Roemenen deden al wat de Grieken nog moeten aanvaarden

Anders dan Griekenland heeft Roemenië zich gedwee door het IMF laten leiden naar een nieuwe economie. Dat ging ten koste van de ambtenarensalarissen. De oude machthebbers zijn nu succesvolle ondernemers, maar niemand beschermt de zwakkeren.

Gepensioneerde Roemenen verdienen vaak bij met verkoop van bloemen. Foto AP

Bogdan Naumovici (43) heeft het gemaakt in Roemenië. Hij heeft zijn eigen reclamebureau. Zijn campagnes vallen geregeld in de prijzen. Hij is economisch onafhankelijk en straalt dat uit. Een grote man met een grijzende stoppelbaard die zich zelfverzekerd beweegt, op een Harley-Davidson rijdt en het niet nodig vindt om op zijn werk in pak te lopen. Op zijn rode visitekaartje staat alleen zijn voornaam.

Hij is ook iemand wiens geduld met de Roemeense overheid en politieke partijen inmiddels op is.

Want zelfs een snelle jongen als hijzelf komt met piepende banden tot stilstand als hij met de overheid te maken krijgt. Dan moet hij opeens floppy disks formaat 1.44 MB vinden om met een paperclip aan zijn uitgeprinte btw-opgave te kunnen hechten. En die fysiek bij een kantoor van de belastingdienst in te leveren.

Toegegeven, zegt hij mild in de kantine van het reclamebedrijf, er wordt gewerkt aan de mogelijkheid om digitaal aangifte te doen. „Maar om een elektronische handtekening te krijgen moet ik wel eerst langs zes kantoren.”

In Roemenië heeft de transitie van communisme naar democratie en kapitalisme zich in verschillende snelheden voltrokken. Mensen binnen het op export en multinationals gerichte bedrijfsleven, gaan drie keer zo snel als de overheid. Vaak kijken ze neer op de achtergebleven staat. De overheid in Roemenië is een ouderwetse machine, geleid door – de goeden niet te na gesproken – incompetente en corrupte bestuurders. Griekse ondernemers zeggen hetzelfde.

Maar anders dan Griekenland luisteren de politici in Boekarest braaf naar het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Er is gedemonstreerd, maar onvergelijkbaar met de massaprotesten in Griekenland. Ook al gingen de inkomens van Roemeense ambtenaren met meer dan 25 procent achteruit, terwijl ze al weinig verdienden. Terwijl in Griekenland ‘liberaal’ haast een scheldwoord is en de politieke smaken grofweg variëren van stalinistisch tot sociaal democratisch en conservatief, geldt in Roemenië het omgekeerde. Twee van de grootste partijen hebben de L van liberaal in hun partijnaam. Een linkse subcultuur bestaat er amper.

In Roemenië is socialisme door de ervaringen met het communisme verdacht. De staat is iets om op af te geven. De machthebbers van destijds hadden aan het einde van de Koude Oorlog de sterkste uitgangspositie om het ook in het kapitalisme goed te doen. Een zuivering heeft nooit plaatsgevonden. De grote groep die overleeft op een klein pensioen of uitkering, hoort bij de achterblijvers en verliezers van de transitie.

In Griekenland geldt het omgekeerde en heeft juist links het morele gelijk. Communistische verzetsstrijders tegen de nazi's, werden daar tot ver in de jaren zeventig door rechts onderdrukt. Er is geloof in alternatieven en in ideologieën.

Dat is een van de verklaringen voor de relatief geringe reactie in Roemenië op de ingrijpende bezuinigingen die zijn doorgevoerd, nadat de regering zich in 2009 genoodzaakt zag om 20 miljard euro financiële steun te vragen bij het IMF, de Europese Unie en de Wereldbank.

Sindsdien zijn ambtenareninkomens met meer dan 25 procent verlaagd, zo’n tweehonderdduizend ambtenaren ontslagen en er is gesneden in uitkeringen en vergoedingen voor medicijnen. Ruim twee jaar na het aangaan van de lening is het begrotingstekort onder controle en het vertrouwen van de financiële markten hersteld.

Een tweede krediet van 5 miljard euro is beschikbaar, maar daar wordt in principe geen gebruik van gemaakt. De hervormingen en besparingen gaan vooralsnog door, hoewel de regering volgens de opiniepeilingen veel steun kwijt is en later dit jaar verkiezingen worden gehouden. Met het oog daarop zeggen steeds meer politici dat de lonen en pensioenen omhoog moeten.

Het IMF-programma in Roemenië is een keiharde poging om problemen die in de kern vergelijkbaar zijn met Griekenland – een combinatie van een snel groeiende staatsschuld, economische groei gebaseerd op lenen en consumptie, een slecht functionerende overheid – in de kiem te smoren.

