‘We laten ze verdrinken’

Elk jaar komen er talloze bootvluchtelingen om voor de Italiaanse kust. Het is genocide, volgens de Italiaanse regisseur Emanuele Crialese. Hij maakte er de film Terraferma over.

Emanuele Crialese: „Ik sta aan de kant van de zwakkeren.”

HHet Siciliaanse eilandje Linosa is zo klein dat het niet eens op de kaart staat, zegt een van de personages uit Terraferma, de nieuwe film van de Italiaanse regisseur Emanuele Crialese (1965). Tegelijkertijd is het het toneel van een grote humanitaire ramp. Jaarlijks komen er voor de kust duizenden Afrikaanse bootvluchtelingen om, zegt hij.

Uw film begint als een klassiek Italiaans familiedrama over tradities en generatiekloven, en dan spoelt er opeens een lijk aan van een Afrikaanse bootvluchteling. Waarom duurt dat zo lang?

„Ik wilde laten zien dat alle drama’s familiedrama’s zijn. Italianen kennen het familiedrama, ze leven het familiedrama, ze identificeren zich met het familiedrama. Maar wat is het verschil tussen Guilietta, de moeder van Filippo, en ex-vluchtelinge Timnit T., die een zwangere Afrikaanse vluchtelinge speelt, maar die in het echt ook de overtocht van Afrika naar Italië heeft overleeft? Ze willen allebei het beste voor hun kinderen. En het zijn nog steeds de vrouwen die de families in stand houden.”

Betekent dat dat de vrouwen de eigenlijke hoofdpersonen van uw film zijn?

„Nee, nee. Voor mij zijn al mijn personages hoofdpersonen. Maar de echte hoofdpersoon, vanuit het perspectief van een buitenstaander, is waarschijnlijk Filippo, een opgroeiende jongen die omgeven wordt door een koor van verschillende stemmen. Van zijn moeder moet hij dit. Van zijn oom dat. En van zijn grootvader weer iets anders. Maar wat hij door de dood van zijn vader werkelijk mist is een moreel kompas. Dus volgt hij zijn instinct, want wat hij wil is niet zo ingewikkeld: mensen redden die midden op zee dreigen te sterven. Die oude wet van de zee wordt door de macht en het gezag ter discussie gesteld. En dat is de vraag die ik met deze film wil oproepen: zijn wij mensen vergeten wat het is om menselijk te zijn?”

Heeft u met uw film een politiek signaal willen afgeven?

„Dat is open voor interpretatie. Ik sta aan de kant van de zwakkeren.”

De manier waarop de vluchtelingen zich schuilhouden in de garage van Guilietta en Filippo lijkt een referentie aan die van onderduikers in de Tweede Wereldoorlog. Klopt dat?

„De situatie is vergelijkbaar met een oorlog. Waar het op neerkomt is dat mensen die geen criminelen zijn zich moeten schuilhouden voor het gezag.”

Als u zegt dat het een oorlog is, waar speelt die zich dan af? In Europa of in Afrika?

„Misschien kan ik beter zeggen dat het genocide is. Duizenden mensen sterven op zee. Dat is nu al een paar jaar aan de gang. Ze vallen overboord, of lijden schipbreuk en verdwijnen. Dus er zijn geen lijken. Er is niets om de publieke opinie mee te shockeren. En zelfs mensen die weten wat er aan de hand is, weten niet wat ze moeten doen, uit angst om hun welvaart te verliezen. Maar wat we hebben verloren is ons morele kompas. We zijn als Filippo.”

Genocide is een zware term. Dat impliceert systematische vernietiging van een bepaalde groep.

„Ik provoceer. Want dit is een genocide zonder daders en met onzichtbare slachtoffers. Maar ze zijn er wel. Ze liggen allemaal op de bodem van de zee. Op sommige plekken in de Middellandse Zee kunnen de vissers hun netten niet meer uitzetten uit angst dat ze menselijke resten zullen ophalen.”

Maar wie moeten we als de agressor beschouwen?

„Niet iemand, maar iets: intolerantie en onverschilligheid. Ze worden niet beschoten, maar we laten ze verdrinken omdat we niets doen. Omdat het ons makkelijker uitkomt. Natuurlijk kun je zeggen dat niemand ze heeft gedwongen om te vluchten of in een wankel bootje de Middellandse Zee over te steken. Maar ze vluchten voor reële omstandigheden: oorlog, armoede, of omdat ze een beter leven willen voor hun kinderen. Dat is iets wat we zouden moeten herkennen en begrijpen. En dat maakt ons dan moreel verantwoordelijk.”

Fillippo wordt verscheurd tussen een sociale traditie en de moderne tijd met z’n kapitalisme, materialisme en egoïsme. Geldt dat in uw ogen ook voor de Italiaanse maatschappij?

„Italië is een schizofreen land. We zijn traditioneel en houden van de gemeenschap en de waardensystemen van onze grootvaders, maar tegelijkertijd zijn we de afgelopen decennia door de media geïndoctrineerd en op uiterlijk en bezit gericht geworden en die twee dingen gaan niet samen. Ik wil hier trouwens geen makkelijke statements geven. De wereld is ingewikkeld geworden. Wat ik wel wil laten zien is dat je met wegkijken niets oplost. Op het moment dat je een ander mens niet meer kunt helpen omdat de overheid dat verbiedt, is het einde zoek.”

In Frankrijk zijn er wetten die het helpen van illegalen strafbaar stellen, in Italië ook?

„Het is verboden om illegalen te helpen. Maar er is een grijs gebied. Er is een tijdje een wet geweest die het artsen verbood om illegalen te behandelen. Maar daar is veel protest tegen gekomen, want dat gaat in tegen alles waar de medische stand voor staat. En wat Filippo en zijn familie doen is ook strafbaar. Zodra je weet dat iemand geen papieren heeft ben je verplicht om hem aan te geven. De wet is daarmee tegen iets wat je als nobel zou moeten omschrijven: de vrijheid van elk individu om een andere individu te helpen.”