'Supermarkten zijn nu goedkoper dan in 2003'

maite vermeulen

De aanleiding

Op aanraden van Ans Aarts luisterde next.checkt naar een interview van 17 februari op Radio 1 met Mark Jansen, woordvoerder van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Dat is de Nederlandse supermarktbranchevereniging. Op de vraag of supermarkten duurder zijn geworden, antwoordde Jansen:

„Dat is altijd een stukje perceptie. Mensen hebben het gevoel dat supermarkten sinds de introductie van de euro duurder zijn geworden, maar als je dat gaat terugrekenen, dan klopt dat helemaal niet. In 2003 hebben we in Nederland een prijsoorlog gehad. De daling die dat teweeg heeft gebracht, die is op dit moment – negen jaar na dato – nog steeds niet gecorrigeerd. Dus we zijn nog steeds goedkoper dan we waren in het jaar 2003.” Klopt die laatste bewering?

Interpretaties

De uitspraak van de CBL-woordvoerder kan zowel absoluut als relatief worden geïnterpreteerd. In absolute zin zegt Jansen: in de supermarkt kost een boodschappenmandje met dezelfde producten – zeg een pot pindakaas, brood en melk – nu minder dan in 2003. In dit geval kijken we dus alleen naar het prijskaartje van de producten. Maar in relatieve zin zegt hij: van je salaris kun je nu meer boodschappenmandjes met pindakaas, brood en melk kopen dan in 2003. In dit geval bekijken we de koopkracht van de consument in de supermarkt.

Salarissen worden vaak gecorrigeerd voor inflatie (prijsstijgingen), zodat de koopkracht van de consument gelijk blijft. Die inflatiecorrectie wordt berekend aan de hand van de gemiddelde inflatie in verschillende branches. Wanneer prijzen in een bepaalde branche minder hard stijgen dan de gemiddelde inflatie, neemt de koopkracht van de consument in die branche dus toe. Het kan dus dat een pot pindakaas sinds 2003 duurder is geworden, maar dat de consument nu toch meer pindakaas kan kopen van zijn salaris dan in 2003.

En, klopt het?

De woordvoerder van het CBL baseert zijn bewering op het rapport Consumententrends 2011 van de EFMI Business School en het CBL. In dit rapport is gerekend met cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over inflatie en de ontwikkeling van supermarktprijzen. Prijsontwikkeling wordt door het CBS niet per branche gemeten, maar per product. Het CBS raamt de prijsontwikkeling in supermarkten niet door steekproefsgewijs boodschappen te doen, maar door een gemiddelde te nemen van de prijsontwikkeling van verschillende gangbare producten in de supermarkt. De CBS-raming verschilt wel eens met steekproeven, bijvoorbeeld van de Consumentenbond. Die schatte de prijsstijging in de supermarkt tussen 2006 en 2011 bijvoorbeeld op 7 procent, terwijl het CBS op 10,5 procent uitkwam. Ook De Telegraaf deed een supermarktsteekproef en concludeerde dat de prijsstijging tussen 2002 en 2012 slechts 2 procent was. Het CBS schatte de stijging over diezelfde periode op 13,4 procent.

Voor deze berekening houden we de cijfers van het CBS aan. Zoals te zien is in de grafiek hiernaast, begonnen de prijzen in de supermarkt enorm te dalen na 20 oktober 2003. Die datum, waarop supermarktketen Albert Heijn duizend producten blijvend in prijs verlaagde, was het begin van de prijzenoorlog tussen supermarkten. Andere ketens zagen zich gedwongen de prijsverlaging van Albert Heijn te volgen. Op 18 augustus 2007 kondigde C1000 prijsverhogingen aan, wat het einde van de prijzenoorlog inluidde. Sindsdien zijn de supermarktprijzen weer gestegen.

In 2008 werd het prijsniveau van 2003 geëvenaard en overschreden. In absolute zin zijn de prijzen nu dus hoger dan in 2003: volgens de CBS-cijfers medio 2011 7,7 procent. De bewering klopt absoluut gezien dus niet.

Maar door de prijsdaling die de prijzenoorlog teweegbracht, zijn de producten in supermarkten nog steeds niet gelijkgetrokken met het gemiddelde inflatieniveau. Dit is duidelijk te zien in de grafiek: de blauwe lijn loopt anno 2011 nog steeds onder de oranje lijn. Als we hier de stijging van salarissen naast leggen, bijvoorbeeld die van cao-lonen, zien we dat die ook over dezelfde periode meer zijn gestegen dan de supermarktprijzen: in dit voorbeeld met 14,2 procent (de groene lijn). In relatieve zin klopt de bewering daarom wel: de koopkracht van de consument in de supermarkt is nu hoger dan in 2003.

Aangemerkt moet worden dat het beginpunt 2003 deze bewering wel vertekent. Als bijvoorbeeld het dieptepunt van de prijzenoorlog, september 2005, als uitgangspunt genomen wordt, zien we dat de prijzen in supermarkten sindsdien met 14,8 procent zijn gestegen, tegen een gemiddelde inflatie van 8,8 procent over dezelfde periode (de blauwe lijn stijgt steiler dan de oranje lijn). Cao-lonen stegen in hetzelfde tijdsbestek maar 11,9 procent. Gerekend over de periode van september 2005 tot 2011 is onze koopkracht in de supermarkt dus wel afgenomen.

Conclusie

In absolute zin is de bewering dat supermarkten nu goedkoper zijn dan in 2003 onwaar: volgens het CBS waren de producten medio 2011 7,7 procent duurder dan acht jaar daarvoor. Maar bij zulke berekeningen is het gangbaar om niet zozeer uit te gaan van absolute prijzen, maar van koopkracht. Corrigeren we de supermarktprijzen voor de gemiddelde stijging in salaris over dezelfde periode, dan klopt de bewering wel: de gemiddelde consument kan nu meer producten in de supermarkt kopen voor zijn salaris dan in 2003. Kanttekening is wel dat het jaar 2003, toen de prijzenoorlog in de supermarkten begon, deze conclusie enigszins vertekent: gerekend vanaf het einde van de prijzenoorlog in 2005 bijvoorbeeld zijn de prijzen in supermarkten juist sterker gestegen (14,8 procent) dan de lonen (11,9 procent). De vergelijking met 2003 is, hoewel niet onredelijk, dus wel in het voordeel van de supermarktbranche. Alles meewegend beoordelen we de bewering als grotendeels waar.