Column

Opmars der analfabeten

Het voetbalstadion zat vol met boze leraren, ouders en ook een stuk of wat kinderen. Op meer dan 3.300 scholen werd gisteren gestaakt. De demonstranten zijn ervan overtuigd dat het passend onderwijs voor ‘moeilijk lerende’ kinderen er niet op vooruit zal gaan met een bezuiniging van 300 miljoen euro. Volgens minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) is hier sprake van een vergissing. De bezuinigingen gaan gepaard met ingrijpende hervormingen. Hierdoor zal het onderwijs er juist op vooruitgaan. Wie weet, maar intussen is er weer een onoverzichtelijke ruzie uitgebroken en daarmee de grondslag gelegd voor de volgende slepende, verbitterde tegenstelling.

Onder de kabinetten-Balkenende is Nederland herhaaldelijk uitgeroepen tot kenniseconomie. Weliswaar zijn we een klein land, maar gerekend naar het niveau van ons onderwijs en onze wetenschappelijke prestaties hoorden we tot de top van de wereld. Dat was toen al een geflatteerde kenschets. In 1996 kwam het Max Goote Kenniscentrum met een rapport over het functioneel analfabetisme in Nederland, „het beheersen van basisvaardigheden op het gebied van taal en rekenen die nodig zijn om in het dagelijks leven te functioneren”. Van het volk bevond 10 procent zich toen op niveau één. Dat wil zeggen: meer dan een miljoen Nederlanders waren op z’n hoogst in staat „zeer eenvoudige opdrachten uit te voeren, simpele teksten te begrijpen”. Dat waren volwassenen die de school achter de rug hadden en er nooit meer zouden terugkeren.

Vier jaar later. Opnieuw werd ontdekt dat aan het onderwijs van alles ontbrak. Schoolgebouwen vertoonden steeds meer gebreken door achterstallig onderhoud. Leraren waren onderbetaald en overspannen. Universiteiten moesten bezuinigen, hoewel ze nog bezig waren met het uitvoeren van de bezuinigingen waartoe ze door vorige ministers waren verplicht. Roel in ’t Veld, voormalig directeur-generaal op het ministerie van Onderwijs, deed een oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Ouders kregen de raad een proces aan te spannen om beter onderwijs af te dwingen voor hun kind.

Het heeft niet geholpen. Nee, volgens de meest recente tellingen die ik uit Wikipedia en andere Googlebronnen opdiep, telt de Nederlandse bevolking 250.000 volslagen analfabeten en anderhalf miljoen laaggeletterden. Dat zijn mensen voor wie de tekst van een bekeuring, een recept of de bijsluiter van een geneesmiddel te moeilijk is. Van dit aantal is een half miljoen allochtoon. De rest is geboren en getogen Nederlander.

Dat het analfabetisme binnen vijftien jaar dusdanig is toegenomen, is geen wonder. Het is een kwestie van opvoeding. Het is heel onwaarschijnlijk dat uit een gezin dat functioneel analfabeet is een steunpilaar van de kenniseconomie zal voortkomen. Anders gezegd: functionele ongeletterdheid heeft de neiging zich te verbreiden, doordat de kinderen van de min of meer analfabeten grote kans lopen dat ze de gebreken van hun ouders zullen erven, via de tekorten in hun opvoeding. Het is als een gletsjer die langzaam de samenleving binnenschuift.

Natuurlijk zijn er nog genoeg scholen met uitstekend onderwijs en universiteiten die de toets van de internationale kritiek kunnen doorstaan. Ik wil geenszins beweren dat Nederland vervalt tot een natie van de tweede orde. Wel zien we een gestage daling in de rangorde – nu naar de achtste plaats op de lijst, die wordt aangevoerd door Zweden en Denemarken. Uitzonderlijke talenten zullen er altijd zijn. Dat we terrein verliezen, komt doordat het niveau van het gemiddelde gestaag lager wordt. Dat is niet alleen het gevolg van de gebreken in het onderwijs. Daar is het begonnen, maar dat is intussen zo lang geleden dat onze cultuur wordt meegetrokken in een proces van aanpassing. De voorgenomen bezuiniging van de minister op het passend onderwijs is hiervan een zeer omvangrijk symptoom.

Beknotting van de overheidsuitgaven ervaren we tenslotte in het hele culturele leven, in de ruimste zin. Ik ben niet iemand die ervan is overtuigd dat ‘vroeger alles beter was’. Onvermijdelijk is het nu anders. Aan dat verschil hoef je niet onmiddellijk een waardeoordeel te hechten. Ik stel alleen vast dat bijvoorbeeld grofheid in de omgangsvormen een erkend publiek probleem is geworden. Hoe komt dat? Doordat het eerst oogluikend is gemarginaliseerd, waarna we in de loop van de tijd hebben ontdekt dat het nu genormaliseerd dreigt te worden. Je kijkt er niet meer van op als een paar mensen in welke openbare ruimte dan ook elkaar hartgrondig beginnen uit te schelden. Het valt al mee als ze niet beginnen te vechten.

Op zoek naar cijfers vond ik een statistiek van de Europese Unie uit 2007. Daaruit blijkt dat de geweldpleging in Nederland en België 50 procent hoger ligt dan in de rest van de Unie. We hadden een vermoeden, misschien klagen we nog steen en been, maar de kans is groot dat zich ook hier een normalisering voltrekt.

Ten slotte een heel ander voorbeeld – de evolutie in de media: radio, film, televisie, de pers. Zonder uitzondering zie je overal het streven om steeds gemakkelijker, amusanter en ‘leuker’ te worden, ten koste van de oude cultuur en serieuze informatie. ‘Leuk’ is tenslotte het sleutelwoord van deze fase in onze culturele evolutie – maar van leuk leer je niets.