavond negen uur hebben alle schuldeisers van Griekenland de tijd om zich aan te melden voor de omwisseling van hun schuldpapier.

Met spanning kijken beleggers en politici uit de eurozone of voldoende deelnemers zich gemeld hebben als de deadline vanavond afloopt. Griekenland hoopt met het omwisselen van schuldpapier zo’n 100 miljard aan schuld kwijt te raken.

Het slagen van de schuldsanering is noodzaak voor Griekenland. Door de Europese Unie is het als voorwaarde gesteld voor een nieuw steunpakket van 130 miljard euro. Daarnaast lopen op 20 maart twee staatsobligaties af en moet Griekenland in totaal 14,5 miljard aflossen. Maar dat geld heeft het land niet.

De schuldsanering betekent in de praktijk dat houders van Griekse staatsobligaties hun oude schuldpapier inwisselen tegen nieuwe obligaties met een langere looptijd. De nieuwe obligaties hebben een lagere (nominale) waarde en Griekenland betaalt ook een lagere rente.

In totaal gaat het om circa 206 miljard euro aan leningen die Griekenland wil omzetten. De schuldeisers verliezen nominaal 53,5 procent van hun bezit. Maar door de lagere rente op de nieuwe obligaties loopt het verlies voor beleggers in hun eigen boeken tot ongeveer 70 procent.

De schuldsanering slaagt als 66 procent van de houders van leningen naar Grieks recht zich vanavond heeft aangemeld. In dat geval kan Griekenland namelijk de zogeheten collective action clauses in het leven roepen. Griekenland heeft vorige maand een wet aangenomen die het mogelijk maakte om met terugwerkende kracht een clausule aan de Griekse staatsobligaties toe te voegen. Door die clausule kan Griekenland schuldeisers die dwars liggen dwingen de voorwaarden voor omwisseling te accepteren, als 66 procent vrijwillig akkoord is gegaan.

Het inroepen van die clausule is niet nodig als zich meer dan 90 procent van de schuldeisers zich meldt. In dat geval geldt de schuldsanering als vrijwillig. Dat zou betekenen dat Griekenland de overige 10 procent van de schuldeisers niet kan dwingen om de nieuwe voorwaarden voor de staatsobligaties te accepteren.

Volgens obligatiehandelaar Arjan de Ruiter van ING is het daarom gunstiger voor Griekenland als minder dan 90 procent zich aanmeldt. „Het belangrijkste is dat de grens van 66 procent gehaald wordt. Dan gaat de schuldsanering door. Maar als vervolgens blijkt dat bijvoorbeeld 90 procent meedoet, dan kan Griekenland met een restschuld van die overige 10 procent van de schuldeisers blijven zitten.”

Hoeveel schuldeisers meedoen aan de schuldsanering is ook belangrijk voor de houders van kredietverzekeringen op Griekse staatsobligaties, de zogeheten credit default swaps (cds). Met zo’n verzekering kan een schuldeiser zich indekken tegen een faillissement van een schuldenaar. Als de schuldsanering van Griekenland als vrijwillig geldt, hoeft er niet op deze kredietverzekeringen uitgekeerd te worden.

Volgens obligatiehandelaar Arjan de Ruiter is het daarom ook voor de houders van deze kredietverzekeringen het beste als Griekenland een beroep doet op de collective action clauses. „Dan moet er wel uitgekeerd worden op de kredietverzekeringen.” In totaal staan er volgens gegevens van de International Swaps and Derivatives Assocation voor 3,2 miljard aan verzekeringen op Griekse schulden uit.

Maar wat gebeurt er als minder dan 75 procent van de schuldeisers zich meldt? Analisten en politici vrezen dan een zogeheten wanordelijk faillissement van Griekenland. De gevolgen daarvan overziet niemand. De druk is daarom groot voor schuldeisers om vrijwillig mee te doen.

Deze week lekte een memo uit van het Institute of International Finance (IIF), waarin 450 financiële instellingen verenigd zijn. Het IIF vreest bij een Griekse failliet voor een schadepost van zo’n 1.000 miljard euro. Volgens het IFF zou een faillissement Griekenland ook uit de euro dwingen. Vervolgens zouden de achterblijvende eurolanden honderden miljoenen kwijt zijn om probleemlanden zoals Spanje, Portugal en Italië voor hetzelfde lot te behoeden.