Recht in de leer als antirevolutionair

Jaap Boersma maakte het zijn omgeving en daarmee zichzelf niet makkelijk. Eenzaam in politiek en bedrijfsleven.

Vintage antirevolutionair, zou men tegenwoordig in lijn met het moderne spraakgebruik zeggen over Jaap Boersma, de gisteren op 82-jarige leeftijd overleden ex-politicus die na zijn Haagse carrière vooral bekend werd als voormalig Ogem-bestuurder.

Eind jaren zeventig, nadat hij in twee kabinetten minister van Sociale Zaken was geweest, werd hij directeur bij een van de divisies van bouw- en handelsconcern Ogem en kwam terecht in de raad van bestuur. Drie jaar later, stond Boersma met knetterende ruzie op straat. Tegenover weekblad Vrij Nederland hekelde hij het totaal verziekte klimaat binnen het bestuur van het concern. Het was „graaien, graaien, graaien”, aldus het destijds oneindig veel herhaalde citaat uit het spraakmakende interview.

Boersma zelf verhuisde ruim een jaar later naar Amsterdam om er directeur van de Stadsreiniging te worden. „Van directeur tot vuilnisman”, schamperden zijn vijanden van wie Boersma er inmiddels velen had. Want met zijn antirevolutionaire genen was Boersma nu eenmaal recht in de leer, stijfkoppig. Dat werd al duidelijk in het kabinet-Biesheuvel waar hij in 1971 minister van Sociale Zaken werd. Al gauw kreeg hij ruzie met minister De Brauw (Onderwijs en Wetenschappen, DS’70) wiens „bloed hij wel kon drinken”, zoals Boersma later zei.

Nadat het kabinet-Biesheuvel als gevolg van interne ruzies al weer na een jaar was gevallen, speelde Boersma een doorslaggevende rol bij de totstandkoming van het kabinet-Den Uyl. Terwijl zijn eigen Anti Revolutionaire Partij nog niet besloten had of tot een kabinet met de PvdA moest worden toegetreden, besloot hij zelfstandig in te gaan op het verzoek van formateur Burger om minister te worden. In dat kabinet kon Boersma het zeer goed vinden met Den Uyl en steeds minder met de aanvoerder van de christen-democraten in dat kabinet, Dries van Agt. In 1989 werd hij lid van de PvdA om deze partij in 1996 in stilte weer te verlaten. Eigenlijk was alleen de ARP zijn partij. Maar die bestond niet meer.