Nú ingrijpen, niet pas dertig jaar na EU-toetreding, zoals daar. Nu de staatsschuld nog maar 33,3 procent van het bruto binnenlands product is, ver onder het gemiddelde in de eurozone van 87 procent en slechts eenvijfde van de Griekse staatsschuld.

In vergelijking met Griekenland, heeft het IMF in Roemenië een makkie, geeft de permanente IMF-vertegenwoordiger Tonny Lybek toe. De regering werkt goed mee. Het schip van staat lag op ramkoers, maar heeft inmiddels radicaal het steven gewend en vaart nu in de goede richting, is de metafoor die Lybek met zijn handen uitbeeldt.

Het verhaal over Roemenië en het IMF is eigenlijk heel eenvoudig. Er komen geen complexe financiële producten of reddingsoperaties met discussies over Private Sector Involvement (banken die moeten meebetalen aan de sanering van de staatsschuld) aan te pas. In de euforie rondom de EU-toetreding liet de overheid de teugels vieren en salarissen stijgen. Van 250 naar 325 euro per maand in een paar jaar tijd bijvoorbeeld, want het liefst willen Roemenen zo snel mogelijk een vergelijkbaar leven met dat in Duitsland of Nederland (Italië of Griekenland zou ook al een sprong vooruit zijn). En allerlei mensen werden aan een baan geholpen, waardoor de overheid groeide.

De kern van het probleem in Roemenië was dat de overheid gewoon teveel geld uitgaf. Maar de les is dat zoiets tegenwoordig alleen kan als de belastinginkomsten minstens net zo snel stijgen. Van een snel groeiende staatsschuld, zelfs al is die na stijging nog altijd ver onder het Europees gemiddelde, worden beleggers heel onrustig.

En aangezien de belastinginkomsten niet zo snel stegen, zijn de salarissen nu eerst weer omlaag gebracht en de betrokken mensen weer gewoon arm. In IMF-taal: „De uitdaging van de salarissen wordt erg krachtdadig aangepakt.” Intussen wordt gewerkt aan het verbeteren van de belastinginning en het tegengaan van onder meer uitkeringsfraude, want het geld dat wordt uitgegeven, komt lang niet altijd terecht bij de mensen die dit het hardst nodig hebben.

Maar het doet pijn. Het aantal armen is toegenomen in wat al een van de armste Europese landen was. In 2010 zat 41 procent van de bevolking onder of gevaarlijk dichtbij de armoedegrens. het inkomen per per hoofd van de bevolking is met omgerekend 9.500 dollar per jaar minder dan de helft (46 procent) van het gemiddelde in de 27 EU-lidstaten.

Er is tegen de bezuinigingen gedemonstreerd, maar zonder structurele bijval vanuit de intellectuele, politieke en economische elite. Niemand komt in Roemenië echt voor de zwakkeren op. Vakbonden zijn door hun verleden bijna net zo besmet als de politiek.

Roemenen die succesvol zijn in het bedrijfsleven komen zo min mogelijk met hun overheid in aanraking. Wie het zich kan veroorloven gaat, net als Naumovici, naar privéziekenhuizen en stuurt zijn kinderen naar een privé school. In comfortabele SUV’s sturen ze hoog boven de weg om de kuilen heen. Politiek interesseert ze niet, zeggen ze.

Maar het zoveel mogelijk links laten liggen van de staat gaat niet meer, vindt reclameman Bogdan Naumovici. Zo gaat verandering veel te traag. Zo gaan de rechtbanken nooit functioneren en blijven artsen en leraren onderbetaald en ongemotiveerd. In zo’n omgeving komen ondernemers uiteindelijk ook niet verder meer.

Een paar weken geleden publiceerde hij mede daarom een manifest op internet, Împreuna 2012. Sfârsitul lumii lor, ‘Samen 2012. Het einde van hun wereld’. Het is een oproep aan mensen zoals hij, Roemeense ondernemers, om zich actief met politiek te gaan bemoeien. Niet om op die manier lucratieve contracten binnen te slepen, maar om het runnen van het land niet langer over te laten aan de ex-communisten-nu-kapitalisten en hun kinderen.

Naumovici heeft voor de meeste politieke vragen een eenvoudig antwoord klaar. Als het aan hem ligt beperkt de staat zich tot haar geweldsmonopolie – politie, leger en justitie – en laat de rest aan de markt over. Over de ongeveer een miljoen mensen die in Roemenië uit de schatkist worden betaald, zegt hij: allemaal ontslaan – dan maar een paar weken zonder politie – en voor alle onderdelen van de overheid een strenge nieuwe selectieprocedure, op kwaliteit. Waar de ontslagen ambtenaren van moeten eten, vertelt hij er niet bij.